<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T10:29:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-029092-26</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1596">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1596</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-11T09:35:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1596 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-02-2026 / 02-029092-26</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1596:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bevel gevangenhouding. Geen ernstige bezwaren voor deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1596:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <para>Strafrecht</para>
  <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
  <para>parketnummer : 02-029092-26</para>
  <bridgehead>bevel gevangenhouding van de rechtbank, meervoudige raadkamer in strafzaken van</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <nr>24</nr>februari 2026 (artikel 65 Wetboek van Strafvordering)</title>
    <para>in de strafzaak tegen de verdachte:</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats] (Syrië),</para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in P.I. [locatie] .</para>
      <para>Raadsman mr. D.A. Souisa.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <parablock>
      <para>De rechter-commissaris heeft op 13 februari 2026 de bewaring bevolen.</para>
      <para>De officier van justitie heeft de gevangenhouding van de verdachte gevorderd voor de duur</para>
      <para>van 30 dagen.</para>
      <para>De verdediging heeft de schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.</para>
      <para>De rechtbank heeft de officier van justitie mr. G. Oosterveld, de verdachte en de raadsman</para>
      <para>gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <parablock>
      <para>Na onderzoek is gebleken dat de ernstige bezwaren en de grond als bedoeld in artikel 67a</para>
      <para>van het Wetboek van Strafvordering die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben</para>
      <para>geleid, voor zover het gaat om feit 2, ook op dit moment nog bestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ernstige bezwaren</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er geen ernstige bezwaren zijn voor feit 1. Uit jurisprudentie</para>
      <para>volgt dat van deelneming aan een criminele (terroristische) organisatie sprake is indien een</para>
      <para>betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel</para>
      <para>ondersteuning biedt aan, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met</para>
      <para>de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Deze vereisten zijn cumulatief. Een</para>
      <para>verdachte moet bewijsbaar deelnemer zijn én een gedraging hebben verricht ter</para>
      <para>verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Naar het oordeel van de rechtbank</para>
      <para>biedt het thans samengestelde dossier onvoldoende grondslag voor het aannemen van</para>
      <para>ernstige bezwaren voor deelneming in de hiervoor genoemde zin.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken blijkt van ernstige bezwaren voor feit 2 als vermeld in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gronden</emphasis>
      </para>
      <para>Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke</para>
      <para>veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.</para>
      <para>omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden, dat verdachte een misdrijf zal</para>
      <para>begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is</para>
      <para>gesteld;</para>
      <para>waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht;</para>
      <para>waardoor de veiligheid van de Staat in gevaar kan worden gebracht;</para>
      <para>immers:</para>
      <para>-verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) waaraan slechts door ingrijpen</para>
      <para>van politie/justitie een einde is gekomen;</para>
      <para>-verdachte wordt verdacht van een of meer feit(en) terwijl de omstandigheden van</para>
      <para>verdachte en/of die waaronder deze feiten zijn gepleegd, ongewijzigd zijn gebleven;</para>
      <para>gelet op de aard, duur en intensiteit van de tenlastegelegde feiten dient voor</para>
      <para>herhaling te worden gevreesd;</para>
      <para>-gelet op de aangetroffen berichten over langere tijd met betrekking tot IS en het</para>
      <para>ideologische gedachtegoed dat verdachte lijkt aan te hangen dient voor herhaling te</para>
      <para>worden gevreesd. Het dossier rechtvaardigt de indruk dat de verdachte door</para>
      <para>ideologische motieven tot zijn handelen is gekomen. De bij verdachte veronderstelde</para>
      <para>ideologische motieven rechtvaardigen de vrees voor het gevaar van herhaling:</para>
      <para>-op de telefoon van verdachte werd een zeer recent door verdachte gemaakt filmpje</para>
      <para>aangetroffen waarbij verdachte openlijk in een woonwijk over straat loopt met een</para>
      <para>zwaard/groot mes in zijn hand. Gelet hierop dient voor herhaling te worden</para>
      <para>gevreesd.</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het</para>
      <para>Wetboek van Strafvordering op dit moment niet aan de orde is.</para>
      <para>De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering</para>
      <para>in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verzoek schorsing</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt dan het</para>
      <para>persoonlijk belang van de verdachte bij invrijheidstelling en zal daarom het mondeling</para>
      <para>verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afwijzen. De rechtbank kan op dit</para>
      <para>moment geen voorwaarden stellen om het recidiverisico in te perken tot een voor de</para>
      <para>samenleving aanvaardbaar niveau.</para>
      <para>De rechtbank verzoekt de officier van justitie de reclassering opdracht te geven tot het</para>
      <para>opmaken van een TER-rapportage voor de volgende raadkamerbehandeling om de</para>
      <para>(on)mogelijkheden van een schorsing van de voorlopige hechtenis nader te</para>
      <para>onderzoeken.</para>
      <para>De rechtbank neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering</para>
      <para>in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
      <para>beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 30 (dertig) dagen,</para>
      <para>wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 24 februari 2026 door:</para>
      <para>mr. G.H. Nomes, voorzitter, </para>
      <para>mr. N. van der Ploeg-Hogervorst en mr. L.W. Boogert, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van I.L. Bruijnooge, griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>