<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T13:47:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-296955-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:937">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:937</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T09:49:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:937 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / 02-296955-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:937:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring belaging (stalking) ex-partner. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dadelijke uitvoerbaarheid van vrijheidsbeperkende maatregel (contactverbod). Tenuitvoerlegging voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:937:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02-296955-25</para>
      <para>Parketnummers TUL: 02-180158-24 en 02-201754-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 13 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1991,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats] ,</para>
      <para>raadsman: mr. S.M. van der Want, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 januari 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met de bovenvermelde parketnummers.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer] ) heeft gestalkt.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het tenlastegelegde bewezen op grond van de bewijsmiddelen en de bekennende verklaring van verdachte. Niet kan worden bewezen dat verdachte het oogmerk had om [slachtoffer] vrees aan te jagen, zodat daarvan vrijspraak moet volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen </emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs </emphasis>
          </para>
          <para>Uit de aangifte van [slachtoffer] en de processen-verbaal van bevindingen blijkt dat verdachte in de ten laste gelegde periode [slachtoffer] veelvuldig heeft gebeld, voicemails heeft achtergelaten, berichten, e-mails en kaarten heeft gestuurd en dat hij bij [slachtoffer] aan de deur is geweest. [slachtoffer] heeft, na het verbreken van de relatie, verdachte diverse keren laten weten dat zij geen contact wilde. Ook de politie heeft een stopgesprek met verdachte gevoerd om hem ervan te doordringen dat zijn pogingen tot het leggen van contact met [slachtoffer] ongewenst waren. Desondanks is verdachte doorgegaan met het zoeken van contact met [slachtoffer] . Daartoe heeft verdachte ter zitting opgemerkt dat hij contact met [slachtoffer] bleef zoeken, omdat hij antwoord wilde op vragen, verdriet had en praktische zaken wenste op te lossen. De rechtbank is, gelet op al deze omstandigheden, van oordeel dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig en opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] en dat verdachte zich dus schuldig heeft gemaakt aan belaging (stalking) van [slachtoffer] . De rechtbank acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Van het oogmerk om [slachtoffer] vrees aan te jagen zal de rechtbank verdachte partieel vrijspreken, omdat dat uit het dossier niet blijkt.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op meerdere tijdstippen gelegen in de periode van 22 juni 2025 tot en met 6 november 2025 te [plaats] wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] , door<?linebreak?>- zich op te houden voor of in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [slachtoffer] voornoemd en <?linebreak?>- meermalen een kaart te versturen aan die [slachtoffer] voornoemd en <?linebreak?>- veelvuldig (telefonisch) contact te zoeken met die [slachtoffer] voornoemd en <?linebreak?>- veelvuldig e-mail-berichten en WhatsApp-berichten te sturen aan die [slachtoffer] voornoemd en<?linebreak?>- veelvuldig voicemail berichten in te spreken aan die [slachtoffer] voornoemd, met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen en te dulden </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. Verder vordert de officier van justitie aan verdachte op te leggen een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), inhoudende een contactverbod met [slachtoffer] voor de duur van vijf jaren, met bepaling dat per overtreding van deze maatregel één week hechtenis wordt toegepast. Ten slotte vordert de officier van justitie te bepalen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen. De verdediging verzet zich niet tegen een contactverbod in de vorm van een 38v-maatregel.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich gedurende ongeveer vijf maanden schuldig gemaakt aan belaging van [slachtoffer] . Na het verbreken van de relatie door [slachtoffer] heeft hij haar lastiggevallen door haar vaak te bellen, te mailen, voicemailberichten in te spreken, berichten en kaarten te sturen, en door zich voor haar woning te begeven. Dit allemaal heeft verdachte gedaan terwijl de politie al een stopgesprek met hem had gevoerd. Verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Hij heeft zich enkel laten leiden door zijn eigen gevoelens zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor [slachtoffer] . Uit de ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring van [slachtoffer] blijkt ook hoe groot de gevolgen van het feit voor haar zijn geweest. Het handelen van verdachte heeft bij haar gevoelens van angst, onveiligheid en verdriet teweeggebracht, waarvoor zij professionele hulp heeft gezocht. De oplossing ligt volgens [slachtoffer] niet primair in een straf, maar in passende behandeling en begeleiding voor verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen voor onder andere huiselijk geweld en het overtreden van een gedragsaanwijzing (contactverbod). Deze feiten staan in relatie tot [slachtoffer] . Uit het strafblad van verdachte volgt voorts dat hij in twee proeftijden liep ten tijde van het plegen van het feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 27 januari 2026. Hieruit volgt dat het recidiverisico als hoog wordt ingeschat, dat er geen sprake is van gedragsverandering bij verdachte, dat het hem ontbreekt aan inzicht in eigen gedrag en de effecten daarvan op de ander en dat hij bij zijn eigen overtuigingen blijft. Daarnaast heeft verdachte herhaaldelijk kenbaar gemaakt niet open te staan voor de geïndiceerde langdurige klinische opname en wenst hij zijn problematiek op zijn eigen manier aan te pakken. Voorgaande maakt dat de reclassering adviseert tot het opleggen van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Wel adviseert de reclassering tot het opleggen van een contactverbod met [slachtoffer] als vrijheidsbeperkende maatregel en wordt daarbij tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van het feit en de gevolgen daarvan voor [slachtoffer] . Ook houdt de rechtbank rekening met het feit dat uit het strafblad van verdachte volgt dat hij eerder is veroordeeld voor strafbare feiten waarbij [slachtoffer] als slachtoffer is betrokken en dat verdachte zich tijdens twee lopende proeftijden schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit, wederom in relatie tot [slachtoffer] . Tot slot weegt de rechtbank mee dat verdachte niet openstaat voor de geadviseerde hulpverlening.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het voorgaande afwegend acht de rechtbank de strafeis van de officier van justitie passend. Dat betekent dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr</emphasis>
        </para>
        <para>Naast de opgelegde straf zal de rechtbank, gelet op de ernst van het feit en het recidiverisico, ter bescherming van [slachtoffer] een contactverbod als vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr opleggen voor de duur van vijf jaren, met bepaling dat voor elke overtreding één week vervangende hechtenis wordt toegepast, met een maximum van zes maanden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] , zal de rechtbank de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De vorderingen tenuitvoerlegging</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">02-201754-24</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de politierechter te Middelburg van 3 juli 2024 ten uitvoer zal worden gelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman verzoekt primair de proeftijd te verlengen met één jaar. Subsidiair wordt verzocht om de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf te verdisconteren in de strafmaat van de onderhavige zaak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de proeftijd te verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">02-180158-24</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling in het bovengenoemde parketnummer. De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf van 60 uren is reeds gelast door de politierechter op 27 januari 2026. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para>	belaging;</para>
    <para />
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 160 (honderdzestig) dagen, waarvan 60 (zestig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van <emphasis role="bold">5 (vijf) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1989;</emphasis></para>
    <para>- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> bedraagt <emphasis role="bold">1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, </emphasis>met een maximale duur van 6 (zes) maanden;</para>
    <para>- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;</para>
    <para>- beveelt dat de opgelegde maatregel <emphasis role="bold">dadelijk uitvoerbaar</emphasis> is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich opnieuw belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vorderingen tenuitvoerlegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 3 juli 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-201754-24<emphasis role="bold"> ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, te weten een <emphasis role="bold">gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) dagen</emphasis>;</para>
    <para>- verklaart de officier van justitie <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 02-180158-24;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorlopige hechtenis </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 22 juni</para>
      <para>2025 tot en met 6 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland,</para>
      <para>wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt</para>
      <para>op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,</para>
      <para>door</para>
    </parablock>
    <para>- veelvuldig, althans meermalen zich opgehouden voor en/of in de onmiddellijke</para>
    <para>nabijheid van de woning van die [slachtoffer] voornoemd en/of</para>
    <para>- veelvuldig, althans meermalen een of meerdere kaarten verstuurd aan die [slachtoffer]</para>
    <para>voornoemd en/of</para>
    <para>- veelvuldig, althans meermalen (telefonisch) contact gezocht/trachten te</para>
    <para>zoeken/opgenomen met die [slachtoffer] voornoemd en/of</para>
    <para>- veelvuldig, althans meermalen e-mail-berichten en/of WhatsApp-berichten</para>
    <para>verstuurd aan die [slachtoffer] voornoemd,</para>
    <para>- veelvuldig, althans meermalen voicemail berichten ingesproken aan die [slachtoffer]</para>
    <parablock>
      <para>voornoemd,</para>
      <para>met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of</para>
      <para>vrees aan te jagen;</para>
      <para>(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>