<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-20T14:00:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/897</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:957">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:957</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T10:51:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:957 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / 25/897</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:957:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep ongegrond, bezwaar niet-ontvankelijk, want want niet gericht tegen een besluit in de zin van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:957:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 25/897 WLZ</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser 1] en [eiser 2] , uit [plaats] , eisers</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Centraal Administratie Kantoor, het CAK.</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar van eisers tegen een betaalherinnering van de eigen bijdrage in het kader van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eisers zijn het hier niet mee eens en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het CAK het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Eisers zijn in verband met door hen ontvangen Wlz-zorg een eigen bijdrage verschuldigd. Met een brief van 15 mei 2023 heeft het CAK eisers geïnformeerd over de hoogte van het openstaande saldo aan te betalen eigen bijdrage. Eisers hebben hierop gereageerd met twee brieven van 8 juni 2024. Het CAK heeft deze brieven aangemerkt als bezwaar tegen de beschikking van 15 mei 2023. Met het bestreden besluit van 8 januari 2025 heeft het CAK het bezwaar van eisers (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 9 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en [vertegenwoordiger] namens het CAK deelgenomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van het CAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Volgens het CAK is het bezwaar van eisers (kennelijk) niet-ontvankelijk. Een betaalherinnering is niet gericht op een rechtsgevolg. Hiermee worden eisers slechts herinnerd dat er nog onbetaalde facturen zijn. Daarom is er geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beroepsgronden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Eisers hebben aangevoerd dat de vordering onjuist en ongegrond is. Het CAK heeft onjuiste gegevens verstrekt aan het incassobureau en aan de Sociale Verzekeringsbank. Eisers geven aan diverse betalingsbewijzen overgelegd te hebben, waarmee geen rekening is gehouden door het CAK. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 7:1 van de Awb in samenhang met artikel 8:1 van de Awb alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep<footnote-ref linkend="_bb64f608-02e1-458b-a7f4-f6f282bc23f1" /> is een schriftelijke mededeling over de hoogte van een nog terug te betalen bedrag, waarover in het verleden al besluiten zijn genomen, niet op rechtsgevolg gericht en daarom geen besluit in de zin van de Awb. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Met de brief van 15 mei 2023 is door het CAK aan eisers een mededeling gedaan over de in totaal nog te betalen eigen bijdrage. Over de vaststelling van de eigen bijdrage zijn in het verleden reeds besluiten genomen. De brief van 15 mei 2023 is slechts van informatieve aard en niet op rechtsgevolg gericht. Daarom kan deze brief niet aangemerkt worden als een besluit in de zin van de Awb. Dat betekent dat het CAK het bezwaar van eisers terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is ongegrond. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van J. Boer-IJzelenberg, griffier, op 13 februari 2026 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: wettelijke kader</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Algemene wet bestuursrecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 1:3, eerste lid</emphasis>
      </para>
      <para>Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 7:1, eerste lid</emphasis>
      </para>
      <para>Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij:</para>
      <para>a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen,</para>
      <para>b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen,</para>
      <para>c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt,</para>
      <para>d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4,</para>
      <para>e. het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft,</para>
      <para>f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit,</para>
      <para>g. het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 8:1</emphasis>
      </para>
      <para>Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_bb64f608-02e1-458b-a7f4-f6f282bc23f1" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:331.</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>