<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:9815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-27T14:00:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/896</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_vreemdelingenrecht">Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T09:10:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:9815 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 14-11-2025 / BRE 25/896</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Richtlijn tijdelijke bescherming - beroep tegen brief overplaatsing opvangvoorziening - interne verhuizing - geen sprake van een relevante feitelijke handeling - artikel 72, derde lid, van de Vw</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 25/896</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres </bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen</emphasis>, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. D.J. Cremer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 januari 2025, waarbij haar bezwaar tegen de brieven van verweerder van 2 en 9 oktober 2024 niet-ontvankelijk is verklaard (het bestreden besluit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft op 21 maart 2025 een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep vereenvoudigd<footnote-ref linkend="_54018caa-cc1e-48b5-9aba-7cd559b58986" /> afgedaan. Een zitting is daarom achterwege gebleven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>1. Het beroep is gericht tegen een op bezwaar genomen besluit van verweerder. Dat daarbij het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard omdat volgens verweerder geen sprake is van een primair besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, neemt niet weg dat tegen het bestreden besluit beroep kan worden ingesteld. Verweerder stelt zich dan ook ten onrechte primair op het standpunt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>2. Eiseres is ontheemde uit Oekraïne en wordt onder de Regeling opvang ontheemden Oekraïne (de Regeling) opgevangen in de gemeente Terneuzen. Voorheen woonde zij daarbij samen met haar partner. Bij brieven van 2 en 9 oktober 2024 heeft de burgemeester aan de partner meegedeeld dat hij geen ontheemde is uit Oekraïne onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en daarom geen recht heeft op opvang onder de Regeling en dat hij de ter beschikking gestelde woonruimte op 11 oktober 2024 moet hebben verlaten. </para>
    <para />
    <para>3. Bij het bestreden besluit is besloten overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften van 22 januari 2025. Verweerder concludeert daarmee terecht dat geen sprake is van een besluit waartegen eiseres bezwaar kon maken, omdat eiseres geen belanghebbende is bij de vaststelling van de rechten van haar partner. De brieven van 2 en 9 oktober 2024 zijn ook uitsluitend aan hem gericht. Hierin wordt niet ingegaan op eventuele wijzigingen in het recht op opvang van eiseres. Verweerder heeft daarnaast geen besluit genomen tot overplaatsing van eiseres naar een andere opvangvoorziening op grond van artikel 9 van de Regeling. </para>
    <para />
    <para>4. Eiseres voert nog aan dat zij vanwege het vertrek van haar partner gedwongen is om binnen de opvanglocatie te verhuizen naar een andere kamer. Daarmee is volgens haar sprake van een feitelijke handeling zoals bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Een interne verhuizing binnen de voorziening waar eiseres wordt opgevangen moet naar het oordeel van de rechtbank worden beschouwd als een (verdere) uitvoering van het besluit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling, om eiseres op te vangen. Dit betreft geen relevante feitelijke handeling waartegen aanvullende bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. </para>
    <para />
    <para>5. Verweerder heeft het door eiseres gemaakte bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is kennelijk ongegrond.</para>
    <para />
    <para>7. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 14 november 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_54018caa-cc1e-48b5-9aba-7cd559b58986" label="1">
    <para> Op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>