<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2004:AP3317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:07:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AP3317</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2004-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200307432/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2004:AP3317">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2004:AP3317</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T21:07:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2004-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2004:AP3317 Raad van State , 23-06-2004 / 200307432/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2004:AP3317:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 13 november 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan de Stichting Opwekkingscentrum Immanuël met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling van het bestemmingsplan "Eindhoven binnen de Ring" en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een gemeenschapscentrum aan de Iepenlaan 38 te Eindhoven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2004:AP3317:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200307432/1.</para>
      <para>Datum uitspraak: 23 juni 2004</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <para>[appellanten], wonend te [woonplaats], </para>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 september 2003 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>appellanten</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.</para>
    <para />
    <para>1.    Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 13 november 2001 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven (hierna: het college) aan de Stichting Opwekkingscentrum Immanuël met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) vrijstelling van het bestemmingsplan "Eindhoven binnen de Ring" en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een gemeenschapscentrum aan de Iepenlaan 38 te Eindhoven.</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 3 september 2002 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 25 september 2003, verzonden op 30 september 2003, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 10 november 2003, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 5 februari 2004 heeft het college van antwoord gediend.</para>
    <para />
    <para>De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 mei 2004, waar appellanten, vertegenwoordigd door mr. M.H.A.J. Slaats, advocaat te Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.C.H.G. Schavemaker, ambtenaar der gemeente, zijn verschenen.</para>
    <para />
    <para>2.    Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.    Het bouwplan voorziet in het oprichten van een bijeenkomstruimte met ongeveer 150 zitplaatsen en enkele les- en vergaderruimten. De maximale hoogte van het bouwplan bedraagt zes meter. Op het eigen (binnen)terrein voorziet het bouwplan in 21 parkeerplaatsen.</para>
    <para />
    <para>2.2.    Appellanten hebben in hoger beroep herhaald hetgeen zij in bezwaar en beroep hebben aangevoerd en stellen verder dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat</para>
    <para />
    <para>- het niet van belang is of het op te richten gebouw al dan niet zou passen in de status van beschermd dorps- of stadsgezicht,</para>
    <para />
    <para>- de parkeernorm en de toepassing hiervan de rechtbank alleszins redelijk voorkomt,</para>
    <para />
    <para>- de mogelijke intensiteit van het gebruik – als gemeenschapscentrum – geen planologisch relevant criterium vormt,</para>
    <para />
    <para>- de ruimtelijke onderbouwing van het vrijstellingsbesluit de rechterlijke toets kan doorstaan,</para>
    <para />
    <para>- de rechtbank niet is gebleken dat het welstandsadvies op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, waarbij in aanmerking is genomen dat appellanten niet een deskundig tegenadvies hebben overgelegd.</para>
    <para />
    <para>2.3.    Appellanten hebben in het hoger beroepschrift niet nader aangegeven waarom de genoemde overwegingen onjuist zijn. Ter zitting  hebben appellanten nogmaals uiteengezet dat – samengevat weergegeven – de voorgenomen bouw huns inziens naar zijn aard, omvang en uiterlijk een onaanvaardbare inbreuk op de omgeving maakt en (parkeer)overlast zal veroorzaken.</para>
    <para />
    <para>    De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de daartoe door appellanten aangevoerde argumenten geen doel treffen.</para>
    <para />
    <para>2.4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>3.    Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, Voorzitter, en B.J. van Ettekoven en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van E.J. Nolles, ambtenaar van Staat.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Slump    w.g. Nolles</para>
      <para>Voorzitter    ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2004</para>
    <para />
    <para>xxx-291.</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>