<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T14:00:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/6154</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T11:38:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:311 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-01-2026 / 25/6154</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvraag voor briefadres geweigerd. Voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: BRE 25/6154 BRP VV </para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] , verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, het college.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van 27 november 2025 (bestreden besluit) inzake de weigering om hem in te schrijven op een briefadres in de gemeente Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het college heeft op het verzoek om een voorlopige voorziening gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op de zitting van 6 januari 2026 zijn partijen -met voorafgaand bericht- niet verschenen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Verzoeker heeft op 12 mei 2025 aangegeven een briefadres op het [adres 1] in [plaats 1] te willen hebben. Op 26 mei 2025 heeft hij verklaard al geruime tijd niet over een vaste woon- of verblijfplaats te beschikken en hoofdzakelijk in zijn auto te slapen die hij parkeert in een privé gehuurde parkeergarage. Incidenteel overnacht hij in een hotel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Naar aanleiding van verzoekers aanvraag heeft het college hem gevraagd om stukken in te sturen waaronder bankafschriften van de afgelopen zes maanden, een huurovereenkomst en adres van de parkeergarage en bewijsstukken van hotelovernachtingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft (deels geanonimiseerde) bankafschriften en foto’s van een garage overgelegd. Hij heeft verklaard geen schriftelijke huurovereenkomst van de garage te hebben en wil het adres van de garage niet met het college delen. Met betrekking tot de hotelovernachtingen heeft hij verklaard geen boekings- of betalingsbewijzen te hebben omdat hij uitsluitend contant betaalt zonder voorafgaande reservering.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Met een besluit van 16 juli 2025 heeft het college verzoekers aanvraag voor inschrijving op een briefadres geweigerd. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet de benodigde informatie heeft verstrekt waardoor niet kan worden vastgesteld dat hij feitelijk niet over een woonadres beschikt en dus in aanmerking komt voor een briefadres.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.	Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningenprocedure is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Daarom speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft gesteld dat het spoedeisend belang is gelegen in het feit dat hij op dit moment geen ingeschreven adres heeft in de basisregistratie personen (de brp). Hij ontvangt belangrijke post niet of te laat. Dit leidt tot gemiste termijnen, risico op nieuwe schulden, verlies van rechten en voorzieningen en verergering van zijn psychische en lichamelijke gezondheid</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter ziet -met het college- hierin onvoldoende aanleiding om een spoedeisend belang aan te nemen. Verzoeker staat momenteel in de brp nog steeds ingeschreven op het [adres 2] in [plaats 2] . Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de inschrijving van verzoeker op dit adres zal eindigen. Verzoeker heeft zijn stellingen over gemiste termijnen, nieuwe schulden, verlies van rechten en voorzieningen en verergering van zijn psychische en lichamelijke gezondheid op generlei wijze (met stukken) onderbouwd.</para>
        <para>4.	Gelet op het vorenstaande zal het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening vanwege het ontbreken van spoedeisend belang worden afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. E.A. Vermunt, griffier, op 13 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>