<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-13T07:25:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/442734 / JE RK 25-2175</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-13T07:24:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1339 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-02-2026 / C/02/442734 / JE RK 25-2175</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ots voor korte duur om toe te werken naar afronding ots</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/442734 / JE RK 25-2175			</para>
      <para>Datum uitspraak: 5 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND</emphasis>, gevestigd te Middelburg,</para>
      <para>hierna te noemen de GI, 			</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>, hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Apistola te Zwijndrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>, hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2025;</para>
      <para>- de brief van de GI van 19 januari 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de vader;</para>
      <para>- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
      <para>- een vertegenwoordigster van de GI (via Teams).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. De kinderrechter heeft op 4 februari 2026 van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een afzonderlijk emailbericht ontvangen waarin zij aangeven hier geen gebruik van te willen maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 juni 2021 zijn</para>
        <para>
          [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI tot 11 december 2021. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere gezaghebbende ouder, te weten de vader, verleend met ingang van 11 juni 2021 en tot 11 december 2021 en laatstelijk verlengd bij beschikking van 8 december 2021 tot 11 juni 2022. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 11 juli 2022 is het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De ondertoezichtstelling is steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 augustus 2025, tot 11 februari 2026.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>
        [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de vader.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Bij beschikking van 22 december 2025 is, onder wijziging van de beschikking van 11 juli 2022, een zorgregeling vastgesteld ten aanzien van de contacten tussen de moeder en de kinderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>De GI heeft het besluit om de ondertoezichtstelling binnen de verzochte periode van verlenging daarvan te gaan afronden intern heroverwogen naar aanleiding van de overweging van de kinderrechter in haar beschikking van 23 december 2025 omtrent het vaststellen van de zorgregeling. De GI blijft bij haar standpunt dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling het hoogst haalbare inmiddels is bereikt en handhaaft dan ook haar verzoek tot verlenging van de maatregel voor de duur van drie maanden om in die periode toe te werken naar een afronding van deze maatregel. Er is binnen de ondertoezichtstelling in de afgelopen jaren veel ingezet en geprobeerd, maar het wantrouwen tussen de ouders blijft bestaan. De inmiddels langdurige ondertoezichtstelling en de bijkomende juridische procedures versterken de spanningen binnen het systeem. De GI is van mening dat de betrokkenheid van de GI het patroon tussen de ouders juist in stand houdt. De ondertoezichtstelling is daarom niet langer het geijkte middel voor dit gezin. De vastgestelde zorgregeling heeft de kinderen duidelijkheid gegeven en is in de afgelopen periode goed verlopen. Met duidelijke afspraken kunnen ouders verder vanuit een vrijwillig kader en de ingezette hulpverlening zal betrokken blijven. Met een korte verlenging van drie maanden wil de GI toewerken naar een afronding van de ondertoezichtstelling middels het opstellen van een borgingsplan en het inzetten van casusregie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vader merkt dat de beslissing van de kinderrechter met betrekking tot de zorgregeling de kinderen rust heeft gegeven. De kinderen zijn minder gespannen. De zorgregeling verloopt goed. De vader houdt voor de kinderen een agenda bij waarin zij kunnen zien wanneer zij bij de moeder verblijven. Dit geeft hun duidelijkheid. De vader vreest dat de verzochte verlenging voor drie maanden te kort gaat zijn. Het borgingsplan moet namelijk nog worden opgesteld en de GI moet al over zes weken een verlengingsverzoek indienen mocht blijken dat deze periode te kort zal zijn. Het is een geruststelling voor de vader dat de Raad het voornemen van de GI om geen verlenging meer te verzoeken zal toetsen. Hij vindt het belangrijk dat er iemand mee blijft kijken met ouders. Of dit nu vanuit het gedwongen kader is of vanuit een vrijwillig kader maakt de vader niet uit. Zodra afgeschaald wordt naar het vrijwillig kader, moet er een gedegen borgingsplan zijn. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De moeder benoemt dat in de afgelopen periode de bezoekmomenten op zich wel goed zijn verlopen, al zijn er wel wat spanningen geweest rondom [minderjarige 2] en het passen van nieuwe kleding. [minderjarige 2] is inmiddels fors gegroeid en heeft daar moeite mee. De moeder probeert hem hierin te steunen en waar mogelijk te sturen in zijn eetpatroon. Ten aanzien van [minderjarige 1] merkt de moeder dat zij vaker bij de moeder wil zijn. De moeder vindt dit lastig, nu zij hier geen antwoord op kan geven zonder haar te belasten. De moeder is blij dat het einde van de ondertoezichtstelling in zicht komt, nu dit steeds spanningen blijft oproepen. Op ouderniveau is er geen verbetering meer te verwachten. Beide ouders accepteren dit. De moeder ziet het liefst de ondertoezichtstelling per direct eindigen, maar begrijpt ook dat er een borgingsplan en een casusregisseur moet komen. Dit had eigenlijk allemaal al geregeld kunnen zijn, nu het voornemen tot niet verlengen al in november 2025 is genomen. Er rust dan ook een inspanningsverplichting op de GI om binnen een zo kort mogelijke termijn, hooguit de komende drie maanden, met een goed borgingsplan tot een einde van de ondertoezichtstelling te komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een (korte) verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.<footnote-ref linkend="_f8568ed4-865c-453c-b5c8-b5f9c9c9f5fc" /> De kinderrechter legt hieronder uit waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter stelt vast dat er sprake is van een langdurige ondertoezichtstelling. Er is in de afgelopen jaren veel ingezet voor ouders en de kinderen. Binnen het kader van de ondertoezichtstelling wordt echter gezien dat deze maatregel en de bijkomende juridische procedures en terugkerende evaluaties de spanningen binnen het systeem juist versterkten in plaats van hebben doen afnemen en dat dit de moeizame verstandhouding tussen de ouders niet heeft doen verbeteren. Er is sprake van een patroon tussen ouders, waarin zij veel wantrouwen kennen jegens de andere ouder. Het lukt de ouders niet om met elkaar te communiceren en parallel ouderschap lijkt inmiddels het hoogst haalbaar. Dankzij de ingezette hulpverlening lukt het de kinderen weliswaar steeds beter om hun emoties te uiten, maar bij hen (en met name bij [minderjarige 2] ) is ten gevolge van de moeizame verstandhouding en spanning tussen de ouders ook nog steeds sprake van spanning en stress. Het vaststellen van een zorgregeling heeft wel duidelijkheid en meer rust gecreëerd, ook voor de kinderen. De kinderrechter is van oordeel dat de ondertoezichtstelling op dit moment nog noodzakelijk is om zodoende toe te werken naar een afronding van de ondertoezichtstelling en een overdracht naar het vrijwillig kader. De kinderrechter betreurt het ten zeerste dat de GI de zitting heeft afgewacht om hierin de nodige stappen te zetten en verwacht van de GI dan ook per direct voortvarendheid in het opstellen van een borgingsplan en het organiseren van de casusregie. Omdat de ouders niet met elkaar kunnen communiceren, verlangt het verlaten van het gedwongen kader duidelijke afspraken op heel veel gebieden. De ouders zien in dit kader ook zelf nog veel open eindjes, die voor hen niet duidelijk zijn. De GI dient in overleg met ouders te bepalen of deze zaken nadere afspraken behoeven die meegenomen moeten worden in het borgingsplan. Al met al moet er nog veel gebeuren om zaken goed te kunnen borgen in het belang van de kinderen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling verlengen voor de verzochte duur van drie maanden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>In aanvulling op het voorgaande benadrukt de kinderrechter dat de ouders de vastgestelde zorgregeling strikt moeten blijven nakomen. Dit is het beste voor de kinderen omdat afwijken afstemming tussen de ouders vraagt en daardoor (opnieuw) spanningen ontstaan die voor de kinderen moeten worden vermeden. Afwijken van deze regeling kan alleen bij hele bijzondere omstandigheden. De kinderrechter begrijpt van de moeder dat zij moeite heeft om de kinderen duidelijkheid te geven over wanneer zij bij haar verblijven. De kinderen hebben hier wel behoefte aan. De moeder kan en mag dit duidelijk uitspreken naar de kinderen en hen wijzen op de door de kinderrechter vastgestelde zorgregeling. Daarbij kan de moeder de kinderen ook verwijzen naar de agenda die de vader in zijn thuissituatie hanteert en waarin duidelijk in aangeven staat wanneer de kinderen bij de moeder verblijven. Dit zal de rust en de duidelijkheid die de kinderen nodig hebben ten goede komen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 11 februari 2026 en tot 11 mei 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2026.</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_f8568ed4-865c-453c-b5c8-b5f9c9c9f5fc" label="1">
    <para> Artikel 1:260 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>