<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2005:AT4691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T20:36:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AT4691</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2005-04-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200502630/2</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2005:AT4691">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2005:AT4691</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T22:16:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2005-04-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2005:AT4691 Raad van State , 19-04-2005 / 200502630/2</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2005:AT4691:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 23 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Asten (hierna: het college) [vergunninghoudster] gevestigd te [plaats] aangeschreven om vóór 1 december 2004 de opslag van stacaravans op het perceel [locatie] te [plaats] te beëindigen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag tot een maximum van € 30.000,00.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2005:AT4691:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200502630/2.</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 april 2005</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[verzoeker], wonend te [woonplaats],</para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/218 VV EN AWB 05/212 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 februari 2005 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>verzoeker</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Asten.</para>
    <para />
    <para>1.    Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 23 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Asten (hierna: het college) [vergunninghoudster] gevestigd te [plaats] aangeschreven om vóór 1 december 2004 de opslag van stacaravans op het perceel [locatie] te [plaats] te beëindigen, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.500,00 per dag tot een maximum van € 30.000,00.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 14 december 2004 heeft het college het daartegen door [Camping Strandbad] gevestigd te [plaats] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 10 februari 2005, verzonden op 15 februari 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij brief van 24 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2005, hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Bij brief van 24 maart 2005, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2005, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 april 2005, waar verzoeker, vertegenwoordigd door M.G.J. Koenen, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door mr. P.P.L. Lucas, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2.    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.    De vraag of de voorzieningenrechter terecht het beroep ontvankelijk heeft geacht dan wel of het college terecht het bezwaar ontvankelijk heeft geacht, dient in de bodemprocedure te worden beantwoord.</para>
    <para />
    <para>2.2.    In hetgeen verzoeker naar voren heeft gebracht, wordt geen aanleiding gevonden voor het oordeel dat de voorzieningenrechter een onjuiste interpretatie heeft gegeven van de planvoorschriften door het plaatsen van caravans op het parkeerterrein als opslag aan te merken, welke opslag in strijd is met het in de planvoorschriften opgenomen gebruiksverbod.</para>
    <para />
    <para>2.3.    Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>2.4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3.    Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:</para>
    <para />
    <para>wijst het verzoek af.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Slump    w.g. Steinebach-de Wit</para>
      <para>Voorzitter    ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2005</para>
    <para />
    <para>328.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>