<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T11:43:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 24/5818</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:518">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:518</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-06T11:42:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:518 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-01-2026 / BRE 24/5818</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:518:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>schadeverzoek FSV. Bestuursrechter niet bevoegd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:518:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 24/5818 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiseres], uit [plaats], eiseres</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de minister van Financiën </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het schadeverzoek van verzoekster in verband met een registratie in het systeem Fraude Signalering Voorziening (FSV).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De bestuursrechter is onbevoegd om het verzoek te behandelen. Hierna wordt uitgelegd waarom de bestuursrechter onbevoegd is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Voorgeschiedenis</emphasis>
        <?linebreak?>3.	De gegevens van verzoekster stonden opgenomen in het FSV-systeem van de belastingdienst. Het gebruik van dit FSV-systeem voldeed echter niet aan de privacywet aan Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft zich op 8 maart 2025 gemeld bij de belastingdienst en verzocht om schadevergoeding vanwege de FSV-registratie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Met de brief van 24 april 2025 is aan verzoekster meegedeeld dat de voorlopige conclusie is dat haar verzoek om schadevergoeding niet wordt goedgekeurd. Verzoekster heeft beroep ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Na vragen van de griffier heeft verzoekster een brief van 28 mei 2025 overgelegd van de minister van financiën. In die brief is aan verzoekster meegedeeld dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tevens is meegedeeld dat geen bezwaar mogelijk is tegen de beoordeling van haar schadeverzoek. Als zij het niet eens is met de uitkomst kan zij naar de rechter stappen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De rechtbank gaat ervan uit dat verzoekster aan de rechtbank vraagt om de minister te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is de bestuursrechter bevoegd een oordeel te geven?</emphasis>
        </para>
        <para>4.	Bij de vraag of de bestuursrechter bevoegd is om een oordeel te geven over het schadeverzoek van verzoekster, is van belang wat de gestelde schade-oorzaak is. Dit is namelijk bepalend bij de beantwoording van de vraag of een schadeverzoek kan worden ingediend bij de bestuursrechter. De rechtbank stelt vast dat verzoekster wil bereiken dat de minister aan haar een schadevergoeding betaalt vanwege de FSV-registratie.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De verwerking van persoonsgegevens is een feitelijke handeling.<footnote-ref linkend="_01655762-3c77-4e5c-a7a8-0c34f09777a9" /> Deze verwerking is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De bestuursrechter kan daarom geen oordeel geven over de rechtmatigheid van mededelingen over de vergoeding van schade veroorzaakt door feitelijk handelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Dit betekent dat voor verzoekster niet de bestuursrechtelijke weg open staat. Uitsluitend de burgerlijke rechter is bevoegd het schadeverzoek van verzoekster  te beoordelen. De bestuursrechter kan daarom het verzoek niet in behandeling nemen. Verzoekster zal zich hiervoor tot de burgerlijke rechter moeten wenden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. Daarvoor moet verzoekster een gerechtsdeurwaarder inschakelen. De rechtbank heeft het verzoekschrift daarom niet doorgestuurd naar de burgerlijke rechter.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie en gevolgen</emphasis>
        </para>
        <para>5. De rechtbank zal zich onbevoegd verklaren. Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, is geen griffierecht verschuldigd. Het door verzoekster betaalde griffierecht zal aan haar worden terugbetaald.<?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 29 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als verzoekster het niet eens is met deze uitspraak, kan zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitlegt waarom zij het niet eens is met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als verzoekster graag een zitting wil om het verzetschrift toe te lichten, moet zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_01655762-3c77-4e5c-a7a8-0c34f09777a9" label="1">
    <para> Zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2024:2891</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>