<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-29T10:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/36</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:235">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:235</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-28T12:46:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:235 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-01-2026 / BRE 25/36</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:235:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:55; Verzet gegrond. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er aanleiding is voor vergoeding van kosten door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft in de buiten-zittinguitspraak ten onrechte geen proceskostenvergoeding toegekend, omdat een daartoe strekkend verzoek niet zou zijn gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:235:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/36 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 op het verzet van</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] , uit [plaats] (Spanje), belanghebbende</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 september 2025 in het geding tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>belanghebbende</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 8 september 2025 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar gegrond heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het verzet op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft gemachtigde deelgenomen. Namens de inspecteur is, met bericht van verhindering, niemand verschenen. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 8 september 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel<footnote-ref linkend="_345f776b-d4f7-46de-befd-a8eb17d6b7da" /> is dat het beroep gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. <?linebreak?></para>
    <para>4. Belanghebbende voert aan dat er onterecht geen proceskostenvergoeding is toegekend, omdat belanghebbende daar niet om had verzocht. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er aanleiding is voor vergoeding van kosten door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft in de buiten-zittinguitspraak dan ook ten onrechte geen proceskostenvergoeding toegekend, omdat een daartoe strekkend verzoek niet zou zijn gedaan. Het verzet is gegrond. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank zal alsnog aanvullend bepalen dat de inspecteur het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende dient te vergoeden voor de beroepsprocedure, aangezien het beroep gegrond is verklaard. De proceskosten stelt de rechtbank vast op € 467<footnote-ref linkend="_7ffda46d-bb6d-429b-8aa4-dc24d8e044f6" /> omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er in beroep geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. Uit de beoordeling van de grond van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 8 september 2025 ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Het verzet is gegrond. De rechtbank zal de uitspraak van 8 september 2025 aanvullen en alsnog een proceskostenvergoeding toekennen. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten voor de verzetprocedure. Deze kosten stelt de rechtbank op vast op € 233,50<footnote-ref linkend="_f28d9cde-3678-4961-a177-9bca8bcb05f3" />. De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) gelet op de eenvoud en het geringe gewicht van de verzetprocedure alsmede de geringe werkbelasting van gemachtigde. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> verklaart het verzet gegrond;</para>
      <para> handhaaft de uitspraak van 8 september 2025 en vult deze als volgt aan; </para>
      <para> bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden; </para>
      <para> veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de beroepsprocedure tot een bedrag van € 467,-;</para>
      <para> veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in verzet tot een bedrag van € 233,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr.W. Dekkers, griffier op 21 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bent u het niet eens met deze uitspraak?</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de uitspraak op het verzoek kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
    <para>b. een dagtekening;</para>
    <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
    <para>d. de gronden van het hoger beroep.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_345f776b-d4f7-46de-befd-a8eb17d6b7da" label="1">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ffda46d-bb6d-429b-8aa4-dc24d8e044f6" label="2">
    <para> 1 punt van € 934 voor het indienen van een beroepschrift en een wegingsfactor 0,5 (licht).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f28d9cde-3678-4961-a177-9bca8bcb05f3" label="3">
    <para> 0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift en 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,25.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>