<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T11:52:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/443352 / JE RK 25-2291</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1096">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1096</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-25T15:12:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1096 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-01-2026 / C/02/443352 / JE RK 25-2291</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1096:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing t.b.v. noodzakelijke behandeling - kinderrechter gelast de Raad om onderzoek te doen naar het perspectief van de minderjarige.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1096:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/443352 / JE RK 25-2291</para>
      <para>Datum uitspraak: 23 januari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING</emphasis>, locatie Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de vader,</para>
      <para>wonende in [woonplaats 2] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de oma mz]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: de oma (moederszijde),</para>
      <para>wonende te [woonplaats 3] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 december 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van oma van 13 januari 2026;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 januari 2026, ingekomen bij de griffie op 21 januari 2026.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:</para>
      <para>- de vader;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de oma;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een vertegenwoordigster van de GI.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Tevens heeft de kinderrechter bijzondere toestemming verleend voor de aanwezigheid van [begeleidster van de vader] bij [zorginstelling] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’ of via het schrijven van een brief. [minderjarige] heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De oma van [minderjarige] heeft de kinderrechter op 13 januari 2026 laten weten dat [minderjarige] niet naar het gesprek zal komen, omdat er nog teveel op haar afkomt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft bij beschikking van 27 januari 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend. Laatstelijk, bij beschikking van 21 januari 2025, heeft de kinderrechter de maatregelen van [minderjarige] verlengd, met ingang van 27 januari 2025 tot 27 januari 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft sinds januari 2025 bij [gezinshuis] in [plaats] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van negen maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van de GI</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. In de afgelopen periode zijn er in toenemende mate zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] . Bemerkt wordt dat [minderjarige] zich vaker in een zogenoemde ‘freeze-stand’ bevindt: zij trekt zich terug, laat weinig initiatief zien en toont beperkt contact met haar eigen gevoelens en behoeften. Dit gedrag wordt vermoedelijk verklaard vanuit haar behoefte aan veiligheid en haar moeite om anderen te vertrouwen, mede gezien haar traumatische ervaringen en verliesgeschiedenis. Zij vindt het moeilijk om hulp te accepteren en laat vermijdend gedrag zien, terwijl zij extra tijd en ondersteuning nodig heeft in het leren en verwerken van informatie. Bij spanning plast [minderjarige] regelmatig in haar broek. Op school is [minderjarige] vaak alleen op het schoolplein en zoekt zij houvast bij haar broertje. [minderjarige] is beïnvloedbaar en volgt het gedrag van andere kinderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Er zijn risico’s rondom het netwerk en in de draagkracht bij beide ouders. De moeder heeft een beperkte lichamelijke draagkracht en laat soms instabiliteit zien. De vader heeft een verstandelijke beperking, is bekend met cannabisgebruik en woont bij [zorginstelling] in een beschermde woonvorm. Hij toont weinig zelfreflectie en kan beperkt emotionele afstemming zoeken op [minderjarige] . Hoewel de vader zich gemotiveerd toont, heeft hij blijvende begeleiding nodig om voldoende af te kunnen stemmen op wat [minderjarige] nodig heeft, alsook in de communicatie. Oma is een belangrijke hechtingsfiguur die voor [minderjarige] zorgt voor rust en veiligheid. Gelet op de leeftijd en gezondheid van oma kon zij de zorg voor [minderjarige] niet langer dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont nu een jaar in het [gezinshuis] . Zij beseft dat zij niet meer terug gaat naar een van de ouders. [minderjarige] volgt dierencoaching om haar emoties beter onder woorden te kunnen brengen. Benodigde traumatherapie is nog niet gestart. Hoewel [minderjarige] niet meer bij een van haar ouders woont, is het voor haar nu wel duidelijk wanneer zij hen ziet. De omgang met de moeder verloopt goed. De GI gaat nog onderzoeken wat de mogelijkheid en vaardigheden van de vader zijn om te bezien wat er in de omgang het maximaal haalbare is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De GI begrijpt dat de ouders behoefte hebben aan een perspectiefbesluit, ondanks dat zij beiden achter het verblijf van [minderjarige] bij het [gezinshuis] staan. De GI kan zich erin vinden dat Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) wordt verzocht hiernaar onderzoek te doen. In de tussentijd dienen de maatregelen te worden verlengd, zodat de huidige situatie gewaarborgd blijft. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van belanghebbenden en het advies van de Raad</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>De moeder brengt, samengevat, naar voren dat zij akkoord is met het verzoek. Voor de moeder is duidelijk dat zij niet voor [minderjarige] kan zorgen. Zij is slecht ter been en kan bijvoorbeeld geen trappen lopen. De moeder heeft zorgen over haar eigen gezondheid. Zij weet dat de omgang zoals deze nu is, niet uitgebreid kan worden. De moeder is het eens met een perspectiefonderzoek door de Raad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Ook de vader verklaart, samengevat, hij het eens is met het verzoek. De vader vindt het fijn dat [minderjarige] bij het [gezinshuis] goed wordt opgevangen. Hij hoopt dat zij daar kan blijven. De omgang kan beter, maar daar wordt aan gewerkt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De oma brengt, samengevat, naar voren dat zij het belangrijk vindt dat [minderjarige] tot haar meerderjarigheid bij het [gezinshuis] blijft. De oma ziet dat de ouders niet in staat zijn om voor [minderjarige] te zorgen, terwijl zij ook zelf slechts in beperkte mate de zorg kan dragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De Raad heeft de kinderrechter schriftelijk geadviseerd. De Raad concludeert, samengevat, dat een verlenging van de maatregelen het meest bijdraagt aan het zorgen dat het goed blijft gaan met [minderjarige] . Haar situatie blijft kwetsbaar. Traumabehandeling moet nog worden opgestart en ook het contact met haar netwerk heeft nog aandacht nodig. De Raad stemt aldus in met de verzoeken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wat zegt de wet?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>De kinderrechter kan hier kort zijn. Naar het oordeel van de kinderrechter wordt voldaan aan de wettelijke criteria voor de verlenging van de ondertoezichtstelling. De kinderrechter ziet en hoort dat [minderjarige] onverminderd ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Hoewel uit de overgelegde stukken ook blijkt zij in de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet en zij meer openheid durft te tonen en haar emoties beter kan uiten, zijn er nog steeds zorgen over vermijdend gedrag, het behouden van controle en het moeilijk accepteren van hulpverlening. Zo wordt gezien dat [minderjarige] op spanningsvolle momenten nog in haar broek plast en zij kwetsbaar is op het gebied van verlieservaringen en angst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>Daarnaast heeft de kinderrechter zich ervan vergewist dat niet alle bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen zijn behaald. Hiervoor dient de komende periode ondertoezichtstelling aandacht voor te zijn. Van belang is dat de huidige hulpverlening rondom [minderjarige] , zoals de dierencoaching, doorgang vindt en zij kan starten aan traumatherapie. Ook dient [minderjarige] geholpen te worden in het kader van rouw- en verlieservaring en heeft het contact met het netwerk aandacht nodig. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.7.</nr>
      <para>Hoewel beide ouders instemmen met het verzoek, acht de kinderrechter een gedwongen kader – en daarmee regievoering van en monitoring door de GI – noodzakelijk. Gebleken is immers dat de ouders ieder te kampen hebben met eigen persoonlijke problematiek en het hen niet lukt om zelfstandig de juiste keuzes voor [minderjarige] te maken, hoe graag zij dit ook zouden willen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.8.</nr>
      <para>Het voorgaande betekent dat de kinderrechter het verzoek zal toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] zal verlengen met ingang van 27 januari 2026 tot 27 januari 2027.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verlening machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.9.</nr>
      <para>Uit de overlegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is gebleken dat [minderjarige] gelet op haar eigen problematiek en de persoonlijke problematiek van de ouders niet bij (een van) hen kan worden teruggeplaatst. Van belang is dat [minderjarige] vanuit haar plaatsing bij het [gezinshuis] , en de veiligheid, structuur en kaders die haar daar worden geboden, toekomt aan verdere behandeling en ontwikkeling. Gebleken is dat alle betrokkenen zich hierin kunnen vinden. Met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt de plaatsing van [minderjarige] bij het [gezinshuis] gewaarborgd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.10.</nr>
      <para>Gelet hierop zal de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen voor de verzochte duur van negen maanden, wat betekent dat de machtiging tot uithuisplaatsing geldt met ingang van 27 januari 2026 tot 27 oktober 2026.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Perspectiefbesluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.11.</nr>
      <para>Tevens is gebleken dat alle betrokkenen zich erin kunnen vinden dat [minderjarige] bij het [gezinshuis] blijft en zij daar verder opgroeit tot haar meerderjarigheid. Echter, van een perspectiefbesluit door de GI waarin dit wordt bestendigd is nog niet gebleken. De kinderrechter vindt het van belang dat dit perspectiefbesluit er op korte termijn komt. [minderjarige] en de ouders hebben behoefte aan die duidelijkheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.12.</nr>
      <para>Nu de kinderrechter in de zaak van het halfbroertje van [minderjarige] , die eveneens bij het [gezinshuis] verblijft, (de zaak met kenmerk C/02/443633 / JE RK 26-7) heeft besloten om de Raad te gelasten om een onderzoek te doen naar zijn perspectief, acht de kinderrechter het volledigheidshalve gepast om ook onderzoek te laten verrichten naar het perspectief van [minderjarige] . Naar de overtuiging van de kinderrechter zal [minderjarige] zich afgewezen of ‘minder belangrijk’ voelen wanneer alleen haar broer, en zij dus niet, in het onderzoek wordt betrokken. Nieuwe ervaringen van teleurstellingen op dat gebied moeten worden voorkomen. Naar verwachting zal duidelijkheid voor [minderjarige] waar zij blijft wonen ertoe leiden dat zij zich mogelijk meer kan openstellen voor hulpverlening en dit haar ontwikkeling ten goede komt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.13.</nr>
      <para>Dit betekent dat de kinderrechter <emphasis role="underline">de Raad </emphasis>dan ook zal verzoeken om een onderzoek te verrichten naar het perspectief van [minderjarige] . De kinderrechter gaat er hierbij van uit dat de Raad over de resultaten van dat onderzoek zal rapporteren en adviseren in het kader van een nog door de GI in te dienen opvolgend verzoek met betrekking tot de beschermingsmaatregelen voor [minderjarige] . Voor de goede orde merkt de kinderrechter op dat het dus <emphasis role="bold">niet</emphasis> de bedoeling is om het onderzoek in te dienen in deze zaak aangezien het verzoek van de GI volledig zal worden toegewezen. De kinderrechter verwacht dat het perspectiefonderzoek zal worden overgelegd bij een toekomstig verzoek van de GI tot verlenging van de maatregelen. Het is aan de Raad en de GI om dit nader met elkaar af te stemmen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.14.</nr>
      <para>Tijdens de zitting is gebleken dat de ouders, de oma en de GI een perspectiefonderzoek door de Raad ondersteunen. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Positie oma als belanghebbende</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.15.</nr>
      <para>De kinderrechter zal ook in deze procedure de oma aanmerken als belanghebbende. De kinderrechter overweegt daartoe dat de oma een belangrijke hechtingsfiguur is in het leven van [minderjarige] en dat zij, waar zij kan, [minderjarige] blijft ondersteunen. Zij is nauw betrokken. Bovendien is de oma lange tijd opvoeder geweest van [minderjarige] en is zij bekend met de problematieken van [minderjarige] en de ouders.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.16.</nr>
      <para>De kinderrechter zal de beslissing ten aanzien van de verlenging van de maatregelen uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 27 januari 2026 tot 27 januari 2027;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 27 oktober 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.4.</nr>
      <para>verzoekt de <emphasis role="bold">Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>, locatie Breda, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de vraag waar het perspectief van [minderjarige] ligt en daarover te rapporteren en te adviseren, welk rapport in het kader van een door de GI in te dienen opvolgend verzoek bij de rechtbank dient te worden ingediend, zulks onder gelijktijdige verstrekking van een afschrift daarvan aan de GI, de moeder, de vader en de oma.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 4 februari 2026.</para>
      <para />
      <para />
      <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>