<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:9074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-19T11:13:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11414550 \ CV EXPL 24-5866</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9074">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9074</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-16T09:50:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:9074 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-12-2025 / 11414550 \ CV EXPL 24-5866</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9074:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artt. 6:267 lid 1 BW; 7:25 BW. Eisende partij heeft laminaatvloer gelegd bij haar klant. Het materiaal daarvoor heeft zij ingekocht bij de gedaagde partij. De klant was niet tevreden met het werk omdat er tussen vloerdelen hoogteverschillen waren. Verschillende deskundigen hebben de vloer beoordeeld. Aan de hand van hun bevindingen oordeelt de kantonrechter dat de geleverde laminaat niet voldoet aan hetgeen de eisende partij mocht verwachten en veroordeelt gedaagde partij tot terugbetaling van de koopsom. De eisende partij heeft namelijk de overeenkomst met gedaagde partij ontbonden. Ook heeft zij de aanneemsom aan haar klant terugbetaald. De noodzaak voor dat laatste is echter niet aangetoond. De vordering tot vergoeding van de gemiste marge wordt daarom afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:9074:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11414550 \ CV EXPL 24-5866</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 17 december 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap onder firma </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Style Parket Den Haag </emphasis>
      </para>
      <para>te Den Haag</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>hierna te noemen: Style Parket</para>
      <para>gemachtigde: mr. E. Hunneman</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Intercombi B.V.</emphasis>
      </para>
      <para>te Kaatsheuvel</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>hierna te noemen: Intercombi</para>
      <para>gemachtigde: mr. A.J.T. Lichtendahl</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze zaak heeft de eisende partij een laminaatvloer gelegd bij haar klant. Het materiaal daarvoor heeft zij ingekocht bij de gedaagde partij. De klant was niet tevreden met het werk omdat er hoogteverschillen tussen vloerdelen waren. Meerdere deskundigen hebben de vloer beoordeeld. Aan de hand van hun bevindingen oordeelt de kantonrechter dat de geleverde laminaat niet voldoet aan wat de eisende partij mocht verwachten en veroordeelt zij gedaagde partij tot terugbetaling van de koopsom. De eisende partij heeft de overeenkomst met gedaagde partij ontbonden en de aanneemsom aan haar klant terugbetaald. De noodzaak voor die terugbetaling is niet aangetoond. De vordering tot vergoeding van de gemiste marge wordt daarom afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het tussenvonnis van 5 februari 2025;</para>
    <para>- de mondelinge behandeling van de zaak op 16 mei 2025, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Intercombi houdt zich onder andere bezig met de groothandel in laminaat. Style Parket verkoopt, legt en renoveert parket- en laminaatvloeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>In september 2022 sloot Style Parket met een consument een overeenkomst die inhield dat Style Parket een visgraat laminaatvloer zou leggen tegen betaling van € 4.106,03, inclusief btw. De daarvoor benodigde materialen zijn door Style Parket ingekocht bij Intercombi voor een bedrag van € 1.528,53, inclusief btw. Style Parket heeft de werkzaam-heden op 8 februari 2023 afgerond en diezelfde dag aan de consument gefactureerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Na een klacht van de consument heeft Style Parket geconstateerd dat er tussen de linker- en rechterdelen van de laminaatvloer hoogteverschillen zijn. Zij heeft aan Intercombi gevraagd om kosteloos nieuwe vloerelementen te leveren. Intercombi heeft dit geweigerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Verschillende partijen met kennis van laminaatvloeren hebben de vloer gezien en hun bevindingen schriftelijk gerapporteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Style Parket heeft het door de consument betaalde bedrag gerestitueerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>In een e-mail van 4 oktober 2023 heeft Style Parket de overeenkomst met Intercombi ontbonden en heeft zij aan Intercombi verzocht om het aan de consument terugbetaalde bedrag, gemaakte kosten en rente tot een bedrag van in totaal € 6.560,66 aan haar te voldoen. Intercombi heeft aan dat verzoek niet voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Style Parket vordert om in een vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I.	voor recht te verklaren dat de overeenkomst van 7 september 2022 per 4 oktober 2023 is ontbonden, dan wel die overeenkomst te ontbinden wegens een toerekenbare tekortkoming van de zijde van Intercombi, </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en om Intercombi te veroordelen om aan Style Parket te betalen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>II.	€ 1.528,53 wegens de als gevolg van de ontbinding ontstane ongedaanmakings-verplichting, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023;</para>
        <para>III.	€ 2.575,88 voor schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Intercombi, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2023;</para>
        <para>IV.	€ 556,60 voor kosten van de ingeschakelde deskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober [2023];</para>
        <para>V.	€ 308,55 voor kosten van de ingeschakelde deskundige, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024;</para>
        <para>VI.	€ 591,10 voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 december 2023;</para>
        <para>VII. de kosten van deze procedure, te vermeerderen met nakosten en de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Intercombi voert verweer. Zij concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Style Parket, dan wel afwijzing van de vorderingen van Style Parket, met veroordeling van Style Parket in de kosten van deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De overeenkomst &amp; algemene verkoopvoorwaarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Vast staat dat Style Parket van Intercombi materiaal heeft gekocht en geleverd heeft gekregen om een laminaatvloer in visgraatmotief te kunnen leggen. De prijs van in totaal </para>
        <para>€ 1.528,53 werd op 1 februari 2023 aan Style Parket gefactureerd en is door Style Parket betaald.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen verschillen van mening of op deze koopovereenkomst de algemene verkoopvoorwaarden van Intercombi van toepassing zijn. In de opdrachtbevestiging die als bijlage bij een e-mail van 7 september 2022 aan Style Parket werd gezonden is vermeld dat die voorwaarden van toepassing zijn. De voorwaarden zelf zijn echter pas later, onder een </para>
        <para>e-mail van 8 december 2022 en dus nadat de overeenkomst waar het in deze procedure om gaat werd aangegaan, aan Style Parket toegezonden. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Style Parket gesteld deze voorwaarden nooit eerder te hebben gezien. Intercombi heeft het tegendeel niet aangetoond. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat Style Parket bij het aangaan van de overeenkomst de toepasselijkheid van Intercombi’s algemene verkoop-voorwaarden heeft aanvaard. Die voorwaarden, en in het bijzonder de daarin opgenomen en door Intercombi gememoreerde onderzoeksplicht en exoneratie voor schade, zijn dan ook niet op de overeenkomst van toepassing<footnote-ref linkend="_add99243-445d-432b-85c4-6204c9747588" />.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gebrekkig product</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Style Parket voert aan dat de geleverde vloerdelen een gebrek hebben. Volgens haar is de clickverbinding aan de linkerzijde te strak waardoor er onacceptabele hoogteverschillen in de vloer ontstaan. Intercombi betwist dat sprake is van een gebrek of productfout.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Op 23 februari 2023 hebben Style Parket en Intercombi samen de vloer gezien. Volgens Intercombi heeft Style Parket toen gezegd dat haar medewerker het leggen van de vloer is begonnen vanuit het midden van de kamer. Dat is niet volgens de bijgeleverde legvoorschriften. Omdat Style Parket betwist dat zij dat heeft gezegd kan vooralsnog niet worden vastgesteld dat de betreffende medewerker daadwerkelijk de legvoorschriften heeft genegeerd. Voor zover de medewerker dit wel heeft gedaan en vanuit het midden van de kamer is gaan leggen staat bovendien niet met zekerheid vast dat deze werkwijze het hoogteverschil tussen de vloerdelen heeft veroorzaakt, en niet de door Style Parket beweerde ondeugdelijkheid van het product. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Na deze gezamenlijke schouw hebben partijen de vloer laten beoordelen door drie verschillende, in de branche werkzame, althans met laminaat bekend zijnde derden. </para>
        <para>Op het verzoek van Style Parket heeft professioneel parketteur de heer [naam 1] met een collega naar de vloer gekeken. In een e-mail van 29 april 2023 schreef [naam 1] onder andere:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Wij hebben geprobeerd de visgraat vloer opnieuw te leggen met een aantal nog niet geopende pakken. We zijn begonnen volgens de leginstructie met het leggen van het laminaat dus in de breedte van de woning. Hierbij kregen wij de delen moeilijk in elkaar en was er tussen enkele delen een niveau verschil voelbaar (...). De klant is niet tevreden met het resultaat wat naar ons inziens door het niet altijd even nauwkeurig passende clicksysteem komt. Wij hebben deze klacht niet kunnen oplossen en ik zou dit met leverancier van het laminaat opnemen.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Enkele maanden later, op 22 augustus 2023, heeft in opdracht van Style Parket de heer [naam 2] van [bedrijf 1] de vloer geïnspecteerd. In het daarvan opgemaakte rapport schreef [naam 2] onder meer:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Als eerste heb ik getracht de rechter visgraatstroken over de lengte in te klikken hetgeen zonder enige uitoefening van kracht gemakkelijk lukte. Vervolgens heb ik de linker visgraatstrook over de lengte getracht in elkaar te klikken. Dit bleek zeer moeilijk te gaan waarbij de twee stroken niet vlak in elkaar waren te klikken (…).</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij het leggen van het visgraatpatroon ontstonden dezelfde problemen als bij het separaat inklikken van de rechter en linkerstroken De rechterstrook paste over de lengtekant perfect in elkaar en de linkerstrook was alleen met uitoefening van veel kracht en een aanslagblok passend op de rechterstrook te leggen. Bovendien werd de clickborging beschadigd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het moge ook duidelijk zijn dat de clickverbinding van de rechterstrook niet gelijk is aan de clickverbinding van de linkerstrook waardoor het visgraatpatroon slechts met moeite is te leggen.</emphasis>”.</para>
        <para>
          [naam 2] concludeerde:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">Voor zover ik thans heb kunnen bpalen naar aanleiding van de klacht op zich en de uitgevoerde testen kan ik niet anders oordelen dan dat er op deze vloer sprake is van een productprobleem op de linkerstroken van de visgraat in de vorm van passing en maatvoering op de clickverbinding. De vloer dient naar mijn mening te worden vervangen.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als derde, door Intercombi aangewezen deskundige heeft op 15 maart 2024 de heer [naam 3] van [bedrijf 2] de vloer onderzocht. In zijn rapport komen in paragraaf 3.4 onder meer de volgende vragen en antwoorden aan de orde:</para>
        <para>“<emphasis role="italic">a. Zijn de klachten van de consument te kwalificeren als gebreken?</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het aangegeven “hoogteverschil” is minimaal aanwezig, maar wel een indicatie voor verdere gebreken. De vloer kraakt, staat onder spanning en komt op plaatsen omhoog.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">b. Wat is de oorzaak van deze gebreken?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vloer is, door een te strakke verbinding in het materiaal, in elkaar geforceerd. Deze strakke verbinding leidt in het bijzonder bij visgraat tot krakende en omhoog staande aansluitingen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">c. Is deze oorzaak aan cliënte als leverancier van de vloer te wijten?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De toleranties in het materiaal zijn dermate klein dat de vloer enkel in ideale omstandigheden gelegd kan worden. Dit is niet onmogelijk, maar een gemiddelde laminaatvloer wordt vaak als betaalbare optie gekozen zonder toevoeging van een speciale onderlaag, egalisatie of andere zaken om rekening mee te houden. Hier is echter geen sprake van gemiddeld laminaat. Het betreft een dikker laminaat van 12 mm dik, welke de oneffenheden in de ondergrond minder tolereert dan een gemiddeld laminaat van ca. 7 mm dik.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">h. wat is uw commentaar op het expertiserapport van [bedrijf 1]?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik kan me deels vinden in de conclusie en bevindingen van dit rapport. De conclusie dat de fout te herleiden is naar de strakke verbindingen deel ik enigszins. Zijn test met enkele planken wijst echter wel uit dat het probleem al merkbaar is bij de verwerking. Dat de vloer strak in elkaar klikt betekent extra zorgvuldigheid, en niet forceren. Daarbij beschadigt het materiaal. Met name de vlakheid van de ondergrond in combinatie met deze strakke verbinding (inherent aan het product) zorgt voor de geconstateerde klachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam 3] concludeert:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vloer is, door een strakke verbinding in het materiaal, in elkaar geforceerd tijdens het leggen. Deze strakke verbinding leidt in het bijzonder bij visgraat tot krakende en omhoog staande aansluitingen als de ondergrond niet geheel vlak is. Dit leidt tot breuk in de verbindingen, wat door de klant ervaren wordt als hoogteverschillen. (…) De ondervloer kon ik door de laminaatvloer niet rechtstreeks controleren.</emphasis>”.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>In de bevindingen van de drie deskundigen kan worden gelezen dat vloerdelen niet steeds nauwkeuring op elkaar aansluiten en dat verbindingen tussen de vloerdelen zodanig nauw waren dat het leggen van de vloer met meer dan gebruikelijke tact en behoedzaamheid dient te gebeuren om schade te voorkomen. Uit het rapport van [naam 3] lijkt bovendien te kunnen worden afgeleid dat het gebruikte laminaat enkel geschikt is om op een (nagenoeg) volledig egale ondervloer te leggen. Intercombi schrijft dit alles toe aan de specifieke producteigenschappen van het door haar geleverde materiaal maar daarin wordt zij niet gevolgd. In dat geval zou namelijk zijn geconstateerd dat niet slechts enkele, maar alle vloerdelen op gelijke wijze (moeilijk) op elkaar aansluiten. Bovendien zou dan van Intercombi verwacht mogen worden dat zij vóór de koop, bijvoorbeeld op haar website, of in ieder geval in de leginstructie die bij het materiaal wordt geleverd, ervoor zou waarschuwen dat dit laminaat enkel op een volledig vlakke ondergrond kan worden gelegd. Dat Intercombi een zodanige waarschuwing heeft gegeven is niet gesteld of gebleken. Geoordeeld wordt daarom dat het geleverde materiaal niet de eigenschappen bezat die Style Parket daarvan mocht verwachten.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontbinding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Style Parket heeft in een e-mail van 24 maart 2023 aan Intercombi gevraagd om gratis een nieuwe vloer te leveren. Intercombi heeft aan dit verzoek niet voldaan en uit een e-mail van Intercombi van 3 april 2023 heeft Style Parket afgeleid dat Intercombi dat ook niet meer zou gaan doen, zodat zij vanaf die dag in verzuim is met de nakoming van haar verplichting tot het leveren van vloerdelen die aan de tussen partijen gesloten overeenkomst voldoen<footnote-ref linkend="_1f123dcf-f337-469b-98c7-4aaae2c26139" />. Vervolgens heeft Style Parket in een e-mail van 4 oktober 2023 die overeenkomst ontbonden<footnote-ref linkend="_72dc8a48-f6b0-4e80-b4b9-6a5929889f25" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Die buitengerechtelijke ontbinding kan in een verklaring voor recht worden vast-gelegd zodat de (primaire) vordering daartoe zal worden toegewezen<footnote-ref linkend="_7b7680a7-9db3-48e4-8905-3e4b5ce3c93d" />.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>Een gevolg van de buitengerechtelijke ontbinding is dat beide partijen verplicht zijn om de ontvangen prestatie terug te geven<footnote-ref linkend="_e03d32b1-d020-4a86-9c2d-3051b15ca003" />. Voor Intercombi betekent dit dat zij de koopsom van € 1.528,53 moet terugbetalen. De vordering van Style Parket om dat te doen zal daarom worden toegewezen. Style Parket op haar beurt heeft zich er niet over uitgelaten hoe zij aan haar zogeheten ongedaanmakingsverplichting invulling kan geven. Nu zij het laminaat niet kan teruggeven zal zij daarvoor in beginsel een vergoeding moeten betalen ter hoogte van de waarde van het laminaat op het moment dat zij dit van Intercombi ontving<footnote-ref linkend="_fa41e854-9468-4037-96b5-5aa96c19fa64" />. Gezien het hierboven gegeven oordeel dat het laminaat niet de eigenschappen bezat die Style Parket daarvan mocht verwachten lijkt de waarde van die prestatie te kunnen worden bepaald op nihil. Echter, nu Intercombi zich over de ongedaanmakingsverplichting van Style Parket niet heeft uitgelaten, anders dan dat de vorderingen moeten afgewezen en een dergelijke verplichting dus niet bestaat, en zij ook geen (voorwaardelijke) tegenvordering heeft ingesteld, behoeft hierover niet te worden beslist. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schadevergoeding</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>Stellende dat Style Parket haar klant de aankoopsom van het laminaat heeft terugbetaald vordert zij tevens de door haar gemiste marge van € 2.575,88 (verkoopprijs minus inkoopprijs) van Intercombi.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>In artikel 7:25 lid 1, eerste zin BW is bepaald dat in het geval dat sprake is van een tekortkoming (in de zin van artikel 7:24 BW) en de consument-koper zijn rechten ter zake van die tekortkoming tegen de verkoper heeft uitgeoefend, die verkoper recht heeft op vergoeding van zijn schade door degene van wie hij de zaak heeft gekocht, mits die partij bij het aangaan van de koopovereenkomst eveneens handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat laatste doet Intercombi.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Intercombi verweert zich onder andere door te stellen dat Style Parket klakkeloos de aanneemsom aan de consument heeft terugbetaald, nog voordat de oorzaak van diens klachten bekend was en zonder dat die de overeenkomst met Style Parket had ontbonden en het betaalde bedrag had teruggevraagd. Dit verweer slaagt. Vast staat wel dat de klant van Style Parket niet tevreden was. Style Parket heeft de klacht door middel van het service-formulier met Intercombi gedeeld. Niet is gebleken dat de klant de overeenkomst met Style Parket heeft ontbonden en om teruggave van de aanneemsom heeft gevraagd. Waar een eis van de consument tot herstel of vervanging van de gelegde vloer<footnote-ref linkend="_8d3ba999-c7b7-4f9f-84f2-8f5296bcef7b" /> in de rede zou hebben gelegen en waar niet is gesteld of gebleken dat de klant op de voet van artikel 7:24 lid 1 BW aanspraak heeft gemaakt op schadevergoeding, valt dan ook niet goed in te zien waarom Style Parket uit eigen beweging de aanneemsom heeft terugbetaald. Dat de klant aanspraak heeft gemaakt op een schadevergoeding heeft Style Parket ook niet aangevoerd. Dit betekent dat zij niet op de voet van artikel 7:25 BW jegens Intercombi recht heeft op schadevergoeding. De vordering wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kosten deskundige</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13.</nr>
      <para>De door Style Parket gevorderde € 556,60 en € 308,55 in verband met de door [bedrijf 1] uitgevoerde werkzaamheden zullen worden toegewezen. Mede op basis van die werkzaamheden is hierboven geoordeeld dat het door Intercombi geleverde parket niet de eigenschappen bezat die Style Parket daarvan mocht verwachten. De vordering ziet daarom op redelijkerwijs gemaakte kosten tot vaststelling van schade en aansprakelijkheid<footnote-ref linkend="_e52c6e50-396c-41bb-837e-aca874fa92e7" />. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke kosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14.</nr>
      <para>De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, waartegen Intercombi geen, althans geen zelfstandig verweer heeft gevorderd, zal worden toegewezen tot het bedrag van € 359,05. Dit bedrag is overeenkomstig de wettelijke staffel<footnote-ref linkend="_83b124cc-69d8-4aa0-8c80-90e77c4fee54" />, gerelateerd aan de toe te wijzen hoofdsom en deskundigenkosten (€ 1.528,53, € 556,60 en € 308,55). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15.</nr>
      <para>De rente over de bij 5.14 vermelde bedragen wordt toegewezen zoals gevorderd. Het gaat hier telkens om de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.16.</nr>
      <para>Gezien de uitkomst van de procedure wordt Intercombi veroordeeld in de kosten daarvan (inclusief nakosten). De proceskosten van Style Parket worden vastgesteld op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>115,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>524,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>476,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 238,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.250,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.17.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hieronder in de beslissing is vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat de overeenkomst van 7 september 2022 per 4 oktober 2023 is ontbonden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>veroordeelt Intercombi om aan Style Parket te betalen:</para>
      <para />
      <para>- € 1.528,53, € 1.528,53, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te berekenen vanaf 19 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
      <para>- € 556,60, € 556,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te berekenen vanaf 19 oktober 2023 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
      <para>- € 308,55, € 308,55, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te berekenen vanaf 28 juli 2024 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
      <para>- € 359,05, € 359,05, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te berekenen vanaf 28 december 2023 tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>veroordeelt Intercombi in de proceskosten van € 1.250,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening indien Intercombi niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>veroordeelt Intercombi tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten wanneer deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.5.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Karsten-Badal en is in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_add99243-445d-432b-85c4-6204c9747588" label="1">
    <para> Art. 6:217 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f123dcf-f337-469b-98c7-4aaae2c26139" label="2">
    <para> Art. 6:83, aanhef en onder c BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_72dc8a48-f6b0-4e80-b4b9-6a5929889f25" label="3">
    <para> Art. 6:267 lid 1, in verbinding met art. 6:265 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7b7680a7-9db3-48e4-8905-3e4b5ce3c93d" label="4">
    <para> Art. 3:302 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e03d32b1-d020-4a86-9c2d-3051b15ca003" label="5">
    <para> Art. 6:271 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa41e854-9468-4037-96b5-5aa96c19fa64" label="6">
    <para> Art. 6:272 lid 1 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8d3ba999-c7b7-4f9f-84f2-8f5296bcef7b" label="7">
    <para> Art. 7:21 lid 1, aanhef en onder respectievelijk b en c BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e52c6e50-396c-41bb-837e-aca874fa92e7" label="8">
    <para> Art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_83b124cc-69d8-4aa0-8c80-90e77c4fee54" label="9">
    <para> Art. 2 lid 1 Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>