<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T09:28:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11989857 CV EXPL 25-3996 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1591">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1591</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-12T09:27:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1591 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 25-02-2026 / 11989857 CV EXPL 25-3996 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1591:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurrecht; vordering tot ontbinding en ontruiming vanwege huurachterstand</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1591:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para>Civiel recht</para>
    <para>Kantonrechter</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 11989857 / CV EXPL 25-3996</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis d.d. 25 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ALWEL</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Roosendaal,</para>
      <para>eisende partij, </para>
      <para>hierna te noemen: Alwel,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bewindvoerder] B.V., IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [belanghebbende]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>hierna te noemen: de bewindvoerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.G.A. Mattheussens.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De procesgang blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>a. de dagvaarding van 7 november 2025 met producties;</para>
      <para>b. het mondelinge antwoord;</para>
      <para>c. het bericht van de gemachtigde van Awel van 19 januari 2026;</para>
      <para>d. het bericht van de gemachtigde van de bewindvoerder van 26 januari 2026</para>
      <para>e. de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling van 28 januari 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] huurt van Alwel de woning aan het adres [adres] . De huurprijs bedraagt laatstelijk € 508,86 per maand en is per vooruitbetaling verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Er is een huurachterstand ontstaan die tot en met november 2025 € 5.210,89 bedroeg. Er zijn na aanmaningen meerdere betalingen van in totaal € 2.037,00 verricht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Na dagvaarding is de huurachterstand verder opgelopen. De totale huurachterstand bedraagt € 4.251,61 tot en met januari 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Alwel vordert samengevat en na actualisering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>de huurovereenkomst met [belanghebbende] te ontbinden en de bewindvoerder te veroordelen het gehuurde te ontruimen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 4.251,61;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van de maandelijkse huurprijs van </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>€ 508,86 tot de ontbinding, onder voorbehoud van wettelijk toegestane huurverhogingen;</para>
      <para>4. de bewindvoerder te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van </para>
      <para>€ 508,86 voor elke maand dat [belanghebbende] vanaf de ontbinding het gehuurde in gebruik heeft, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze vergoeding, waarbij voormelde gebruikersvergoeding / schadevergoeding telkens per 1 juli van elk kalenderjaar verhoogd mag worden met een percentage gelijk aan het percentage dat eiseres bij een normale instandhouding van de huurovereenkomst van overheidswege had mogen doorvoeren;</para>
      <para>5. de bewindvoerder te veroordelen in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Aan haar vordering legt Alwel ten grondslag dat [belanghebbende] haar verplichtingen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst niet is nagekomen, omdat zij een huurachterstand heeft laten ontstaan. Alwel stelt dat de huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevolgen rechtvaardigt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [belanghebbende] erkent de huurachterstand en ze is bezig de huurachterstand af te lossen. Daarvoor heeft zij zich inmiddels aangemeld bij een bewindvoerder, [bewindvoerder] B.V.  Ook heeft ze inmiddels een full-time baan waarmee ze de huur kan betalen en zou ze graag de achterstand (deels) aflossen met een bedrag dat ze van de belastingdienst krijgt. Ze zou graag in de woning blijven wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onbetaalde huurtermijnen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat de huurachterstand, berekend tot en met de maand januari 2026, € 4.251,61 bedraagt. Op grond van de huurovereenkomst is [belanghebbende] verplicht om de onbetaalde huurtermijnen te betalen en dat leidt tot de conclusie dat de vordering tot betaling van dit bedrag aan huurachterstand toewijsbaar is.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbinding en ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De betalingsachterstand is van zodanige omvang, dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen rechtvaardigt. De termijn van ontruiming zal worden gesteld op de redelijke en gebruikelijke termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken dat Alwel niet meteen overgaat tot ontruiming en dat ze een gebruikersovereenkomst gaan tekenen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Huur en gebruiksvergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Over de maand februari 2026 is de bewindvoerder nog huur verschuldigd. Daarbij moet de bewindvoerder vanaf de datum van ontbinding van de huurovereenkomst een gebruiksvergoeding ter hoogte van de huur blijven betalen tot en met de maand waarin [belanghebbende] het gehuurde met al haar spullen heeft verlaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De indexering over de gebruiksvergoeding zal worden afgewezen. De huurovereenkomst is namelijk op dat moment al ontbonden en de indexering is alleen toewijsbaar over de bedragen die op grond van de overeenkomst verschuldigd zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden vastgesteld op:</para>
      <para />
      <para>- dagvaarding		€	146,14</para>
      <para>- griffierecht		€	514,00</para>
      <para>- salaris gemachtigde	€	576,00 (2 punten x tarief € 288,00)</para>
      <para>- nakosten		<emphasis role="underline">€	144,00 </emphasis>(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)</para>
      <para>Totaal			€         1.380,14</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde gelegen aan het [adres];</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege [belanghebbende] daarin bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Alwel te stellen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Alwel te betalen een bedrag van € 4.251,61; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder om aan Alwel te betalen een bedrag van € 508,86 aan huur of gebruiksvergoeding voor iedere maand of gedeelte daarvan vanaf februari 2026 tot de dag van de feitelijke ontruiming van het gehuurde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten, waarbij die kosten van Alwel zijn vastgesteld op € 1.380,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de bewindvoerder niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de bewindvoerder ook de kosten van betekening betalen; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>wijst de vordering voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>