<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T10:00:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/4099 PW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:819">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:819</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-17T12:07:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:819 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-02-2026 / 25/4099 PW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:819:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Individuele inkomenstoeslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:819:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 25/4099 PW</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [eisers]
          </emphasis>, uit [woonplaats] , eisers</para>
        <para>(gemachtigde: mr. G.A.R. Wieleman),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.H.T. Hagebols).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 3 juli 2025 (bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen mr. L.H.T Hagebols namens het college. Eisers en hun gemachtigde zijn niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Eisers hebben op 11 december 2024 een aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet ingediend bij het college. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 6 januari 2025 buiten behandeling gesteld omdat eisers de door het college gevraagde gegevens met betrekking tot Marktplaatsadvertenties niet hebben overgelegd. Eisers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit heeft het college aan eisers meegedeeld dat de aanvraag alsnog inhoudelijk is. Omdat het inkomen van eisers over de referteperiode niet kan worden vastgesteld hebben zij niet aannemelijk kunnen maken dat zij gedurende de referteperiode een langdurig laag inkomen hadden van niet meer dan 110% van de bijstandsnorm. Zij komen daarom niet in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag.</para>
      <para />
      <para>3. Eisers stellen in beroep dat het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Het college had op basis van de door eiser aangeleverde gegevens het (aanvullende) recht op bijstand (schattenderwijs) kunnen vaststellen en nader moeten onderzoeken of eisers een inkomen hebben gehad dat niet hoger is dan 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm. </para>
      <para>4. Het college kan een individuele inkomstenstoeslag toekennen als de aanvragers in de referteperiode van drie jaar een laag inkomen hebben. Dit volgt uit artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet en de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout. Het is aan de aanvragers om aannemelijk te maken dat zij voldoen aan de voorwaarden voor een individuele inkomstenstoeslag. Een van die voorwaarden is dat het inkomen gedurende de referteperiode lager dan 110% van de bijstandsnorm is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat er in de referteperiode bij eisers sprake was van een onduidelijke financiële situatie. De rechtbank onderschrijft dit standpunt. Uit de uitspraak van deze rechtbank van 25 november 2025<footnote-ref linkend="_3963b8df-e27f-4cc0-98bc-1c9841fee1bd" /> blijkt dat eisers via Marktplaats goederen verkochten in maanden die binnen de referteperiode vallen. In die uitspraak is overwogen dat het inkomen over die maanden niet kan worden vastgesteld omdat eisers geen deugdelijke administratie hebben overgelegd met betrekking tot de handel op Marktplaats. Een dergelijke administratie hebben eisers ook niet overgelegd bij hun aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag. Hieruit volgt dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat hun inkomen in de referteperiode lager was dan 110% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Dit betekent dat niet aan de voorwaarden voor toekenning van een individuele inkomenstoeslag wordt voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Eisers hebben aangevoerd dat het college niet heeft getoetst of het schattenderwijs vaststellen van hun inkomen mogelijk is. De uitspraken waar eisers in dit kader naar hebben verwezen, zien op de intrekking van het recht op bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht. Dat is een andere situatie dan hier aan de orde is. De rechtbank komt tot de conclusie dat deze grond niet kan slagen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat de afwijzing van de aanvraag voor individuele inkomenstoeslag in stand kan blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond is, krijgen eisers geen proceskostenvergoeding. Ook krijgen zij het griffierecht niet vergoed. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 10 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Participatiewet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 36. Individuele inkomenstoeslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Op aanvraag van een persoon van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, die langdurig een laag inkomen en geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 heeft en geen uitzicht heeft op inkomensverbetering, kan het college, gelet op de omstandigheden van die persoon, een individuele inkomenstoeslag verlenen.</para>
    <para>2. Tot de omstandigheden, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval gerekend:</para>
    <para>a. de krachten en bekwaamheden van de persoon; en</para>
    <para>b. de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.</para>
    <para>3. Indien aan de persoon, bedoeld in het eerste lid, in de periode van 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de aanvraag, een individuele inkomenstoeslag is verleend, wordt de aanvraag afgewezen.</para>
    <para>4. De artikelen 43, 49 en 52 zijn niet van toepassing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015, gemeente Oosterhout</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 1 Begripsomschrijvingen</emphasis>
      </para>
      <para>(…)</para>
    </parablock>
    <para>2. In deze verordening wordt verstaan onder:</para>
    <para>(…)</para>
    <para>c. peildatum: de datum waarop het recht op de individuele inkomenstoeslag ontstaat, voor zover deze datum niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om de individuele inkomenstoeslag aan te vragen;</para>
    <para>d. referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Artikel 2 Voorwaarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Onverlet het bepaalde in artikel 36 van de wet komt in aanmerking voor de individuele inkomenstoeslag de belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die op de peildatum:</para>
    <para>a. gedurende de referteperiode aangewezen is geweest op een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de voor hem geldende bijstandsnorm, en</para>
    <para>b. in de gemeente Oosterhout woonachtig is, en</para>
    <para>c. gedurende de referteperiode rechtmatig in Nederland heeft verbleven, met uitzondering van een periode als bedoeld in artikel 13, lid 1, onderdeel e, van de wet.</para>
    <para>2. Geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft de belanghebbende die op de peildatum of in de referteperiode een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.</para>
  </section>
  <footnote id="_3963b8df-e27f-4cc0-98bc-1c9841fee1bd" label="1">
    <para> ECLI:NL:RBZWB:2025:8304</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>