<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-10T09:48:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/443716 / JE RK 26-20 en C/02/443717 / JE RK 26-21</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1315">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1315</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T11:26:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1315 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-01-2026 / C/02/443716 / JE RK 26-20 en C/02/443717 / JE RK 26-21</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1315:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1315:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummers: C/02/443716 / JE RK 26-20 en C/02/443717 / JE RK 26-21</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 30 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">Jeugdbescherming Brabant</emphasis>, gevestigd te Etten-Leur,</para>
      <para>hierna te noemen de GI, 	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats 1] ,		</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2016 te [geboorteplaats 2] ,	</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. C.G.M. Baas uit Bergen op Zoom,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake C/02/443716 / JE RK 26-20:<?linebreak?><emphasis role="bold">[de oma]</emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de oma (zijnde de pleegmoeder van [minderjarige 1] ),</para>
      <para>wonende te [woonplaats] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
        <para>- de verzoekschriften met bijlagen, ontvangen op 6 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 30 januari 2026 is eerst de zaak met kenmerk C/02/443716 / JE RK 26-20 (betreffende [minderjarige 1] ) en daarna zaak met kenmerk C/02/443717 / JE RK 26-21 (betreffende [minderjarige 2] ) met gesloten deuren op zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat;</para>
      <para>- twee vertegenwoordigers van de GI.</para>
      <para>In de zaak C/02/443716 / JE RK 26-20 was daarnaast aanwezig:</para>
      <para>- de oma.</para>
      <para>De vader is, hoewel correct opgeroepen, niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. [minderjarige 2] heeft haar mening niet gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] verblijft de oma. [minderjarige 2] woont bij de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] staat onder toezicht van de GI sinds 1 augustus 2023. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juli 2025, verbeterd bij beschikking van 1 augustus 2025, de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 februari 2026. Daarnaast is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 februari 2026. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De verzoeken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Inzake C/02/443716 / JE RK 26-20: </para>
        <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Inzake C/02/443717 / JE RK 26-21:</para>
        <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De GI heeft ter onderbouwing van haar verzoeken aangegeven dat er sprake is van multiproblematiek in het gezin, namelijk kindeigenproblematiek en chronische problematiek bij en tussen de ouders. De situaties van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] kunnen daarom niet los van elkaar worden gezien. Het perspectief van [minderjarige 1] ligt bij de oma. Beide ouders staan daar ook achter. Hij heeft zijn persoonlijke therapie bij [zorgorganisatie 1] afgerond. Hij ontwikkelt zich goed bij de oma, maar hij moet nog wel in de gaten worden gehouden in zijn ontdekkingstocht naar alcohol en drugs. [minderjarige 1] heeft op eigen initiatief contact met de moeder en de vader. Hij ondervindt nog wel hinder van de onrust tussen de ouders. Daarnaast zijn er signalen van parentificatie richting met name de moeder. In dat kader is [minderjarige 1] nog een kwetsbare jongen. [minderjarige 2] woont bij de vader. [zorgorganisatie 2] heeft het hulpverleningstraject ten aanzien van [minderjarige 2] afgesloten, omdat zij geen zorgen meer constateerden. [zorgorganisatie 2] blijft wel betrokken bij de vader in verband met zijn jongste kind uit een andere relatie. [minderjarige 2] verblijft op woensdagmiddag en om het weekend op zondag bij de moeder. In augustus 2025 heeft [minderjarige 2] enige tijd bij de moeder verbleven, omdat de vader in het ziekenhuis lag. De GI ontving echter signalen dat de moeder mogelijk weer drugs zou gebruiken, waarna [minderjarige 2] terug bij de vader is gaan wonen. Dit heeft er ook toe geleid dat de omgangsregeling is beperkt. Bij de moeder is mogelijk sprake van aangeboren neurologische problematiek, maar de moeder volgt het advies van de GI om daar onderzoek naar te laten doen niet op. Zij wordt begeleid door [zorgorganisatie 3] . De moeder is erg betrokken bij de kinderen, maar zij kan niet voldoen aan het goed genoeg ouderschap. Bij de vader is sprake van emotieregulatieproblematiek en ADHD. [zorgorganisatie 2] heeft geconstateerd dat er bij hem sprake is van goed genoeg ouderschap. De basale opvoedkwaliteiten zijn voldoende, maar de emotionele beschikbaarheid is niet altijd stabiel. Daarnaast is de vader in aanraking geweest met justitie. Aankomende jaar zal bekeken worden of de vader zich kan handhaven als opvoeder. De GI wil de omgangsregeling tussen de moeder en [minderjarige 2] juridisch vast laten leggen. Er is tenslotte sprake van een moeizame samenwerking tussen de ouders. Het afgelopen jaar waren er meerdere incidenten. De ouders lijken onmachtig om de problemen zelf aan te pakken. Daar ondervinden de kinderen ook last van. Het is daarom van belang dat er duidelijke afspraken worden gemaakt. De GI denkt daarnaast aan een verzoek richting de Raad voor de Kinderbescherming over het gezag van de ouders. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder stemt in met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 2] , maar niet met het verzoek voor [minderjarige 1] . Voor [minderjarige 1] is er geen sprake meer van een bedreiging van zijn ontwikkeling. Dat hij in de afgelopen periode wel eens alcohol en drugs heeft gebruikt, gebeurt wel vaker bij kinderen van zijn leeftijd. Ten aanzien van [minderjarige 1] kan het overgedragen worden naar het vrijwillig kader. De moeder heeft de zorg voor [minderjarige 2] gehad toen de vader in het ziekenhuis lag. Zij mocht toen wel voor [minderjarige 2] zorgen, terwijl de GI aangeeft dat zij dat niet kan. De GI heeft vervolgens aangegeven dat er signalen zijn van drugsgebruik door de moeder, maar wil niet vertellen waar die signalen vandaan komen. Ze heeft aangeboden een drugstest te doen. De moeder herkent de signalen niet. De omgang met [minderjarige 2] is nu beperkt in tijd, omdat [minderjarige 2] niet meer bij haar mag blijven slapen. Zij wil uitbreiding daarvan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De oma heeft in het verzoek betreffende [minderjarige 1] naar voren gebracht dat zij zich verantwoordelijk voelt voor zijn ontwikkeling. Ze hanteert strakke regels. [minderjarige 1] is gelukkig bij haar. De oma vindt de verlenging van de ondertoezichtstelling nog wel nodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter, kort samengevat, aangegeven dat voor hem duidelijk is dat hij bij zijn oma woont. Hij geeft zijn leven het cijfer 8 á 9. Hij merkt weinig van de ondertoezichtstelling. Voor hem is het niet nodig, maar misschien wel voor het contact tussen zijn ouders of om bepaalde afspraken te maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het juridisch kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) is voldaan. </para>
        <para>De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:<?linebreak?>a.	de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en<?linebreak?>b.	de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De kinderrechter kan op grond van artikel 1:265c tweede lid BW de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de uithuisplaatsing (zoals beschreven in artikel 1:265b eerste lid BW) is voldaan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De beoordeling door de kinderrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kinderrechter vindt dat er nog steeds wordt voldaan aan de gronden voor de ondertoezichtstelling. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden nog steeds ernstig in hun ontwikkeling bedreigd. Bij beide ouders is sprake van persoonlijke problematiek, hetgeen van invloed is op hun eigen functioneren, op de zorg voor beide kinderen, op hun opvoedsituaties en op de verhouding tussen de ouders. Er is sprake van een zeer kwetsbaar gezinssysteem. In het afgelopen jaar is gebleken dat er telkens situaties spelen bij één van de ouders of tussen de ouders waarbij de GI of de hulpverlening moet ingrijpen. In de afgelopen periode is gebleken dat de thuissituatie voor [minderjarige 2] bij de vader nog niet structureel stabiel genoeg is. De regievoering van de GI is ook nog nodig om een definitieve omgangsregeling tussen [minderjarige 2] en de moeder vast te stellen. [minderjarige 1] voelt zich goed en is zelfstandiger in het contact met de moeder en de vader. Maar ook hij wordt belast met de problemen die er spelen bij iedere ouder en tussen de ouders. Het wordt als een risico gezien dat hij zich soms verantwoordelijkheid voelt voor de zorgen over zijn moeder (parentificatie) of voor zijn zusje. De zorgen kunnen niet voldoende worden weggenomen in het vrijwillig kader. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling over zowel [minderjarige 1] als [minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] verblijft bij de oma. Daarom is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] aldaar voor de duur van een jaar noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 1 februari 2026 tot 1 februari 2027;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 1 februari 2026 tot 1 februari 2027;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 13 februari 2026.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>