<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2026:1001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T11:13:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02.800569.12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1001">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1001</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T10:47:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2026:1001 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / 02.800569.12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1001:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tbs-verlenging twee jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2026:1001:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02.800569.12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van de meervoudige kamer van 13 februari 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van: </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>verblijvende bij [kliniek] te [locatie] ,</para>
      <para>hierna: betrokkene, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ‘s-Gravenhage.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De stukken</title>
    <para>Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:</para>
    <para>- de vordering van de officier van justitie van 23 december 2025, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege met twee jaar;</para>
    <para>- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene;</para>
    <para>- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 15 december 2025;</para>
    <para>- de pro-justitia rapporten van de [psycholoog] van 22 december 2025 en de [psychiater] van 8 november 2025.</para>
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>2</nr>Procesgang</title>
    <parablock>
      <para>Bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 25 februari 2014 is betrokkene</para>
      <para>veroordeeld voor seksueel misbruik van drie minderjarige slachtoffers en het vervaardigen</para>
      <para>en in bezit hebben van kinderporno. Betrokkene heeft een gevangenisstraf van vier jaar met</para>
      <para>aftrek van voorarrest en tbs met verpleging van overheidswege opgelegd gekregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tbs is aangevangen op 12 februari 2015 en laatstelijk met twee jaar verlengd op</para>
      <para>1 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 30 januari 2026 is de officier van justitie gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Ook is de deskundige mevrouw [klinisch psycholoog] , gehoord. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het advies van de tbs-instelling</title>
    <parablock>
      <para>De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Bij betrokkene is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke</para>
      <para>en narcistische kenmerken en een posttraumatische stressstoornis. Ook voldoet betrokkene aan de diagnostische criteria van pedofilie en parafilie. In de huidige situatie van intramuraal verblijf met onbegeleide verloven wordt het risico van terugval in seksueel delictgedrag ingeschat als laag. Echter, wanneer de tbs-maatregel op dit moment zou komen te vervallen, wordt het risico van terugval in seksueel delictgedrag ingeschat als hoog. Gelet op de problematiek van betrokkene en de hieraan verbonden recidiverisico’s wordt een zeer gefaseerde en gecontroleerde resocialisatie nodig geacht. In de komende periode worden de verloven verder uitgebreid en wordt er toegewerkt naar transmuraal verlof. Verwacht wordt dat de behandeling en resocialisatie van betrokkene nog geruime tijd in beslag zal nemen. Er kan daarom niet binnen de termijn van één jaar worden toegewerkt naar een minder dwingend kader zoals een voorwaardelijke beëindiging van de tbs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies bevestigd en daaraan nog toegevoegd dat het resocialisatietraject – door de zorgen die er zijn – voorzichtig en gefaseerd moeten worden opgebouwd en getoetst. Betrokkene zit nog in de fase van onbegeleid verlof. Bij de volgende evaluatie zal worden gekeken of transmuraal verlof mogelijk is. In ieder geval zullen er door betrokkene nog grote stappen moeten worden gemaakt. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De adviezen van de externe gedragsdeskundigen</title>
    <parablock>
      <para>In hun rapporten hebben de [psychiater] en [psycholoog] geconcludeerd dat bij betrokkene sprake is van een pedofiele stoornis en een hoog recidiverisico. Het belang van (strakke) monitoring en een nauwe samenwerking met een</para>
      <para>multidisciplinair en inhoudelijk deskundig behandelteam vereist voortzetting van het huidige tbs-kader. Gelet op de fasering van de resocialisatie wordt zelfs bij positief verloop een periode van een jaar onvoldoende geacht om afschaling van het kader te overwegen. Er wordt daarom geadviseerd de tbs met twee jaar te verlengen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Het standpunt van partijen</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Betrokkene heeft op zitting verklaard dat het goed met hem gaat en dat hij zich kan vinden in de adviezen van de tbs-instelling en de gedragsdeskundigen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat volgens de kliniek betrokkene in een groep personen valt met een hoog recidiverisico. Dit betekent dat er niet naar betrokkene als persoon is gekeken, maar enkel naar de groep waartoe hij zou behoren. Dit maakt volgens de raadsman dat het recidiverisico voor betrokkene niet kan worden vastgesteld. Door de raadsman zijn hier echter geen consequenties aan verbonden. Hij heeft zich dan ook niet verzet tegen een verlenging van de tbs met twee jaar.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>De beoordeling</title>
    <para>De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de termijn van de verlenging zal de rechtbank het advies van de tbs-instelling volgen. </para>
      <para>De verloven van betrokkene moeten nog verder worden uitgebreid en er moet nog een start worden gemaakt met transmuraal verlof. Het uitbreiden van de verloven zal de nodige tijd in beslag nemen, omdat betrokkene in deze periode gaat experimenteren met meer vrijheden, waarbij langdurige controle en toezicht noodzakelijk is. Het is duidelijk dat het traject van betrokkene in ieder geval nog langer dan één jaar zal duren. De rechtbank zal de tbs met verpleging van overheidswege dan ook verlengen met twee jaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing	</title>
    <para>De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met twee jaar.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en mr. T.M. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van A. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Bree en de griffier zijn niet in de gelegenheid om deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>