<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:9255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-24T13:42:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-162898-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-24T10:53:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:9255 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-12-2025 / 02-162898-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor opzetaanranding. Verdachte heeft onverhoeds in het geslachtsdeel van de aangever gegrepen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02-162898-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis (vul parketnummer in)van de meervoudige kamer van 24 december 2025  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,</para>
      <para>wonende aan de [adres] ,</para>
      <para>raadsvrouw: mr. M. Schmit, advocaat in Rotterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 december 2025, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte aangever heeft aangerand of in het openbaar seksueel heeft geïntimideerd.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetaanranding.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring van opzet- of schuldaanranding kan komen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte stevig in het geslachtsdeel van aangever heeft gegrepen en ook niet dat de handeling van verdachte een seksuele lading had. Wel kan de subsidiair ten laste gelegde seksuele intimidatie bewezen worden verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen </emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt eerst de relevante feiten en omstandigheden op grond van de bewijsmiddelen vast. Op 7 maart 2025 werkte aangever bij [restaurant] in [plaats] , de horecagelegenheid van verdachte. Verdachte was die dag ook aanwezig maar op dat moment niet meer aan het werk. Op enig moment liep aangever in de buurt van een van de aanwezige gasten. Deze gast kneep vervolgens in de tepel van aangever. Terwijl aangever probeerde deze gast met beide armen op afstand te houden maakte verdachte, die naast deze gast stond, met zijn hand een beweging naar het geslachtsdeel van aangever. Een werkneemster, getuige [getuige] , zo blijkt uit de beelden, stond op dat moment op slechts enkele meters van de situatie af en keek in die richting. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Verklaring aangever</emphasis>
          </para>
          <para>Aangever heeft verklaard dat hij door verdachte op dat bewuste moment in zijn kruis is gegrepen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Het alternatieve scenario</emphasis>
          </para>
          <para>Verdachte schetst een alternatief scenario. Volgens hem maakte hij slechts een zwaai richting het geslachtsdeel. Hij denkt dat hij aangever daarbij niet heeft aangeraakt. De rechtbank volgt dit scenario niet. Zij hecht meer geloof aan de aangifte omdat die wordt ondersteund door de verklaring van werkneemster [getuige] , dat eerst gast [persoon] aan de tepels van aangever draaide, dat aangever de gast daarop van zich af duwde en dat verdachte ondertussen met zijn hand naar het geslachtsdeel van aangever reikte en dat stevig vastpakte. Verder zijn er de camerabeelden waarop naar het oordeel van de rechtbank te zien is dat verdachte onverhoeds richting het geslachtsdeel van aangever grijpt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De opzetaanranding</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat opzetaanranding onder meer betrekking heeft op situaties waarin iemand opzettelijk de wil van de ander negeert. Dit omvat ook gevallen van onverhoeds handelen. Het onverwachts en gericht op seksuele wijze betasten van iemand getuigt van opzettelijk handelen. Diegene is zich bewust van de aantasting van de seksuele integriteit en wil de ander geen ruimte geven om zich hiertegen uit te spreken.<footnote-ref linkend="_f982eadd-951b-4ce8-8397-13d756095f96" /> Van een seksuele handeling is sprake bij een aanraking van een seksueel lichaamsdeel zoals een geslachtsdeel.<footnote-ref linkend="_2049888d-f4a8-437d-8e05-9b76d9328733" /></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak sprake is van opzetaanranding. Verdachte heeft onverhoeds in het geslachtsdeel van aangever gegrepen, een seksueel lichaamsdeel. Door zo te handelen heeft verdachte aangever geen ruimte gelaten om daarover zijn wil te uiten. De omstandigheid dat verdachte naar zijn eigen zeggen geen seksuele bedoelingen had, is daarbij niet relevant. Voor de volledigheid merkt de rechtbank op dat zij geen enkel aanknopingspunt heeft gevonden voor een setting waarin aangever dit soort handelen zou hebben toegelaten. Integendeel, aangever weerde zich kort voor het handelen van verdachte nog af toen een gast hem in zijn tepel kneep, waarna verdachte nog een stap verder ging.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>op 7 maart 2025 te [plaats] , gemeente Moerdijk, met een persoon, te weten [aangever] een seksuele handeling heeft verricht, te weten <?linebreak?>- het betasten van de penis van die [aangever] terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [aangever] daartoe de wil ontbrak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>
      <emphasis role="italic">De strafbaarheid van het feit</emphasis>
      <?linebreak?>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluit. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De strafbaarheid van verdachte</emphasis>
        <?linebreak?>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van tachtig uur en een gevangenisstraf van vier weken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging verzoekt de rechtbank om, in het geval van een veroordeling voor de aanranding, een geheel voorwaardelijke taakstraf op te leggen, met een proeftijd van twee jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van het feit</emphasis>
          <?linebreak?>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetaanranding van aangever, zijn destijds achttienjarige werknemer. Terwijl aangever aan het werk was in het café van verdachte, greep verdachte onverhoeds in het geslachtsdeel van aangever. Dit gebeurde direct nadat één van de cafégasten aan de tepels van aangever draaide, terwijl verdachte ernaast stond. In plaats van zijn verantwoordelijkheid als werkgever te nemen en zijn werknemer te beschermen, heeft verdachte er nog een schep bovenop gedaan. Mede gelet op zijn eigen leeftijd en zijn rol als werkgever, had verdachte beter moeten weten. Hij heeft een inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van aangever. Het feit dat aangever direct ontslag heeft genomen bij verdachte, toont aan dat dit incident grote impact heeft gehad op aangever. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het strafblad</emphasis>
          <?linebreak?>De rechtbank heeft gezien dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld en houdt daar rekening mee. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het advies van de reclassering</emphasis>
          <?linebreak?>De rechtbank houdt verder rekening met het reclasseringsadvies. De reclassering schrijft dat verdachte zijn leven op orde lijkt te hebben. Vrijwel alle leefgebieden worden als stabiel omschreven. De reclassering ziet geen aanwijzingen voor psychische problemen, seksueel afwijkend gedrag en problematisch middelengebruik. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden omdat zij vindt dat interventies of toezicht niet nodig is. </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op al het voorgaande en de straffen die in soortgelijke zaken werden opgelegd, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf van tachtig uur passend en geboden. Deze taakstraf wordt vervangen door veertig dagen hechtenis als de taakstraf niet of niet naar behoren wordt verricht. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 241 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: opzetaanranding;</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 80 (tachtig) uur</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">40 (veertig) dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter,</para>
      <para>en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr. A.L. Hoekstra, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier,</para>
      <para>en is uitgesproken ter de openbare zitting op 24 december 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f982eadd-951b-4ce8-8397-13d756095f96" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis>, 2022/23, 36222, nr. 3, p. 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2049888d-f4a8-437d-8e05-9b76d9328733" label="2">
    <para>
      <emphasis role="italic">Kamerstukken II</emphasis>, 2022/23, 36222, nr. 3, p. 16.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>