<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:203</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-26T10:00:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/6618</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:203">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:203</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-21T13:45:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:203 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-01-2026 / 25/6618</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:203:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingvergunning voor een tijdelijk AZC wordt afgewezen, omdat verzoekers geen belanghebbenden zijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:203:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/6618</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 januari 2026 in de zaak tussen</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers]
        </emphasis>  uit [woonplaats] , verzoekers</para>
      <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen een omgevingsvergunning voor een tijdelijke noodopvang voor asielzoekers een de [adres] . Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het college heeft de omgevingsvergunning met het besluit van 13 augustus 2025 verleend. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. De voorzieningenrechter heeft allereerst getoetst of verzoekers belanghebbend zijn bij het besluit. Zij wonen namelijk op relatief grote afstand (vanaf ongeveer een kilometer) van de vergunde locatie en hebben hier ook geen zicht op. Als verzoekers geen belanghebbenden zijn, zal het college hen niet-ontvankelijk moeten verklaren in de bezwaren en leiden de bezwaarschriften niet tot een gewijzigd besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank heeft verzoekers bij brief van 24 december 2025 in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken hun belanghebbendheid toe te lichten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gemachtigde] heeft op 31 december 2025 zijn eigen belanghebbendheid gemotiveerd. Van de overige verzoekers is geen nadere motivering ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gemachtigde] heeft aangegeven dat hij een persoonlijk, objectief bepaalbaar en rechtstreeks belang heeft omdat het besluit leidt tot een structurele toename van de verkeers- en oversteekbewegingen op de wegen die hij dagelijks gebruikt, dit de verkeersveiligheid en bereikbaarheid van de omgeving beïnvloedt en deze effecten niet zijn beoordeeld bij de vergunningverlening. Hij woont op ongeveer 1300 meter afstand van het te bouwen asielzoekerscentrum en de dagelijkse voorzieningen die hij gebruikt, zoals winkels, parken en sportvoorzieningen, kunnen ook gebruikt worden door bewoners van het asielzoekerscentrum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gelet op de afstand van de woningen van betrokkenen en omdat onaannemelijk is dat al het verkeer van en naar het asielzoekerscentrum langs hun woningen komt, zijn er geen gevolgen van enige betekenis.<footnote-ref linkend="_a9c1f1d9-a95f-4c66-aac0-f1ea08476f27" /> Volgens vaste jurisprudentie is een toename van het verkeer op een weg die regelmatig door een betrokkene wordt gebruikt onvoldoende om uit te gaan van een persoonlijk belang.<footnote-ref linkend="_530bdcc8-007a-4975-8e6c-f7bd64d19a24" /> Ook het gebruik van voorzieningen die verzoekers gebruiken en die mogelijk ook door bewoners van het asielzoekerscentrum gebruikt gaan worden, leidt tot een onvoldoende persoonlijk belang om belanghebbendheid aan te nemen. Dit geldt immers voor alle inwoners van [woonplaats] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Dit houdt in dat het college naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de bezwaren van verzoekers niet-ontvankelijk moet verklaren omdat zij geen belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit. Het bestreden besluit zal naar verwachting in stand blijven. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding het verzoek inhoudelijk te behandelen en ook niet om dit verzoek toe te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_a9c1f1d9-a95f-4c66-aac0-f1ea08476f27" label="1">
    <para> ABRvS, 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:350</para>
  </footnote>
  <footnote id="_530bdcc8-007a-4975-8e6c-f7bd64d19a24" label="2">
    <para> ABRvS, 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4080</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>