<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:8433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T14:58:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">25/4881</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-04T14:57:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8433 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-12-2025 / 25/4881</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/4881</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 december 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoekster], uit [plaats], verzoekster</title>
    <para>(gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het dagelijks bestuur in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het besluit van het dagelijks bestuur van 13 mei 2025. Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 mei 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Zij heeft het verzoek ingetrokken omdat het dagelijks bestuur heeft laten weten de begunstigingstermijn te verlengen tot 1 mei 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Het dagelijks bestuur heeft hierop niet gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_5608f30a-ab78-42b4-8002-40b40753b027" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_727dfff6-0e81-44a1-9125-9422aa092dd7" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.<footnote-ref linkend="_3190f2a0-cb41-4f91-a4db-ee536ff95137" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Is het dagelijks bestuur aan het verzoek tegemoetgekomen?</emphasis>
        </para>
        <para>4. Het dagelijks bestuur is met het verlengen van de begunstigingstermijn aan verzoekster tegemoetgekomen. Het uitgangspunt is dat het enkele feit dat het bestuursorgaan aan verzoekster tegemoetkomt reden is om het verzoek om proceskostenveroordeling toe te wijzen.<footnote-ref linkend="_4a78ce59-933b-431a-9217-8b6d07b70fb0" /> Verzoekster heeft dan namelijk een reden gehad om het verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.<footnote-ref linkend="_3f485d73-5657-4a59-b5b8-f8b8a39bcdc7" /> Op dit uitgangspunt kan slechts een uitzondering worden gemaakt vanwege bijzondere omstandigheden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het dagelijks bestuur met de verlenging van de begunstigingstermijn aan het verzoek van verzoekster is tegemoetgekomen. Er is geen sprake van een bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het dagelijks bestuur in de proceskosten te veroordelen toe.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Welke kosten dient het dagelijks bestuur te vergoeden?</emphasis>
        </para>
        <para>5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 907,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het dagelijks bestuur moet vergoeden € 907,- bedragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Omdat het dagelijks bestuur door de begunstigingstermijn te verlengen de werking van het besluit van 13 mei 2025 heeft opgeschort, betaalt de griffier het griffierecht aan verzoekster terug.<footnote-ref linkend="_3355fb48-a49b-42f9-ab68-ba825fe088c8" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van € 907,- aan verzoekster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. R.J. Wesel, griffier, op 2 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
  <footnote id="_5608f30a-ab78-42b4-8002-40b40753b027" label="1">
    <para> Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_727dfff6-0e81-44a1-9125-9422aa092dd7" label="2">
    <para> Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3190f2a0-cb41-4f91-a4db-ee536ff95137" label="3">
    <para> Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a78ce59-933b-431a-9217-8b6d07b70fb0" label="4">
    <para> Vergelijk CRvB 15 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3252.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3f485d73-5657-4a59-b5b8-f8b8a39bcdc7" label="5">
    <para> Vergelijk ABRvS 12 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1930.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3355fb48-a49b-42f9-ab68-ba825fe088c8" label="6">
    <para> Dat staat in artikel 8:82, vierde lid, aanhef en onder a, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>