<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T14:01:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/6230</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:241">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:241</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-22T10:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:241 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-01-2026 / 25/6230</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:241:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om een voorlopige voorziening over het verkeersbesluit van Breda inhoudende een geslotenverklaring voor motorvoertuigen tijdens de ochtendspits op vier locaties in Prinsenbeek (gemeente Breda). Etten-Leur is het niet eens met de geslotenverklaring van één van deze locaties. Etten-Leur stelt dat het sluiten van de Leursebaan onaanvaardbare gevolgen heeft voor de fietsverkeersveiligheid op de fietsoversteek bij de kruising met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg. De voorzieningenrechter wijst dit verzoek af omdat niet is gebleken van een urgent gevaarsprobleem en omdat de beperkte verslechtering op de fietsoversteek onvoldoende reden is om het verkeersbesluit te schorsen gelet op de positieve gevolgen van het verkeersbesluit op andere plaatsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:241:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 25/6230</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur en de gemeente Etten-Leur</emphasis>, uit Etten-Leur, verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: mr. T.E.P.A. Lam),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D. van Tilborg).</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het verkeersbesluit van 26 november 2025 over een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek (gemeente Breda). Verzoekers zijn het hier niet mee eens en hebben bezwaar gemaakt. Zij verzoeken ook om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Met het bestreden besluit van 26 november 2025 heeft verweerder een geslotenverklaring ingesteld voor motorvoertuigen, uitgezonderd lijnbussen, taxi's, landbouwvoertuigen van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00u en 09.00u op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek<emphasis role="italic">.</emphasis> Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verweerder heeft op het verzoek gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 12 december 2025 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een ordemaatregel op zitting behandeld. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan op het verzoek om een ordemaatregel en het verzoek om een ordemaatregel afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens verzoekers: mr. M. van Moorsel (kantoorgenoot van mr. T.E.P.A. Lam), [vertegenwoordiger 1] , [vertegenwoordiger 2] en [vertegenwoordiger 3] . Namens verweerder waren aanwezig zijn gemachtigde, [vertegenwoordiger 4] en [vertegenwoordiger 5] . </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>3. Op 26 november 2025 heeft verweerder het verkeersbesluit genomen. De geslotenverklaring is in werking getreden op maandag 8 december 2025. Het verkeersbesluit geldt voor onbepaalde tijd met een evaluatiemoment na zes maanden. De geslotenverklaring geldt niet voor lijnbussen, taxi’s, landbouwvoertuigen en ontheffinghouders. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de weken van 8 december 2025 en 12 december 2025 heeft verweerder verkeerstellingen laten uitvoeren bij de Moerdijkse Postbaan, tussen de Teerlingstraat en de Liesbosweg. In de week van 15 december en op 23 en 24 december 2025 heeft verweerder ook een conflictobservatie laten uitvoeren bij de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg (rapport Buitenruimte). <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zijn verzoekers belanghebbenden?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend door zowel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur, als de gemeente Etten-Leur. Tussen partijen staat niet ter discussie dat in ieder geval één van de verzoekers belanghebbende is. Voor de behandeling van dit verzoek om een voorlopige voorziening zal de voorzieningenrechter ook hiervan uitgaan. Volgens rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan het college van Etten-Leur belanghebbende zijn als sprake is van een aan hem toevertrouwd belang dat rechtstreeks betrokken is bij een besluit van een ander bestuursorgaan.<footnote-ref linkend="_e1932bbe-7a1e-48d8-ab97-89bf1bd389a3" /> Het college van Etten-Leur is bevoegd om verkeersbesluiten te nemen. Daarnaast kan de gemeente van Etten-Leur belast zijn met wegbeheer. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Spoedeisend belang</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van spoedeisend belang en de voorzieningenrechter heeft geen reden om hier anders over te denken. Het verkeersbesluit is immers al in werking getreden en verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat de beslissing op bezwaar naar verwachting in maart zal worden genomen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Omvang van het verzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Het verkeersbesluit ziet op een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Leursebaan, Strijpenseweg, Halseweg en Markweg in Prinsenbeek. De gemachtigde van verzoekers heeft verduidelijkt dat het verzoek alleen ziet op één van deze locaties, namelijk de afsluiting van de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en Liesbosweg. Het verzoek om het verkeersbesluit te schorsen ziet dus niet op de geslotenverklaringen van de Strijpenseweg, Halseweg en Markweg.<?linebreak?>Tijdens de zitting op 8 januari 2025 heeft de gemachtigde van verzoekers verder verklaard dat voor het verzoek alleen de grond aan de orde is over de veiligheid van de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg. De andere overgebleven inhoudelijke gronden zullen verzoekers in de bezwaarprocedure aanvoeren. De voorzieningenrechter beperkt zijn beoordeling daarom tot het geschilpunt over de veiligheid van de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en de Liesbosweg</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">De fietsoversteek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>7. Verzoekers voeren aan dat het verkeersbesluit onaanvaardbare gevolgen heeft voor de fietsverkeersveiligheid op de fietsoversteek op de kruising van de Leursebaan met de Moerdijkse Postbaan en Liesbosweg. Het verkeersbesluit leidt namelijk tot een onaanvaardbare toename van verkeer dat deze fietsoversteek kruist. In de rapportage van [naam] staat dat het verkeersbesluit zal leiden tot een toename van 900 mvt per etmaal.<footnote-ref linkend="_90a48d4a-231a-4b87-80c5-65c8f5ada5b3" /> Dat komt volgens verzoekers en [adviesbureau] neer op 450 mvt per spitsuur. <?linebreak?>In het verkeersbesluit heeft verweerder aangesloten bij de richtlijn ‘Quality parameters for cycle infrastructure: at-grade uncontrolled crossings’ van de European Cyclists’ Federation (ECF-richtlijn). Tabel 14 van deze richtlijn geeft voor dit type fietskruising een maximale etmaalwaarde voor kruisend verkeer van 3.000 PCU per etmaal.<footnote-ref linkend="_b0090026-7564-4c6e-a59c-115bb4706bf3" /> Dat komt neer op een maximale waarde van 300 PCU per uur. <?linebreak?>Wanneer 450 mvt per uur wordt omgerekend naar PCU per uur, dan levert dat een overschrijding op van de ECF-norm. In het verkeersbesluit zelf staat ten slotte dat overschrijding van de ECF-norm aantoonbaar het risico op ongevallen verhoogt. Verweerder houdt zich ten onrechte dus niet aan deze ECF-norm en de verkeersveiligheid komt daardoor in het geding. Dat de fietsverkeerveiligheid hierdoor in het geding komt wordt bevestigd door in het rapport Buitenruimte waaruit volgt dat twee bijna conflicten en één conflict zijn waargenomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt voorop dat uit de tekst van het verkeersbesluit niet eenduidig volgt dat verweerder zich verbindt aan de normen in de ECF-richtlijn voor het aantal gemotoriseerde voertuigbewegingen bij fietsoversteken. Uit de context van de alinea waarin de ECF-richtlijn wordt genoemd, kan namelijk ook worden afgeleid dat de overschrijding van de ECF-richtlijn een van de relevante criteria is om te bepalen of sprake is van een aantoonbare verhoging van het risico op ongevallen. De voorzieningenrechter kan daarbij de stelling van het college volgen dat ook de feitelijke situatie moeten worden meegewogen bij de beoordeling van de gevolgen. <?linebreak?>Ten tweede en in het verlengde hiervan, is naar oordeel van de voorzieningenrechter ook niet gebleken van een zodanig forse overschrijding van de ECF-norm dat daaruit een urgent gevaarsprobleem zou volgen. De voorzieningenrechter stelt vast dat uit de verkeerstellingen in december een gemiddeld spitsvolume volgt van 281 mvt per uur. Tijdens de zitting heeft verweerder een voorlopige berekening gemaakt waaruit blijkt dat dit spitsvolume neerkomt op maximaal 317 PCU per uur. Hoewel dit inderdaad een overschrijding is van de ECF-norm, is deze overschrijding gering en rechtvaardigt deze niet de conclusie dat het verkeersbesluit een urgent gevaarsprobleem veroorzaakt. Het rapport Buitenruimte bevestigt ook dat geen urgent gevaarsprobleem is ontstaan. Voor dit rapport heeft een camera zeven dagen de verkeersbewegingen gefilmd tijdens de ochtendspits. Deze verkeersbewegingen zijn vervolgens geanalyseerd door een verkeerskundige. In deze periode zijn twee bijna conflicten<footnote-ref linkend="_0d42be21-30b1-45bf-a083-89db6fb7ccdb" />, één conflict<footnote-ref linkend="_f8dbee64-451c-494d-81ca-257f0fb48827" /> en nul ongevallen<footnote-ref linkend="_9d66e23d-c56f-48f5-a631-7366a26430f9" /> waargenomen. Hoewel de voorzieningenrechter niet beschikt over gegevens van het aantal ongevallen en conflicten vóór de geslotenverklaring, is dit aantal ook geen aanwijzing voor een urgent gevaarsprobleem. De voorzieningenrechter weegt hierbij ook mee dat bij alle drie de (bijna-)conflicten de auto’s kwamen vanuit de richting van de Moerdijkse Postbaan. Daarmee lijkt geen van de waargenomen (bijna-)conflicten verband te houden met het sluiten van de Leursebaan. De effecten op de fietskruising kan verweerder nader onderzoeken ten behoeve van de beslissing op bezwaar en het evaluatiemoment, maar de omstandigheid dat sprake is van een beperkte verslechtering op de fietsoversteek is onvoldoende reden om het verkeersbesluit te schorsen. Tegenover dit beperkte nadeel staat immers ook dat het verkeersbesluit op andere plaatsen heeft geleid tot onbetwiste positieve gevolgen.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het verkeersbesluit niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. T.A. de Kraker, griffier op 22 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_e1932bbe-7a1e-48d8-ab97-89bf1bd389a3" label="1">
    <para> ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2303, r.o. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90a48d4a-231a-4b87-80c5-65c8f5ada5b3" label="2">
    <para> Motorvoertuigen per etmaal.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b0090026-7564-4c6e-a59c-115bb4706bf3" label="3">
    <para> PCU staat voor passenger car unit. Afhankelijk van het soort motorvoertuig wordt een hogere of lagere waarde toegekend waarbij een personenauto telt als 1,0. Een vrachtwagen heeft een hogere waarde. Anders van bij mvt per etmaal, wordt bij PCU dus rekening gehouden met het soort motorvoertuig. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d42be21-30b1-45bf-a083-89db6fb7ccdb" label="4">
    <para> Een bijna conflict is omschreven als: een verkeerssituatie waarbij twee (of meer) weggebruikers zodanig naderen dat een botsing dreigt en er een reële kans op lichamelijk letsel of materiele schade aanwezig is als hun koers en snelheid onveranderd blijft.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8dbee64-451c-494d-81ca-257f0fb48827" label="5">
    <para> Een conflict is omschreven als: een kritische verkeerssituatie waarbij twee (of meer) weggebruikers zodanig naderen dat een botsing dreigt en er een reële kans op lichamelijk letsel of materiele schade aanwezig is als hun koers en snelheid onveranderd blijft. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d66e23d-c56f-48f5-a631-7366a26430f9" label="6">
    <para> Een ongeval is omschreven als: een plotselinge, ongewilde en onvoorziene gebeurtenis of letsel bij personen, veroorzaakt door een externe, onverwachte oorzaak. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>