<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T13:56:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-408558-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:473">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:473</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T13:55:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:473 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-01-2026 / 02-408558-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:473:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 6 WVW, eendaadse samenloop met absorptie, strafdoel algemene preventie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:473:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02-408558-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 28 januari 2026 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres </para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>raadsman mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 14 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para>1. schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval als gevolg waarvan </para>
    <parablock>
      <para> [slachtoffer] is overleden, terwijl verdachte onder invloed van alcoholhoudende drank </para>
      <para>    was;</para>
    </parablock>
    <para>2. gevaar heeft veroorzaakt op de weg, door zijn rijgedrag terwijl hij onder invloed </para>
    <para>    was van alcoholhoudende drank;</para>
    <para>3. een auto heeft bestuurd terwijl hij onder invloed was van alcoholhoudende drank.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Ten aanzien van feit 1 kan worden bewezen dat verdachte schuld heeft aan het ongeval in de lichtste tenlastegelegde variant. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte reed niet te hard volgens de verkeersregels, maar wel voor de situatie. Het is onduidelijk wat het rijgedrag was van de auto vóór verdachte waarmee verdachte een botsing wilde voorkomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1<?linebreak?>hij op 28 januari 2024 in de gemeente Goes, <?linebreak?>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig<?linebreak?>(bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de A58, zich zodanig heeft gedragen<?linebreak?>dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft<?linebreak?>plaatsgevonden door in aanzienlijke mate<?linebreak?>onvoorzichtig en onachtzaam en onnadenkend <?linebreak?>te rijden met een hogere snelheid dan gelet op de verkeerssituatie<?linebreak?>verantwoord was, en, nadat hij eerst vrijwel direct na het invoegen op de A58 via<?linebreak?>rijstrook 1 een andere auto had ingehaald, weer vanaf rijstrook 1 naar rijstrook 2<?linebreak?>terug te sturen om vrijwel direct daarna weer abrupt terug naar links (van rijstrook 2<?linebreak?>naar rijstrook 1) te sturen (teneinde een botsing met een voor hem op rijstrook 2<?linebreak?>rijdende auto te voorkomen) en daarbij de controle over zijn voertuig kwijt te<?linebreak?>raken en met zijn auto in een slip te belanden en vervolgens tegen de<?linebreak?>geleiderail van de middengeleider is gebotst,<?linebreak?>waardoor een ander werd gedood, te weten [slachtoffer] (inzittende van<?linebreak?>voornoemde bestelauto) die uit de bestelauto werd geslingerd en op het wegdek van<?linebreak?>de A58 terecht is gekomen en (vrijwel direct) werd overreden door een aldaar<?linebreak?>rijdende personenauto,<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para />
      <para>2<?linebreak?>hij op 28 januari 2024 in de gemeente Goes, als bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de A58,<?linebreak?>- terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol –<?linebreak?>met een snelheid van ongeveer 135 km/uur heeft ingevoegd vanaf de invoegstrook naar de rechterrijstrook<?linebreak?>(rijstrook 2) van de A58 en direct door naar de linkerrijstrook (rijstrook 1) gereden<?linebreak?>heeft (om een auto op rijstrook 2 in te halen) en vervolgens weer terug naar rijstrook<?linebreak?>2 is gegaan en <?linebreak?>onvoldoende zijn snelheid heeft aangepast aan de verkeerssituatie en abrupt<?linebreak?>naar links (van rijstrook 2 naar rijstrook 1) heeft gestuurd (teneinde een botsing met<?linebreak?>een voor hem rijdende auto te voorkomen) en daarbij de controle over zijn<?linebreak?>voertuig is kwijt geraakt en met zijn auto in een slip is beland en vervolgens<?linebreak?>tegen de geleiderail van de middengeleider is gebotst,<?linebreak?>door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,<?linebreak?>en het verkeer op die weg werd gehinderd.<?linebreak?></para>
      <para>3<?linebreak?>hij op 28 januari 2024 te Goes, als bestuurder<?linebreak?>van een motorrijtuig, bestelauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik<?linebreak?>van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek,<?linebreak?>als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994,<?linebreak?>1,18 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram, alcohol per milliliter bloed<?linebreak?>bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist<?linebreak?>en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de<?linebreak?>eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van<?linebreak?>18 jaar had bereikt.<?linebreak?></para>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van honderd uur en een voorwaardelijke rijontzegging van één jaar met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie heeft bij deze strafeis sterk rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte bij het ongeval zijn vriend is verloren en dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft om te werken zodat hij de schadevergoedingen kan betalen.</para>
        <para>De officier van justitie heeft voorts naar voren gebracht dat er drie feiten ten laste zijn gelegd, maar dat sprake is van één feitencomplex.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging heeft naar voren gebracht dat zij de eis van de officier van justitie passend acht. Verdachte heeft naar voren gebracht dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk, maar dat daar wel oplossingen voor mogelijk zijn.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>- <emphasis role="italic">De ernst van de feiten</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval waarbij zijn passagier om het leven is gekomen. Hij was onder invloed van alcohol en reed sneller dan verantwoord was gegeven de verkeerssituatie, waardoor hij de macht over het stuur verloor. Op verkeersdeelnemers rust een zorgplicht en verdachte is hierin ernstig tekortgeschoten. Verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn passagier en ook ten opzichte van de medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen.  Dit alles neemt de rechtbank verdachte kwalijk.</para>
        <para>Verdachte heeft diep en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden van het slachtoffer. De impact van het fatale ongeval is zeer groot.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">De persoonlijke omstandigheden</emphasis></para>
      <para>Uit het strafblad van 30 december 2024 op naam van verdachte komt naar voren dat hij twee keer voor lichte vergrijpen in contact is geweest met justitie, waarop is gereageerd met een strafbeschikking. De rechtbank zal dit niet in negatieve zin betrekken bij de oplegging van de straf.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Reclassering Nederland heeft in het adviesrapport van 9 december 2025 naar voren gebracht dat sprake is van stabiliteit op alle leefgebieden. Het verkeersongeval en het verlies van zijn beste vriend hebben zijn wereld op zijn kop gezet. Verdachte neemt verantwoordelijkheid richting de familie van het slachtoffer. Hij leeft met een schuldgevoel richting iedereen die het slachtoffer kende. Hij vindt het lastig om om te gaan met zijn eigen rouwproces en gevoelens. Naar aanleiding van het verkeersongeval heeft verdachte een cursus gevolgd bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Hij zegt nu niet meer te drinken als hij deelneemt aan het verkeer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit heeft verdachte ter terechtzitting herhaald. De cursus van het CBR heeft hem naar eigen zeggen verhelderende inzichten gegeven over de invloed van alcohol op het denken (zelfoverschatting) en op de langzamere reactiesnelheid tijdens het rijden. De rechtbank gaat ervan uit dat, behalve de gevolgen van het ongeval zelf, ook deze cursus een recidivebeperkende werking heeft gehad. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>- <emphasis role="italic">De straf</emphasis></para>
      <para>Er is sprake van ééndaadse samenloop van de bewezenverklaarde feiten. Dit leidt ertoe dat van de bewezenverklaarde feiten 1 en 2 alleen feit 1 gekwalificeerd zal worden omdat feit 2 een overtreding betreft.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In soortgelijke zaken wordt als uitgangspunt genomen een gevangenisstraf van zes maanden in combinatie met een rijontzegging van twee jaar. Gelet op de omstandigheden in deze zaak zal de rechtbank hier echter van afwijken. Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte bij het ongeval een zeer dierbare vriend is verloren. Daarbij komt dat verdachte steeds contact heeft gehouden met de nabestaanden en dat hij financieel ook zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat het lang heeft geduurd totdat het tot een behandeling van de zaak is gekomen. </para>
        <para>De door de officier van justitie gevorderde straf acht de rechtbank vanwege het strafdoel van algemene preventie echter onvoldoende passend. Om recht te doen aan dit strafdoel, maar eveneens rekening houdend met genoemde omstandigheden van verdachte, acht de rechtbank een taakstraf van 180 uur en een rijontzegging van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.                                   </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 55 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 8, 175, 176 en 179 van de Wegverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Eendaadse samenloop van  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een </para>
      <para>ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b van deze wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet </para>
      <para>1994;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">90 (negentig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bijkomende straffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 (twaalf) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door J.F.C. Janssen, voorzitter, en mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken ter de openbare zitting op 28 januari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1<?linebreak?>hij op of omstreeks 28 januari 2024 in de gemeente Goes, althans in Nederland,<?linebreak?>als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig<?linebreak?>(bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de A58, zich zodanig heeft gedragen<?linebreak?>dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft<?linebreak?>plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval in hoge, althans aanzienlijke mate<?linebreak?>onvoorzichtig en/of onachtzaam en of onnadenkend en/of ondeskundig<?linebreak?>- terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol -<?linebreak?>te rijden met een aanmerkelijk hogere snelheid dan gelet op de verkeerssituatie<?linebreak?>verantwoord was, althans onvoldoende zijn snelheid aan te passen aan de<?linebreak?>verkeerssituatie en/of, nadat hij eerst vrijwel direct na het invoegen op de A58 via<?linebreak?>rijstrook 1 een andere auto had ingehaald, weer vanaf rijstrook 1 naar rijstrook 2<?linebreak?>terug te sturen om vrijwel direct daarna weer abrupt terug naar links (van rijstrook 2<?linebreak?>naar rijstrook 1) te sturen (teneinde een botsing met een voor hem op rijstrook 2<?linebreak?>rijdende auto te voorkomen) en/of (daarbij) de controle over zijn voertuig kwijt te<?linebreak?>raken en/of met zijn auto in een slip te belanden en/of (vervolgens) tegen de<?linebreak?>geleiderail van de middengeleider is gebotst,<?linebreak?>waardoor een ander werd gedood, te weten [slachtoffer] (inzittende van<?linebreak?>voornoemde bestelauto) die uit de bestelauto werd geslingerd en op het wegdek van<?linebreak?>de A58 terecht is gekomen en (vrijwel direct) werd overreden door een aldaar<?linebreak?>rijdende personenauto,<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste,<?linebreak?>tweede, derde, vierde of vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, dan wel na het<?linebreak?>feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde,<?linebreak?>zevende of negende lid van genoemde wet;<?linebreak?>( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    <para />
    <para>2<?linebreak?>hij op of omstreeks 28 januari 2024 in de gemeente Goes, althans in Nederland, als<?linebreak?>bestuurder van een motorrijtuig (bestelauto), daarmede rijdende over de weg, de<?linebreak?>A58,<?linebreak?>- terwijl verdachte verkeerde onder invloed van alcohol –<?linebreak?>met een snelheid van ongeveer 135 km/uur, althans met een aanmerkelijk hogere<?linebreak?>snelheid dan gelet op de verkeerssituatie verantwoord was, in ieder geval met een<?linebreak?>(te) hoge snelheid heeft ingevoegd vanaf de invoegstrook naar de rechterrijstrook<?linebreak?>(rijstrook 2) van de A58 en direct door naar de linkerrijstrook (rijstrook 1) gereden<?linebreak?>heeft (om een auto op rijstrook 2 in te halen) en vervolgens weer terug naar rijstrook<?linebreak?>2 is gegaan en/of<?linebreak?>onvoldoende zijn snelheid heeft aangepast aan de verkeerssituatie en/of abrupt<?linebreak?>naar links (van rijstrook 2 naar rijstrook 1) heeft gestuurd (teneinde een botsing met<?linebreak?>een voor hem rijdende auto te voorkomen) en/of (daarbij) de controle over zijn<?linebreak?>voertuig is kwijt geraakt en/of met zijn auto in een slip is beland en/of (vervolgens)<?linebreak?>tegen de geleiderail van de middengeleider is gebotst,<?linebreak?>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,<?linebreak?>althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,<?linebreak?>althans kon worden gehinderd.<?linebreak?>( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )<?linebreak?></para>
    <para>3<?linebreak?>hij op of omstreeks 28 januari 2025 te Goes, althans in Nederland, als bestuurder<?linebreak?>van een motorrijtuig, bestelauto, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik<?linebreak?>van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn bloed bij een onderzoek,<?linebreak?>als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994,<?linebreak?>1,18 milligram, in elk geval hoger dan 0,2 milligram, alcohol per milliliter bloed<?linebreak?>bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist<?linebreak?>en nog geen vijf jaren waren verstreken sedert de datum waarop aan hem voor de<?linebreak?>eerste maal een rijbewijs is afgegeven, zijnde een datum waarop hij de leeftijd van<?linebreak?>18 jaar had bereikt, dan wel zijnde een datum waarop hij de leeftijd van 18 jaar nog<?linebreak?>niet had bereikt en waarop hem voor het eerst een rijbewijs van categorie B is<?linebreak?>afgegeven;<?linebreak?>( art 8 lid 3 ahf/sub b onder 2° Wegenverkeerswet 1994, art 8 lid 3 ahf/sub b onder 3°<?linebreak?>Wegenverkeerswet 1994 )</para>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>