<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T14:04:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-022360-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:738">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:738</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-09T09:25:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:738 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-02-2026 / 02-022360-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:738:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor diefstal met bedreiging met geweld met een op een vuurwapen lijkend voorwerp. Deels voorwaardelijke werkstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:738:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 02-022360-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 9 februari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,</para>
      <para>raadsman mr. M. Kalle, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting met gesloten deuren van 26 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 23 oktober 2024:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1: </emphasis>sloffen sigaretten heeft gestolen van [aangever] door bedreiging met geweld;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis> een op een vuurwapen lijkend voorwerp voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 23 oktober 2024 schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. Verdachte heeft aan aangever de BB-gun getoond en deze op hem gericht en gezegd dat hij moest maken dat hij wegkwam of woorden van gelijke strekking.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een BB-gun, een wapen van categorie I, onder 7º van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad nu hij deze BB-gun gebruikt heeft om de diefstal als bedoeld onder feit 1 te plegen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De verdediging benadrukt dat er weliswaar iets gezegd is door verdachte, maar dat hij niet “of ik schiet” gezegd heeft of woorden van gelijke strekking. Ook wordt door de verdediging betwist dat verdachte de BB-gun op aangever gericht heeft. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen </emphasis>
          </para>
          <para>Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het wapen op aangever heeft gericht en heeft gezegd “voordat ik schiet” of woorden van gelijke strekking, omdat het dossier daarvoor naast de verklaring van aangever onvoldoende bewijs bevat. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>1</para>
        <para>op 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland 5 sloffen sigaretten, die geheel  aan [aangever] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door een op een pistool gelijkend voorwerp te tonen aan die [aangever] en daarbij <emphasis role="italic">te zeggen</emphasis> "Ga hier weg ", althans woorden van gelijke aard of strekking;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2</para>
        <para>op 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, namelijk een Colt M1911 Al, voorhanden heeft gehad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest. Tevens wordt een voorwaardelijke jeugddetentie gevorderd voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt, met het oog op het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag geen (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Voor het overige kan de verdediging zich vinden in de eis van de officier van justitie, maar wordt verzocht een deel van de werkstraf voorwaardelijk op te leggen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een straatroof en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen lijkend voorwerp (een BB-gun). Verdachte heeft aangever naar een afgelegen plek laten komen op een tijdstip dat het al donker was en vervolgens aangever onder bedreiging van een wapen sloffen sigaretten afhandig gemaakt. Het moet voor het slachtoffer een bijzonder angstige ervaring geweest zijn, omdat hij niet wist of het wapen dat verdachte op hem richtte een echt vuurwapen betrof. Dit soort feiten heeft niet alleen veelal ernstige psychische gevolgen voor het slachtoffer, maar zorgt ook voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast is wapenbezit, ook als het gaat om een nepvuurwapen, onacceptabel omdat het risico bestaat dat dit gebruikt wordt (zoals ook in dit geval) en dat daarmee mensen worden bedreigd en bang gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 januari 2026 en de aanvulling die daarop ter zitting is gegeven. Hieruit volgt dat er twijfels zijn of de leeftijdsgenoten met wie verdachte omgaat wel een positieve invloed hebben, gezien het feit dat hij via een van hen het wapen heeft geleend waarmee het delict is gepleegd. Daarnaast geeft verdachte zelf aan onvoldoende weerbaar te zijn in situaties waarin leeftijdsgenoten vragen mee te doen met iets waarvan hij achteraf beseft dat dit fout of strafbaar is. Zijn weerbaarheid, impulsiviteit en contact met bepaalde leeftijdsgenoten zullen de kans op recidive vergroten. Beschermende factoren die het risico op recidive kunnen verkleinen, zijn dat  verdachte een zinvolle dagbesteding heeft door school, stage en werk en dat hijzijn school zeer serieus neemt. Verdachte luistert naar de regels en afspraken thuis en zijn ouders zijn nauw betrokken. Hij moet hen altijd laten weten waar hij is en met wie en ook wordt door vader gecontroleerd of hij bijvoorbeeld daadwerkelijk op school is. Daarnaast is verdachte uit eigen beweging naar de huisarts gegaan omdat hij merkt dat hij zich slecht kan concentreren en impulsief handelt als mensen iets van hem vragen waarvan hij weet dat het niet goed voor hem is. De Raad ziet geen aanleiding voor het adviseren van bijzondere voorwaarden en adviseert de hulp in het vrijwillig kader verder op te pakken. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De op te leggen straf</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en naar de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke jeugddetentie, ondanks de ernst van het feit, niet passend is gelet op het blanco strafblad van verdachte en de beschermende factoren zoals benoemd door de Raad. De rechtbank acht wel van belang om aan verdachte een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf opleggen voor de duur van 100 uur, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De onttrekking aan het verkeer </emphasis>
        </para>
        <para>Het inbeslaggenomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> Diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2:</emphasis> handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en </para>
      <para>munitie; </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:</para>
    <para>* 1 STK Speelgoed (Omschrijving: PL2000-2024279428-G2820968 speelgoed pistool, zwart) .</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Hoeven, voorzitter, tevens kinderrechter,</para>
      <para>en mr. P.W.G. de Beer en mr. N.C.W. Haesen, kinderrechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van 9 februari 2026, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken ter de openbare zitting op 9 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland</para>
      <para>5, althans een of meer sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten</para>
      <para>dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft</para>
      <para>weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke</para>
      <para>diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging</para>
      <para>met geweld tegen die [aangever] ,</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te</para>
      <para>maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht</para>
      <para>mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een op een</para>
      <para>pistool, althans een (vuur)wapen gelijkend voorwerp te richten naar en/of te tonen</para>
      <para>aan die [aangever] en/of daarbij heeft gezegd "Ga hier weg voordat ik schiet",</para>
      <para>althans woorden van gelijke aard of strekking;</para>
      <para>( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland</para>
      <para>een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten</para>
      <para>een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een</para>
      <para>ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen</para>
      <para>geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk</para>
      <para>een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende</para>
      <para>gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, namelijk een Colt M1911 Al, voorhanden</para>
      <para>heeft gehad;</para>
      <para>( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>