<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RVS:2001:AD3821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-12T13:07:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AD3821</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Raad_van_State" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Raad van State</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-08-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200103582/1</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6106" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6106</dcterms:relation>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823">Vreemdelingenwet 2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=70">Vreemdelingenwet 2000 70</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0011823&amp;artikel=85">Vreemdelingenwet 2000 85</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 2001, 300 met annotatie van I. Sewandono</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2001/269 met annotatie van mr. E.C.H.J. van der Linden</rdf:li>
          <rdf:li>JV 2001/263</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2001:AD3821">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2001:AD3821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T17:16:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RVS:2001:AD3821 Raad van State , 17-08-2001 / 200103582/1</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RVS:2001:AD3821:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RVS:2001:AD3821:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>200103582/1</para>
      <para>Datum uitspraak: 17 augustus 2001</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet</para>
      <para>bestuursrecht op het hoger beroep van:</para>
      <para>A.</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>tegen de uitspraak van de arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage,</para>
      <para>nevenzittingsplaats Groningen, van 12 juli 2001 in het geding tussen:</para>
      <para>appellant</para>
      <para>en</para>
      <para>de Staatssecretaris van Justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Procesverloop</para>
      <para>8ij besluit van 28 juni 2001 is appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.</para>
      <para>Dit besluit is aangehecht.</para>
      <para>Bij uitspraak van 12 juli 2001, verzonden op die dag, heeft de</para>
      <para>arrondissementsrechtbank te ‘s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Groningen,</para>
      <para>het met een kennisgeving vanwege de Staatssecretaris van Justitie</para>
      <para>daartegen aanhangig gemaakte beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak</para>
      <para>is aangehecht.</para>
      <para>Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State</para>
      <para>binnengekomen op 18 juli 2001, hoger beroep ingesteld. Deze brief is</para>
      <para>aangehecht.</para>
      <para>Bij brief van 25 juli 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie een reactie</para>
      <para>ingediend.</para>
      <para>Vervolgens is het onderzoek gesloten.</para>
      <para>2. Overwegingen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Ingevolge artikel 70, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000</para>
      <para>(hierna: Vw 2000). voorzover thans van belang, wordt in afwijking van de</para>
      <para>artikelen 2:l en 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)</para>
      <para>het hoger beroep ingesteld door een advocaat, indien deze verklaart daartoe</para>
      <para>bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd.</para>
      <para>Ingevolge artikel 85, derde lid, van de Vw 2000, voorzover thans</para>
      <para>van belang, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, indien niet is</para>
      <para>voldaan aan artikel 8:5 van de Awb of aan enig ander bij de wet gesteld</para>
      <para>vereiste voor het in behandeling nemen van het hoger beroep. Artikel 8:6 van</para>
      <para>de Awb is niet van toepassing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.1. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling</para>
      <para>- Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732, nr. 3,</para>
      <para>p. 68, en de Nota van Wijziging, Kamerstukken II 1998-1999, 26 732,</para>
      <para>nr. 8 - is met voormeld artikel 70, eerste lid, van de Vw 2000 beoogd aan te</para>
      <para>sluiten bij artikel 30, tweede lid, en artikel 35, tweede lid, van de</para>
      <para>Vreemdelingenwet (oud). Op zichzelf is het vereiste dat een advocaat, die in</para>
      <para>een bepaalde zaak voor een bepaalde cliënt een rechtsmiddel aanwendt</para>
      <para>tegen een krachtens de Vw 2000 gegeven beschikking, dient te verklaren</para>
      <para>daartoe bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn, dus niet nieuw. Nieuw is wel dat</para>
      <para>artikel 85, derde lid, van de Vw 2000 voorschrijft dat het hoger beroep</para>
      <para>niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien aan dat vereiste niet is voldaan en</para>
      <para>- in overeenstemming daarmee - de toepassing van artikel 6:6 van de Awb</para>
      <para>uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.2. Gebleken is dat sommige advocaten in dit opzicht nog niet of in</para>
      <para>onvoldoende mate rekening houden met het gewijzigde wettelijke regime.</para>
      <para>Tot nu toe heeft de Afdeling hieraan niet de door de wet voorgeschreven</para>
      <para>200103582Il 3 17 augustus 2001</para>
      <para>gevolgen verbonden, mede in aanmerking nemend dat dit vereiste niet is</para>
      <para>gesteld bij de Awb, maar bij de bijzondere wet. Zij zal deze gedragslijn</para>
      <para>voortzetten tot 1 november 2001. Hoger beroepen, in te stellen op en na die</para>
      <para>datum, die niet aan het hier bedoelde vereiste voldoen, zullen</para>
      <para>niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1.3. In het hoger-beroepschrift ontbreekt de verklaring van de advocaat</para>
      <para>dat hij tot het instellen van het hoger beroep bepaaldelijk is gevolmachtigd.</para>
      <para>Daarin staat slechts: “Hierbij laat ik u weten dat ik als advocaat van</para>
      <para>bovengenoemde eiser, hoger beroep instel tegen de uitspraak (...).” Gelet op</para>
      <para>het hiervoor onder 2.1.2 overwogene, blijft in dit geval thans</para>
      <para>niet-ontvankelijkverklaring niettemin achterwege.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb,</para>
      <para>gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van die wet, bevat het</para>
      <para>hoger-beroepschrift de gronden van het hoger beroep.</para>
      <para>In aanvulling hierop is in artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000</para>
      <para>bepaald dat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak van de</para>
      <para>rechtbank of de president van de rechtbank bevat.</para>
      <para>Ingevolge het tweede lid omschrijft een grief het onderdeel van de</para>
      <para>uitspraak, waarmee de indiener zich niet kan verenigen, alsmede de gronden,</para>
      <para>waarop de indiener zich daarmee niet kan verenigen.</para>
      <para>Ingevolge het derde lid, voorzover thans van belang, wordt het</para>
      <para>hoger beroep, indien niet voldaan is aan het eerste of tweede lid, of aan</para>
      <para>artikel 6:5 van de Awb, niet-ontvankelijk verklaard. Artikel 6:8 van de Awb</para>
      <para>is niet van toepassing.</para>
      <para>Ingevolge artikel 91, eerste lid, van de Vw 2000 kan de Afdeling</para>
      <para>bestuursrechtspraak van de Raad van State zich bij haar uitspraak beperken</para>
      <para>tot een beoordeling van de aangevoerde grieven.</para>
      <para>ingevolge het tweede lid van dit artikel kan zij zich, indien zij</para>
      <para>oordeelt dat een aangevoerde grief niet tot vernietiging kan leiden, bij de</para>
      <para>vermelding van de gronden van haar uitspraak beperken tot dit oordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.1. In de geschiedenis van de totstandkoming van de Vw 2000, meer</para>
      <para>in het bijzonder van haar artikelen 85 en 91 - Memorie van Toelichting,</para>
      <para>Kamerstukken II 1996-1999, 26 732, nr. 3, p. 9-12 - is te lezen dat is</para>
      <para>gekozen voor een beperkte vorm van hoger beroep die de Afdeling in staat</para>
      <para>stelt om grote aantallen zaken, waarin geen vragen spelen die in het belang</para>
      <para>van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in</para>
      <para>algemene zin beantwoording behoeven, op snelle en doelmatige wijze af te</para>
      <para>doen. De gewone behandeling wordt gereserveerd voor zaken waarin</para>
      <para>dergelijke vragen wel zijn gerezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.2. Grief I stelt geen rechtsvragen aan de orde die in het belang van de</para>
      <para>rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene</para>
      <para>zin beantwoording behoeven. Hetgeen daarin is aangevoerd kan niet tot</para>
      <para>vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Met dat oordeel kan, gelet</para>
      <para>op het bepaalde in artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, worden volstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2.3. Hetgeen onder II is aangevoerd bevat uitsluitend een herhaling van</para>
      <para>in beroep naar voren gebrachte standpunten, waarop de rechtbank heeft</para>
      <para>beslist. Mitsdien is geen sprake van een grief in de zin van artikel 85, tweede</para>
      <para>lid, van de Vw 2000. Daarom is niet voldaan aan het bepaalde in het eerste</para>
      <para>lid van dat artikel. Het aangevoerde kan derhalve niet tot vernietiging van de</para>
      <para>aangevallen uitspraak leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak</para>
      <para>dient te worden bevestigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Beslissing</para>
      <para>De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Stete</para>
      <para>Recht doende in naam der Koningin:</para>
      <para>bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
      <para>Aldus vastgesteld door </para>
      <para>mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter, en</para>
      <para>mr. B. van Wagtendonk en </para>
      <para>mr. E.A. Alkema,</para>
    </parablock>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>