<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:8562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T10:04:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/4551</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8562">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8562</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-12T10:04:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8562 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-12-2025 / BRE 25/4551</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8562:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54; Onbevoegd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8562:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/4551 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de directeur van Belastingsamenwerking West-Brabant, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden beslissing van verweerder van 4 september 2025 op het administratief beroep van belanghebbende. Het beroep ziet op de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding van zuiveringsheffing en watersysteemheffing over het jaar 2025 van het object [adres] te [plaats] met verzoeknummer [nummer]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Bij brief van 4 september 2025 heeft verweerder een beslissing genomen op het administratief beroep over het verzoek tot kwijtschelding van de zuiveringsheffing en watersysteemheffing over het jaar 2025 van het object [adres] te [plaats]. Het verzoek van belanghebbende is in de uitspraak afgewezen. In de uitspraak van verweerder staat vermeld dat er geen verdere rechtsmiddelen openstaan. </para>
    <para />
    <para>3. Belanghebbende heeft op 4 september 2025 beroep ingediend. Belanghebbende verzoekt de rechtbank om het besluit van verweerder te vernietigen en zijn verzoek tot kwijtschelding toe te wijzen. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank overweegt dat in Gemeentewet is bepaald dat op de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen de Invorderingswet 1990 van toepassing is.<footnote-ref linkend="_97cb6904-4f9c-4b28-a722-80f7b15307ae" /> In de Waterschapswet is de hetzelfde bepaald voor de waterschapsbelastingen.<footnote-ref linkend="_95ed3779-e79b-4ca4-b6ca-538141d6d2a4" /> In artikel 26 van de Invorderingswet 1990 is de kwijtschelding van belastingen geregeld. Op grond van die bepaling kunnen nadere regels worden gesteld over het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding.<footnote-ref linkend="_0c249b53-9fd4-4f68-acff-b5289caf917a" /> De belastingschuldige kan de ontvanger verzoeken om kwijtschelding. Op dat verzoek wordt beslist bij een voor administratief beroep vatbare beschikking.<footnote-ref linkend="_94171da5-2b40-4bf9-9449-b2973234ebe8" /> Belanghebbende kan binnen tien dagen na de datum van de beschikking administratief beroep instellen bij de directeur.<footnote-ref linkend="_ef285de2-61ae-49aa-bc7c-71c2f269c587" /></para>
    <para />
    <para>5. Het besluit van de invorderingsambtenaar en de uitspraak van verweerder op het administratief beroep vinden hun grondslag in artikel 26 van de Invorderingswet. De bestuursrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen genomen op grond van de Invorderingswet 1990.<footnote-ref linkend="_b12d1a52-3708-48a3-aea5-a6d12e7e06f2" /> Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing van verweerder om het verzoek van belanghebbende af te wijzen en hem geen kwijtschelding te verlenen voor de zuiveringsheffing en watersysteemheffing, valt niet onder een van de uitzonderingen. Een geschil over de kwijtschelding van de zuiveringsheffing en watersysteemheffing kan worden voorgelegd aan de civiele rechter.<footnote-ref linkend="_36ce0d96-f947-4914-b4aa-9f0cfc879d70" /></para>
    <para />
    <para>6. Het betreft een bewuste keuze van de wetgever dat deze geschillen moeten worden voorgelegd aan de civiele rechter en niet de bestuursrechter. Dat voor een dergelijke procedure andere voorwaarden gelden, kan er niet toe leiden dat de bestuursrechter alsnog bevoegd is. Datzelfde geldt voor de omstandigheid dat de bestuursrechter wel bevoegd is in geschillen over andere besluiten over de zuiveringsheffing en watersysteemheffing die niet zijn grondslag vinden in de Invorderingswet.</para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Belanghebbende heeft (nog) geen griffierecht betaald. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om griffierecht terug te geven.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing<?linebreak?></title>
    <para>De rechtbank verklaart zich onbevoegd. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van</para>
      <para>mr. W. Dekkers, griffier, op 5 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,  De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Informatie over verzet</emphasis>
      </para>
      <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_97cb6904-4f9c-4b28-a722-80f7b15307ae" label="1">
    <para> Artikelen 230, 231 en 255 van de Gemeentewet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_95ed3779-e79b-4ca4-b6ca-538141d6d2a4" label="2">
    <para> Artikelen 123 en 144 van de Waterschapswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0c249b53-9fd4-4f68-acff-b5289caf917a" label="3">
    <para> Deze nadere regels zijn uitgewerkt in de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 (hierna: de Uitvoeringsregeling).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_94171da5-2b40-4bf9-9449-b2973234ebe8" label="4">
    <para> Op grond van artikel 7 van de Uitvoeringsregeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ef285de2-61ae-49aa-bc7c-71c2f269c587" label="5">
    <para> Op grond van artikel 24 van de Uitvoeringsregeling.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b12d1a52-3708-48a3-aea5-a6d12e7e06f2" label="6">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_36ce0d96-f947-4914-b4aa-9f0cfc879d70" label="7">
    <para> Zie ABRvS 14 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3705.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>