<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2002:AE5921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T11:27:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AE5921</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2002-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200201973/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=14">Vreemdelingenwet 2000 14</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=28">Vreemdelingenwet 2000 28</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=79">Vreemdelingenwet 2000 79</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=80">Vreemdelingenwet 2000 80</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2002/240 met annotatie van Mr. B.K. Olivier</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2002:AE5921">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2002:AE5921</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:57:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2002:AE5921 Raad van State , 16-05-2002 / 200201973/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2002:AE5921:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2002:AE5921:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>Raad</para>
      <para>van State</para>
      <para>	200201973/1.</para>
      <para>	Datum uitspraak: 16 mei 2002</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AFDELING</para>
      <para>BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Staatssecretaris van Justitie,</para>
      <para>appellant,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Gravenhage, nevenzittingsplaats Dordrecht, van 3 april 2002 in het geding tussen:</para>
    <para />
    <para>[vreemdeling]</para>
    <para />
    <para>en</para>
    <para />
    <para>appellant.</para>
    <para />
    <para />
    <para>1.	Procesverloop</para>
    <para />
    <para>Bij besluit van 17 maart 2002 heeft appellant een aanvraag van[vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij uitspraak van 3 april 2002, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank te ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Dordrecht (hierna: de rechtbank), zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, voorzover dat is gericht tegen de weigering de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als alleenstaande minderjarige vreemdeling te verlenen en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State binnengekomen op 9 april 2002, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.</para>
    <para />
    <para>Bij brief van 19 april 2002 heeft de vreemdeling een reactie ingediend. </para>
    <para />
    <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
    <para />
    <para />
    <para>2.	Overwegingen</para>
    <para />
    <para>2.1.	De enige door appellant voorgedragen grief klaagt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 17 maart 2002 geen weigering bevat de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als alleenstaande minderjarige vreemdeling te verlenen. Volgens appellant heeft de rechtbank zich derhalve ten onrechte onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, in zoverre dit zich richt tegen zodanige weigering.</para>
    <para />
    <para>2.2.	Blijkens de stukken heeft de vreemdeling op 21 maart 2002 bij appellant een bezwaarschrift ingediend tegen een besluit van 17 maart 2002, in zoverre dat, naar de vreemdeling stelt, strekt tot het niet verlenen van een verblijfsvergunning regulier onder de beperking alleenstaande minderjarige vreemdeling. Op dit bezwaarschrift zal appellant moeten beslissen, ook indien de rechtbank zich, zoals appellant betoogt, ten onrechte onbevoegd heeft verklaard tot kennisneming van het desbetreffende onderdeel van het bij haar ingestelde beroep. Gelet hierop, heeft appellant geen belang bij het hoger beroep. Het is kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>2.3.	Appellant dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden verwezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>3.	Beslissing</para>
    <para />
    <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State</para>
    <para />
    <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>I.	verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
      <para>II.	veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie in de door de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Justitie) aan de Secretaris van de Raad van State (bankrekening Raad van State 192323091 onder vermelding van het zaaknummer) te worden betaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als Voorzitter,</para>
      <para>en mr. B. van Wagtendonk en mr. M. Vlasblom, Leden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.L. Frenkel, ambtenaar van Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. Loeb	w.g. Frenkel</para>
      <para>Voorzitter	ambtenaar van Staat</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2002</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>206-346.</para>
      <para>Verzonden: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Voor eensluidend afschrift</para>
      <para>	de Secretaris van de Raad van State</para>
      <para>	voor deze,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>