<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2006:AY4205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T23:05:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AY4205</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2006-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200510482/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2006:AY4205">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2006:AY4205</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T00:20:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2006-07-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2006:AY4205 Raad van State , 19-07-2006 / 200510482/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2006:AY4205:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij brief van 7 januari 2005 heeft verweerder medegedeeld dat in zijn brief van 7 december 2004 abusievelijk is vermeld dat bij schrijven van 24 november 2004 een nadere eis voor de horecagelegenheid op het perceel Ina Boudier Bakkerlaan 153 te Utrecht is gesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2006:AY4205:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200510482/1.</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 juli 2006</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting "Stichting Chez Bé Bé" en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Mañana B.V.", elk gevestigd te Utrecht,</para>
      <para>appellanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Utrecht,</para>
      <para>verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.    Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 7 januari 2005 heeft verweerder medegedeeld dat in zijn brief van 7 december 2004 abusievelijk is vermeld dat bij schrijven van 24 november 2004 een nadere eis voor de horecagelegenheid op het perceel Ina Boudier Bakkerlaan 153 te Utrecht is gesteld.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 9 mei 2005, verzonden op 17 mei 2005, heeft verweerder het hiertegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 27 juni 2005 bij de rechtbank Utrecht beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brieven van 25 juli 2005.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 6 september 2005 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het beroep is met toepassing van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht doorgezonden naar de Afdeling.</para>
    <para />
    <para>De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 juni 2006, waar appellanten, vertegenwoordigd door R. Pieterson, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. Pieffers en H.R.M. Ekelschot, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2.    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.    Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
    <para />
    <para>2.2.    Appellanten hebben zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Daartoe hebben appellanten aangevoerd dat de brief van verweerder van 7 januari 2005 is gericht op rechtsgevolg, nu zij niet op de hoogte waren van een nadere eis.</para>
    <para />
    <para>2.2.1.    Blijkens de stukken is voor de onderhavige inrichting bij besluit van 26 oktober 2001 een nadere eis gesteld. Bij brief van 7 januari 2005 heeft verweerder uitsluitend medegedeeld dat in zijn brief van 7 december 2004 abusievelijk een andere datum voor dat besluit staat vermeld. De brief van 7 januari 2005 behelst naar het oordeel van de Afdeling geen publiekrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder heeft het tegen deze brief gemaakte bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.3.    Het beroep is ongegrond.</para>
    <para />
    <para>2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3.    Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. J.R. Schaafsma, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Schaafsma    w.g. Jansen</para>
      <para>Lid van de enkelvoudige kamer    ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2006</para>
    <para />
    <para>399.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>