<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:13:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/2099</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2026021701</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2026-0323</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:780">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:780</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-13T12:07:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:780 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-02-2026 / BRE 25/2099</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:780:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54; Bezwaar terecht niet-ontvankelijk en beroep dus ongegrond. Een fout van de accountant van belanghebbende komt voor rekening en risico van belanghebbende. Een fout van de accountant zorgt ervoor dat geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Omdat het gaat om de inkomstenbelasting, en belanghebbende nog geen uitspraak op bezwaar heeft gehad ten aanzien van het verzoek om ambtshalve vermindering, verwijst de rechtbank de zaak terug voor zover de zaak ziet op de ambtshalve beslissing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:780:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/2099 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 18 maart 2025. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020 met [aanslagnummer] H.06.01. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. De inspecteur heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar niet tijdig was ingediend. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De inspecteur heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Daarom is het beroep kennelijk ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.<footnote-ref linkend="_654bba5b-90c6-4e2c-b54d-2d7b7625a6e3" /> Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet of van de voor bezwaar vatbare beschikking.<footnote-ref linkend="_064ee981-3755-4847-87d9-0e0182c041df" />Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop dat aanslagbiljet of die beschikking is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.<footnote-ref linkend="_fcce5026-55e7-4151-b339-cf3b03578d73" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verontschuldigbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.<footnote-ref linkend="_987b8976-ff9e-43ef-ae03-2e411d7df3d5" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het bezwaarschrift te laat ingediend?</emphasis>
        </para>
        <para>4. Vast staat dat de dagtekening van de aanslag 24 september 2021 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift eindigde dus op 5 november 2021. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Belastingdienst heeft het bezwaarschrift van belanghebbende ontvangen op 9 oktober 2023. Het bezwaarschrift is dus niet tijdig ingediend.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het te laat indienen verontschuldigbaar?</emphasis>
        </para>
        <para>5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Zijn aangifte inkomstenbelasting wordt altijd ingevuld door zijn accountant en hij geeft slechts akkoord. De aanslag bevatte echter een fout die niet door hem of zijn accountant is opgemerkt. Belanghebbende stelt dat het bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard dient te worden, gelet op het grote financiële belang</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Een fout van een adviseur of accountant waarvan belanghebbende te laat kennisneemt, komt voor rekening en risico van belanghebbende zelf. Het had op de weg van belanghebbende gelegen om de ingevulde aangifte te controleren voordat er akkoord werd gegeven. Wanneer een termijnoverschrijding aan belanghebbende zelf toe te rekenen is, is geen sprake van een situatie zoals bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De ambtshalve beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>6. In de brief met dagtekening 23 april 2025 – ontvangen bij de Belastingdienst op 24 april 2025 – heeft belanghebbende een verzoek om ambtshalve vermindering gedaan. De inspecteur heeft het verzoek om ambtshalve vermindering afgewezen. Echter, Op grond van artikel 9.6, vijfde lid van de Wet inkomstenbelasting 2001, heeft de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking beslist op dit verzoek om ambtshalve vermindering. In de afwijzing op het verzoek om ambtshalve vermindering heeft de inspecteur belanghebbende gewezen op de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen deze afwijzing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De inspecteur heeft in zijn verweerschrift aangegeven dat het bezwaarschrift tegen de ambtshalve vermindering inmiddels in behandeling is genomen en hij daarom geen reden ziet om in te stemmen met het verzoek om prorogatie. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>7. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond voor zover het op die beslissing ziet. De rechtbank kan niet oordelen voor zover het beroep ziet op de afwijzingsbeschikking bij het verzoek om ambtshalve vermindering. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep ongegrond voor zover het beroep zich richt tegen het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst de zaak terug naar verweerder en draagt verweerder op om alsnog op het bezwaar met betrekking tot de afwijzende beschikking op het verzoek om ambtshalve vermindering te beslissen. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 9 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_654bba5b-90c6-4e2c-b54d-2d7b7625a6e3" label="1">
    <para> Dit volgt uit artikel 6:7 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_064ee981-3755-4847-87d9-0e0182c041df" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fcce5026-55e7-4151-b339-cf3b03578d73" label="3">
    <para> Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_987b8976-ff9e-43ef-ae03-2e411d7df3d5" label="4">
    <para> Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>