<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:976</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:48:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/4981</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:976">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:976</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:47:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:976 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-02-2026 / 25/4981</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:976:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank is onbevoegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:976:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/4981</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van 17 februari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak van</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres] , uit [plaats], eiseres.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de brief van  de raad van bestuur van het Elizabeth-TweeSteden Ziekenhuis (het ETZ) van 20 augustus 2024, waarin het ETZ zich onbevoegd acht om over het verzoek van eiseres om correctie van haar patiëntendossier te besluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiseres deelgenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De bestuursrechter kan een beroep alleen inhoudelijk beoordelen, als zij daartoe bevoegd is. Daarvoor is vereist dat beroep is ingesteld tegen een besluit.<footnote-ref linkend="_b4581fb1-46fc-4f55-beb9-58858375975e" /> Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.<footnote-ref linkend="_9b5d3e5f-6f97-4015-9878-f77b9e43f109" /> Onder bestuursorgaan wordt verstaan: een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld (een a-orgaan), of een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed (een b-orgaan).<footnote-ref linkend="_9fead037-748c-41a6-9ff8-456de19cc400" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het ETZ geen a-orgaan is, omdat het ziekenhuis geen rechtspersoon is die krachtens publiekrecht is ingesteld, maar een privaatrechtelijke rechtspersoon.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Voor de vraag of een privaatrechtelijke rechtspersoon als het ETZ een b-orgaan is, is van belang of het ETZ enig openbaar gezag kan uitoefenen. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) <footnote-ref linkend="_6356a5d5-5915-4d6e-a661-a1237cefd185" /> is daarvoor bepalend of aan het ETZ bij wet een publiekrechtelijke bevoegdheid is toegekend. Als een dergelijk wettelijk voorschrift ontbreekt, is de privaatrechtelijke rechtspersoon in beginsel geen bestuursorgaan in de zin van de Awb.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat aan het ETZ niet bij wet een publiekrechtelijke bevoegdheid is toegekend. Het ETZ is dus ook geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb. Gelet hierop is de brief van 20 augustus 2024, waarin het ETZ zich onbevoegd acht om over het verzoek van eiseres om correctie van haar patiëntendossier te besluiten, geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Omdat er in deze zaak geen besluit van een bestuursorgaan voorligt, is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep. Dit betekent dat de bestuursrechter niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De grond van eiseres dat de bestuursrechter zich al bevoegd heeft geacht bij brief van 7 oktober 2025, treft geen doel. Die brief was slechts een ontvangstbevestiging van het door eiseres ingediende beroepschrift en bevat geen oordeel van een rechter over de bevoegdheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Vervolgens verzoekt eiseres de rechtbank om ETZ aansprakelijk te stellen voor de gevolgen van het niet corrigeren van haar patiëntendossier en daarmee het weigeren om veilige zorg te borgen. Voor zover zij hiermee een verzoek om schadevergoeding in de zin van artikel 8:88 van de Awb wil indienen, is de bestuursrechter ook onbevoegd, omdat geen sprake is van een (onrechtmatig) besluit in de zin van de Awb. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Eiseres kan haar geschil met het ETZ uitsluitend aan de civiele rechter voorleggen. De rechtbank kan het beroepschrift niet doorsturen aan de civiele rechter, omdat in bepaalde gevallen een dergelijk verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat. Indien gewenst kan eiseres hierover advies inwinnen bij het Juridisch Loket, een advocaat of bij haar rechtsbijstandverlener.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. De (bestuursrechter van de) rechtbank is onbevoegd. Zij mag de zaak dus niet inhoudelijk behandelen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 17 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.</para>
  </section>
  <footnote id="_b4581fb1-46fc-4f55-beb9-58858375975e" label="1">
    <para> Zie artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9b5d3e5f-6f97-4015-9878-f77b9e43f109" label="2">
    <para> Zie artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9fead037-748c-41a6-9ff8-456de19cc400" label="3">
    <para> Zie artikel 1:1, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6356a5d5-5915-4d6e-a661-a1237cefd185" label="4">
    <para> Zie onder andere de uitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3391.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>