<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:9752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T14:52:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 25-018436</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9752">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9752</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-23T14:51:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:9752 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-12-2025 / RK 25-018436</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9752:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagster niet-ontvankelijk. Geen belanghebbende. Fatbike van zoon.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9752:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadkamernummer	: 25-018436</para>
      <para>datum	: 2 december 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klaagster],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [datum] 1986 te [plaats],</para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van mr. C.G.A. Mattheussens, advocaat te Roosendaal (Vijfhuizenberg 207a, 4708 AJ Roosendaal),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klaagster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv, ingediend op 11 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt op 26 mei 2025 onder [belanghebbende] een elektrische fiets, merk/type La Souris Crossboss in beslag genomen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van het CVOM en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 november 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, klaagster en mr. C.G.A. Mattheussens als advocaat van klaagster, gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De belanghebbende is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. Dit is: [belanghebbende].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag met last tot teruggave aan [belanghebbende] of aan klaagster. Klaagster is juridisch gezien eigenaar van de fatbike, maar heeft deze ter beschikking gesteld aan haar zoon [belanghebbende]. Het was klaagster niet bekend dat haar zoon al een keer eerder op de fiets was aangehouden, waarbij was geconstateerd dat de remmen en de banden van de fatbike niet in orde waren en de ketting ontbrak. De aanname dat de fatbike daardoor onder een goedkeuringsplichtig voertuig zou vallen is feitelijk en juridisch onjuist. Er is geen sprake van een situatie dat de fatbike zich in zodanige staat bevond dat er in strijd met de wet is gehandeld. Daar komt bij dat de fatbike bij een officiële dealer is gekocht. Dat de originele ketting ontbreekt doet daar juridisch gezien niets aan af en leidt niet tot de conclusie dat de fatbike niet meer de weg op mag. De inbeslagname is een disproportionele maatregel. De fatbike is slechts een jaar oud en vertegenwoordigt een grote waarde. Bovendien zijn de gebreken aan de fatbike van zodanige aard dat ze op een eenvoudige wijze ongedaan kunnen worden gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster heeft in raadkamer aangevoerd dat zij de fatbike (mede) om medische redenen voor haar zoon heeft gekocht, dat zij de fatbike aan hem heeft gegeven en dat de fatbike aan hem toebehoort. Het was klaagster niet bekend dat haar zoon al eerder een waarschuwing gekregen met de instructie om de gestelde gebreken aan de fatbike te herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft nadrukkelijk gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het CVOM en zich op het standpunt gesteld dat het beslag op de fatbike gehandhaafd dient te blijven en dat deze dient te worden onttrokken aan het verkeer. De fatbike is, in de staat waarin deze zich bevindt, niet toegestaan op de openbare weg. De waarde van het voertuig staat in beginsel los van de beslagbeslissing. Verder was beslagene [belanghebbende] een gewaarschuwd mens en heeft hij nagelaten het voertuig te herstellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is tijdig ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klaagster heeft in raadkamer gesteld niet de rechthebbende op de fatbike te zijn; deze behoort toe aan haar zoon [belanghebbende]. Onder die omstandigheden is klaagster geen belanghebbende. Klaagster zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het beklag. De klaagschriftprocedure kent bovendien niet de mogelijkheid van een last tot teruggave van in beslag genomen voorwerpen aan een ander dan degene die daarover een klaagschrift heeft ingediend (vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen door mr. M.H.M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>INFORMATIE RECHTSMIDDEL</para>
      <para>Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing <emphasis role="bold">beroep in cassatie </emphasis>worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>