<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:9768</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:21:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/442491 / JE RK 25-2118</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9768">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9768</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-12T09:25:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:9768 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-12-2025 / C/02/442491 / JE RK 25-2118</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9768:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 1:257 BW &amp; art. 1:265b BW. VOTS &amp; (spoed)MUHP toegewezen + kindbrief</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9768:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/442491 / JE RK 25-2118</para>
      <para>Datum uitspraak: 11 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING</emphasis>,</para>
      <para>Zeeland–West-Brabant, locatie Breda,</para>
      <para>hierna te noemen de Raad, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 1]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 1] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 2]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 2] 2010 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 2] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 3]
        </emphasis>, geboren op [geboortedag 3] 2009 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige 3] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres,</para>
      <para>advocaat mr. M.S. Krol uit Rotterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige 3] , </emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT</emphasis>, </para>
      <para>locatie Etten-Leur,</para>
      <para>hierna te noemen de gecertificeerde instelling de GI.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
        <para>- de beschikking van deze rechtbank van 30 november 2025 en alle daarin genoemde stukken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 8 december 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder, bijgestaan door haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een vertegenwoordigster van de Raad;</para>
      <para>- drie vertegenwoordigers van de GI.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. Van het gesprek met [minderjarige 3] mocht de kinderrechter niets delen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vader heeft [minderjarige 3] en [minderjarige 2] erkend. De vader heeft [minderjarige 1] niet erkend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] staan ingeschreven op het adres van de moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 30 november 2025 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI en is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de vader, danwel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 30 november 2025 tot 14 december 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Op grond van voornoemde machtiging verblijven [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader. [minderjarige 3] verblijft - ondanks de gegeven machtiging – nog steeds bij moeder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Onder aanhouding van iedere verdere beslissing is bepaald dat de partijen op de onderhavige zitting over het verzoek zullen worden gehoord. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De Raad verzoekt [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de vader, danwel in een accommodatie voor jeugdhulpverlening te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De Raad </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. Op 30 november jl. is de situatie in de thuissituatie van de moeder ernstig geëscaleerd. Naar aanleiding hiervan is een spoedverzoek ingediend. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen op dit moment bij de vader, [minderjarige 3] is bij de moeder blijven wonen. De Raad verzoekt om het resterende deel van de voorlopige ondertoezichtstelling volledig toe te wijzen, omdat de Raad nog steeds aanzienlijke zorgen over hun welzijn heeft. Tijdens de voorlopige ondertoezichtstelling zal worden onderzocht of een ondertoezichtstelling noodzakelijk is. Het verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 3] wordt ingetrokken; dit is - mede gelet op haar leeftijd - op dit moment niet passend aangezien zij bij haar moeder verblijft en daar ook wil blijven. Ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verzoekt de Raad om de machtiging tot uithuisplaatsing toe te wijzen, zowel voor verblijf bij de vader als voor verblijf in een accommodatie voor jeugdhulpverlening. De Raad ziet nog veel zorgen. Om zich te kunnen richten op hun eigen ontwikkeling, passend bij hun leeftijd, hebben de kinderen behoefte aan een stabiele, veilige en voorspelbare opvoedomgeving, waarin zij zich geen zorgen hoeven te maken over hun eigen veiligheid of die van hun broer of zus. Daarnaast hebben zij behoefte aan duidelijkheid over waar zij verblijven en hoe zij contact kunnen hebben met beide ouders. Er blijven zorgen bestaan over het ontbreken van onbelast contact met beide ouders en het risico dat de kinderen klem komen te zitten in loyaliteit, gezien de conflicten tussen de ouders. De moeder heeft aangegeven dat zij hulp wil, wat de Raad positief vindt. In de komende periode moet worden onderzocht wat hierin van de moeder en van de kinderen wordt verwacht en welke hulpverlening voor het gezinssysteem passend is. Gelet op het voorgaande verzoekt de Raad om het resterende deel van de voorlopige ondertoezichtstelling toe te wijzen, evenals de machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De moeder </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is, samengevat, het volgende aangegeven. De moeder voert geen verweer tegen het restant van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling. De moeder maakt zich al langere tijd ernstige zorgen over de situatie. Met name rondom haar achttienjarige zoon [persoon] bestaan veel zorgen. Deze problemen zijn haar boven het hoofd gegroeid, waardoor de situatie vervolgens met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is geëscaleerd. De moeder heeft meerdere keren aangegeven dat zij hulp nodig had, maar passende hulpverlening is nooit aangeboden of van de grond gekomen. De moeder staat achter het verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling, omdat zij vindt dat er ondersteuning moet worden ingezet. Zij is ook bereid om met de hulpverlening samen te werken. Zij stemt echter niet in met het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en verzoekt primair om afwijzing daarvan. De moeder ontvangt signalen dat de jongens door de vader worden belast met volwassenzaken. Juist vanwege die zorgen acht zij een plaatsing van de jongens bij de vader niet passend. Zij vreest dat, wanneer nu gekozen wordt voor verblijf bij de vader, dit zal leiden tot een verdere verwijdering tussen haar en de jongens. De moeder pleit daarom primair voor terugplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar huis, met passende ondersteuning. Subsidiair, mocht de machtiging tot uithuisplaatsing toch worden toegewezen, verzoekt zij om een neutrale plaats, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onbelast contact kunnen hebben met zowel de moeder als de vader. Indien [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toch bij de vader blijven wonen, moeten de GI en de Raad onderzoeken op welke wijze terugkeer naar huis alsnog mogelijk kan worden gemaakt en moet hier ook op ingezet worden. De hulpverlening dient zich daarbij te richten op het gehele systeem: zowel op ondersteuning van de moeder als van de kinderen. Ten aanzien van het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige 3] heeft de moeder geen standpunt, nu de Raad dit verzoek heeft ingetrokken. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Door de vader is, samengevat, naar voren gebracht dat hij zich kan vinden in het verzoek van de Raad. De jongens wonen op dit moment bij hem, en dat verloopt tot nu toe redelijk goed. In het verleden was hij minder betrokken bij de kinderen. Wanneer [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hem wonen, heeft hij wel hulp en ondersteuning nodig. Hij staat open voor begeleiding en vindt het goed als er iemand met hem meekijkt. Daarom stemt hij in met de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De GI </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De GI is de afgelopen twee weken opnieuw betrokken geraakt bij het gezin, maar in de periode daaraan voorafgaand was er al langdurig sprake van een ondertoezichtstelling. Deze is beëindigd omdat er onvoldoende vooruitgang werd geboekt. Inmiddels is de situatie echter weer geëscaleerd. De huidige situatie wijkt af van toen de ondertoezichtstelling werd afgesloten, omdat de vader nu betrokken is. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen momenteel bij hem; zij geven aan daar te willen blijven en de vader heeft aangegeven dat dit mogelijk is. Het lijkt beter te gaan met de jongens bij de vader. De schoolaanwezigheid van [minderjarige 1] is sterk verbeterd, al bestaan er nog zorgen over zijn welzijn. [minderjarige 2] gaat sinds april vorig jaar niet meer naar school. Voor hem is een onderwijsconsulent betrokken. Er zal nog worden onderzocht welke school voor [minderjarige 2] passend is. De GI ondersteunt het verzoek van de Raad ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De komende periode zal hulpverlening worden ingezet in de thuissituatie van de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Ten aanzien van [minderjarige 3] steunt de GI het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling echter niet. [minderjarige 3] woont bij haar moeder. In het verleden is het niet gelukt om met de moeder tot samenwerking te komen, waardoor de uitvoering van een voorlopige ondertoezichtstelling niet haalbaar is. Tijdens de eerdere langdurige betrokkenheid van de GI is veel geprobeerd, maar het lukte niet om aansluiting te vinden met de moeder. De ontwikkeling van [minderjarige 3] is niet te volgen, omdat er onvoldoende zicht is op de thuissituatie. De GI is tijdens haar betrokkenheid slechts één keer bij de moeder thuis geweest. Daarnaast heeft de hulpverlening geen toegang gekregen en is daarom niet gestart. De GI ziet de zorgen en is van mening dat structurele ondersteuning in de thuissituatie noodzakelijk is. De GI benadrukt echter dat de moeder zelf met een hulpvraag moet komen, en dat het noodzakelijk is dat zij de hulpverlening toegang tot haar huis verleent. De GI heeft, gezien het verloop tijdens de eerdere betrokkenheid, echter weinig vertrouwen dat dit gaat lukken. Gezien de voor de GI onuitvoerbare opdracht, verzoekt de GI om het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling ten aanzien van [minderjarige 3] af te wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedbeslissing zonder horen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Bij beschikking van 30 november 2025 zijn [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI en is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de vader, danwel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend, met ingang van 13 november 2025 tot 27 november 2025, zonder voorafgaand verhoor van de ouders. De Raad en de ouders zijn thans in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken. Op de zitting zijn geen nieuwe feiten en/of omstandigheden gebleken die aanleiding geven tot herroeping van de eerder afgegeven spoedbeslissing met ingang van heden. Daarom wordt de spoedbeslissing van 30 november 2025 in stand gelaten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de zitting van 8 december 2025.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijk kader </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:257 BW kan de kinderrechter de minderjarige voorlopig onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
        <para>a.	de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
        <para>b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Op basis van artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling resterende deel van het verzoek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Voorlopige ondertoezichtstelling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt het volgende. De situatie in de thuissituatie van de moeder is op 30 november 2025 ernstig geëscaleerd. Naar aanleiding daarvan is een spoedbeslissing voor een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing uitgesproken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen op dit moment bij de vader. [minderjarige 3] is bij de moeder blijven wonen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Er zijn al langere tijd aanzienlijke zorgen over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . In de periode voorafgaand aan dit spoedverzoek was er al langdurig sprake van een ondertoezichtstelling. Deze is beëindigd, omdat er onvoldoende vooruitgang werd geboekt. De zorgen blijven echter aanhouden. Er is veel onrust en onenigheid tussen de ouders, wat ervoor zorgt dat de kinderen last hebben van spanningen. Zij zitten klem tussen de ouders en kunnen geen onbelast contact hebben met beide ouders. Er zijn daarnaast meerdere escalaties geweest in de thuissituatie bij de moeder en de kinderen ervaren al lange tijd fysieke en emotionele onveiligheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>De kinderrechter is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Gedurende de voorlopige ondertoezichtstelling zal moeten worden onderzocht welke hulp voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wenselijk is en op welke manier vader ondersteund kan worden bij de opvoeding van de jongens. Het is zorgelijk dat [minderjarige 2] sinds april vorig jaar niet meer naar school gaat. Het is belangrijk dat wordt onderzocht welke school passend voor hem is, zodat hij zo snel mogelijk weer een dagritme kan opbouwen. [minderjarige 1] lijkt bij de vader meer rust te vinden maar ook over hem bestaan nog zorgen over zijn welbevinden. Met betrekking tot [minderjarige 3] heeft de kinderrechter zorgen over zowel haar fysieke als emotionele veiligheid. Dat de kinderrechter niet mocht vertellen wat [minderjarige 3] in het kindgesprek naar voren bracht, vindt de kinderrechter op zichzelf al zorgelijk. De kinderrechter vraagt zich af [minderjarige 3] de vrijheid voelt om te zeggen hoe het werkelijk met haar gaat en benadrukt dat in de komende periode duidelijk moet worden wat [minderjarige 3] nodig heeft, welke hulpverlening eventueel passend is en of een ondertoezichtstelling voor haar nodig is. De kinderrechter acht het dan ook van belang dat de komende periode wordt gebruikt om de veiligheid van [minderjarige 3] in de thuissituatie bij de moeder te monitoren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>De kinderrechter begrijpt het standpunt van de GI ten aanzien van het verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 3] gelet op haar ervaringen in het verleden. Gelet op de recente forse escalaties bij de moeder thuis en de ernstige zorgen over de ontwikkeling van alle kinderen, dus ook [minderjarige 3] , is de kinderrechter echter van oordeel dat nogmaals geprobeerd moet worden om zicht te krijgen op de thuissituatie bij de moeder, te onderzoeken wat van de moeder en van [minderjarige 3] verwacht wordt en wat nodig is om ervoor te zorgen dat het thuis bij de moeder goed (genoeg) gaat. Van de GI verwacht de kinderrechter daarom dat zij wekelijks op een vast tijdstip een afspraak met de moeder inplant voor contact en huisbezoek. Van de moeder verwacht de kinderrechter – zoals zij zelf ook tijdens de zitting heeft aangegeven – dat zij zich openstelt voor deze gesprekken en hen ook thuis ontvangt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Machtiging tot uithuisplaatsing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat het in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] noodzakelijk is dat zij uit huis worden geplaatst bij de vader. De jongens hebben zelf aangegeven bij hun vader te willen wonen, niet bij de moeder en niet op een neutrale plek. De kinderrechter acht een plaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader op dit moment het meest in hun belang. Zij moeten tot rust komen en passende hulp ontvangen. De vader heeft aangegeven dat de plaatsing bij hem mogelijk is, maar dat dit voor hem en voor zijn partner wel belastend kan zijn. De kinderrechter zal daarom daarnaast ook een machtiging afgeven voor een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>De Raad heeft het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 3] ingetrokken. Nu de Raad het verzoek heeft ingetrokken is het belang bij verdere behandeling daarvan komen te vervallen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>De kinderrechter zal de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De maatregel van voorlopige ondertoezichtstelling zal niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat op grond van artikel 807 Rv tegen de beslissing over een voorlopige ondertoezichtstelling geen andere voorziening openstaat dan cassatie in het belang der wet.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Brief aan [minderjarige 3] </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kinderrechter heeft met [minderjarige 3] afgesproken dat zij een brief zal sturen met daarin uitleg over de beslissing die is genomen. In de brief is het volgende opgenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beste [minderjarige 3] ,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 8 mei jl. hebben wij een gesprek met elkaar gehad, en op diezelfde datum heeft de zitting plaatsgevonden. Ik vond het heel fijn dat je er was en dat je zo open durfde te vertellen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens de zitting heb ik naar de meningen van de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Brabant, je moeder en je vader geluisterd. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb besloten dat er voor jou en je broers [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een voorlopige ondertoezichtstelling moet komen. Er zijn veel zorgen om jou, je broers, en hoe het thuis gaat. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat het belangrijk is om rust te brengen in jullie leven. Daarom is het goed dat er met hulp gekeken wordt wat er nodig is en welke ondersteuning het beste bij jullie past. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De machtiging tot uithuisplaatsing is door de Raad ingetrokken. Dat betekent dat ik daar geen beslissing meer over kan nemen. Jij blijft bij je moeder wonen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De kinderrechter hoopt dat, als er hulp komt, jij je ervoor kunt openstellen. Ook wil de kinderrechter je meegeven dat je goed voor jezelf moet zorgen, en dat je niet verantwoordelijk bent voor anderen. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [minderjarige 3] , nogmaals dank dat je op gesprek bent gekomen. Als je verder nog vragen hebt, kun je die stellen aan de jeugdzorgwerker van Jeugdbescherming Brabant. Ik wens jou het allerbeste toe voor de toekomst. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met vriendelijke groet, mede namens de griffier,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">mr. Maandag,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kinderrechter </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst toe het restantverzoek van de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van 14 december 2025 tot 28 februari 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de vader, danwel in een accommodatie voor jeugdhulpverlening met ingang van 14 december 2025 tot 28 februari 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>wijst af het verzoek machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 3] bij de andere ouder zonder gezag, te weten de vader, danwel in een accommodatie voor jeugdhulpverlening.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025 in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier. </para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>