<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T10:31:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/443378 / JE RK 25-2298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1192">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-05T10:31:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1192 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-01-2026 / C/02/443378 / JE RK 25-2298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1192:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>1e ondertoezichtstelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1192:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/443378 / JE RK 25-2298</para>
      <para>Datum uitspraak: 28 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING REGIO ZEELAND-WEST-BRABANT, </emphasis>
      </para>
      <para>locatie Middelburg,</para>
      <para>hierna te noemen: de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] (België),</para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] (België).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als informant is in de procedure betrokken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND</emphasis>, hierna te noemen: de GI,</para>
      <para>gevestigd te Middelburg. 			</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025;</para>
      <para>- de door de moeder tijdens de zitting overgelegde brief van [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 januari 2026. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <para>- de moeder;</para>
      <para>- een vertegenwoordiger van de Raad;</para>
      <para>- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, is de vader niet verschenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. De moeder van [minderjarige] heeft ter zitting een brief overhandigd namens [minderjarige] . In deze brief heeft [minderjarige] haar mening gegeven. De brief is tijdens de mondelinge behandeling voorgelezen door de kinderrechter. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vader en [minderjarige] hebben de Belgische nationaliteit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij haar moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De Raad handhaaft het verzoek en licht tijdens de mondelinge behandeling toe dat er grote zorgen zijn over [minderjarige] . De Raad heeft veel informatie opgevraagd uit België, waar zij tot juni 2024 heeft gewoond. Hieruit blijkt dat [minderjarige] een meisje is met mentale problemen die veel heeft meegemaakt in haar leven. [minderjarige] zit nog met de nasleep hiervan, maar uit loyaliteit probeert [minderjarige] dit weg te houden bij de moeder. Omdat [minderjarige] 16 jaar is moet zij vanuit de ondertoezichtstelling gemotiveerd worden om de hulpverlening te aanvaarden. Op die manier kan ze alles verwerken en dingen een plekje geven. Bovendien moet zicht komen op haar mentale problemen om zodoende te kunnen beoordelen wat zij nodig heeft vanuit haar moeder om hierbij aan te sluiten. Daarnaast zijn er zorgen over de opvoedomgeving van [minderjarige] , waar ook meer zicht op moet komen. De moeder is namelijk bij de politie bekend met drugsgebruik, en mogelijk -handel, en prostitutie en het is vooralsnog niet duidelijk of deze zorgen nog actueel zijn. Tot slot heeft [minderjarige] geen contact met haar vader en is er geen enkele vorm van communicatie tussen de ouders. Onderzocht moet worden wat ervoor nodig is om dit weer op te starten. De Raad concludeert dat er sprake is van een kwetsbaar gezinssysteem met veel zorgen, met name over het emotioneel welbevinden van [minderjarige] , de opvoedomgeving en het verstoorde contact tussen [minderjarige] en de vader. Deze situatie moet doorbroken worden, zodat [minderjarige] verder kan opgroeien in een veilig en stabiel opvoedingsklimaat die tegemoet komt aan haar opvoedingsbehoeften. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] geeft in haar brief aan dat ze het nut van een ondertoezichtstelling niet in ziet. Er is geen reden waarom ze in gevaar zou zijn en is er geen sprake van een onveilige thuissituatie. [minderjarige] heeft alle basisbehoeften die iemand nodig heeft. Ze snapt niet dat er nu pas een onderzoek komt en niet in de periode toen het volgens haar echt nodig was. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De moeder is het eens met verzoek voor een ondertoezichtstelling. De moeder geeft verder aan dat zij geen drugs gebruikt en dat er altijd onverwachts getest mag worden. De moeder licht toe dat de wapens, waarover gesproken wordt in het raadsrapport, messen van [minderjarige] betreffen. [minderjarige] vindt deze messen heel mooi en hangen in een hoes voor de sier aan de muur. Voorts stelt de moeder dat op haar initiatief in december contact heeft plaatsgevonden tussen de vader en de kinderen. Zij zijn toen samen naar de film geweest. Dit is goed verlopen. De moeder had voorgesteld om bij de vader te overnachten, dit wilden de kinderen niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De GI is het eens met de ondertoezichtstelling. De GI stemt in met de inzet van Goed Genoeg Ouderschap, urinecontroles van de moeder, screening van [minderjarige] op trauma en autisme en contactherstel met de vader. Mogelijk komt uit het onderzoek van [minderjarige] een advies voor een behandeling met een systemisch component. Dan kan ook systeemtherapie opgepakt worden, maar dit is net als het werken aan contactherstel met vader erg lastig. Het is voor de GI niet goed mogelijk om hulpverlening hiervoor in te zetten in België. Dit is alleen mogelijk als de vader de GI toestemming geeft voor de samenwerking met de autoriteiten in België. De GI acht dit wel in het belang van [minderjarige] en zal dit ook gaan proberen. De GI is reeds betrokken bij het halfzusje van [minderjarige] en benoemt dat de communicatie met de moeder prettig verloopt. De moeder is actiever dan voorheen. Ze belt de GI, stelt vragen en staat open voor advies over de kinderen. Persoonlijke hulpverlening voor de moeder is voor nu een brug te ver. Daarvoor is de situatie nu nog te kwetsbaar. Verder is de GI geschrokken van het rapport van de Raad, waarin wordt gesproken over drugs, prostitutie, een vreemde geur in huis en wapens. De GI komt niet in de avond bij de moeder, waardoor zij geen zicht heeft op het drugsgebruik van moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De kinderrechter constateert dat de vader en [minderjarige] de Belgische nationaliteit hebben en dat de vader woonachtig is in België. Beoordeeld moet worden of de kinderrechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijke recht te bepalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Ingevolge de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige haar gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Nu de minderjarige haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Nu de Nederlandse rechter bevoegd is op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.<footnote-ref linkend="_1f9bb931-082f-41fb-86b6-9a16ba6bc6dd" /> De kinderrechter legt hieronder uit waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De kinderrechter concludeert dat [minderjarige] ernstig wordt bedreigd in haar ontwikkeling. Er zijn grote zorgen over het emotioneel welbevinden van [minderjarige] . Haar school constateert een lage draagkracht en een neerslachtige en droevige indruk. Daarnaast zijn er zorgen over de opvoedomgeving bij de moeder als gevolg van haar verleden waarin mogelijk sprake is geweest van drugs, wapens en prostitutie. De indruk bestaat dat [minderjarige] uit loyaliteit moeite heeft met het uiten van haar zorgen ten aanzien van haar moeder. Tevens stelt de kinderrechter vast dat er sprake is van een verstoord contact tussen [minderjarige] en haar vader. [minderjarige] heeft hier veel verdriet van en dit kan leiden tot emotionele en sociale problemen als deze relatie niet wordt hersteld. De kinderrechter is met de Raad van oordeel dat de patronen van het gezinssysteem doorbroken moeten worden, zodat [minderjarige] kan opgroeien in een veilig en stabiel opvoedingsklimaat dat tegemoetkomt aan de opvoedingsbehoeften. De kinderrechter begrijpt de bedenkingen van de GI met betrekking tot de vader, die woonachtig is in België. Voor de GI het erg lastig om hulpverlening vanuit Nederland in België in te zetten. De kinderrechter acht van belang dat de GI hier toch op zal inzetten en onderzoekt wat in dit kader mogelijk is. Gezien de wens van vader om meer betrokken te zijn, biedt het vrijwillig kader en de samenwerking met de Belgische instanties wellicht hiervoor mogelijkheden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para> De kinderrechter vindt het noodzakelijk dat er een regievoerder komt vanuit het gedwongen kader om zodoende zicht te krijgen op de veiligheid bij moeder, het opvoed-handelen van beide ouders en daarbij de behoeften van [minderjarige] . De kinderrechter zal daarom het verzoek van de Raad toewijzen en [minderjarige] onder toezicht van de GI stellen. Hij doet dit met ingang van heden en tot 25 juni 2026, onder afwijzing van het resterende deel van het verzoek, zodat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] gelijk wordt gesteld aan de termijn van de ondertoezichtstelling van haar halfzusje. Een eventueel verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling ten aanzien van beide kinderen kan dan op dezelfde dag ter zitting worden behandeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De kinderrechter sluit zich aan bij de door de Raad opgestelde doelen in het raadsrapport en geeft aan de GI de opdracht mee om de volgende doelen voor ogen te houden:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] groeit op in een veilige, stabiele en voorspelbare opvoedsituatie waarin er responsief en sensitief op haar behoeften wordt ingespeeld;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] weet emoties op een adequate en bij de leeftijd passende wijze te reguleren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] ervaart duidelijkheid over wat zij kan verwachten in het contact en de omgang met haar vader en voelt zich hierin voldoende gehoord (wat betekent dat er passend bij de behoefte van [minderjarige] contact is met vader);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] ervaart vrijheid en ruimte om de band met beide ouders te onderhouden en haar loyaliteit naar beide ouders vorm te geven;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ouders blijven zich begeleidbaar opstellen en komen gemaakt afspraken met elkaar en anderen na en stellen het ouderschap van [minderjarige] centraal.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 28 januari 2026 en tot 25 juni 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Duinhof, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier en op schrift gesteld op 9 februari 2026.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1f9bb931-082f-41fb-86b6-9a16ba6bc6dd" label="1">
    <para> Artikel 1:255 BW.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>