<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:8253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-27T13:41:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10258362 \ MB VERZ  22-1149</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8253">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-24T16:37:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8253 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-09-2025 / 10258362 \ MB VERZ  22-1149</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8253:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat niet vast, gegrond en proceskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8253:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer	: 10258362 \ MB VERZ  22-1149</para>
      <para>CJIB-nummer	: [cjib-nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum	: 12 september 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis></para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [woonplaats] </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde	: mr. N.G.A. Voorbach (verkeersboete.nl)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is eerder behandeld op de zitting van 18 maart 2024. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak toen aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal in te dienen, waarin de verbalisant een toelichting geeft op de vraag of er sprake is van een door de gemeente aangelegde groenstrook en daarbij bovendien ingaat op het verweer van betrokkene.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C4, eenrichtingsweg) op de Brucknerlaan te Tilburg op 11 februari 2022 om 13:57 uur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde voert hiertoe aan dat er geen sprake is van een groenstrook, park of plantsoen. De locatie waar de gedraging is verricht betreft geen versiering of verfraaiing van een groenstrook, terwijl hier volgens gemachtigde wel sprake van moet zijn gelet op de feitcode en de jurisprudentie van het hof Arnhem-Leeuwarden. Ook zou voor een gemiddelde weggebruiker onvoldoende duidelijk zijn dat dit een groenstrook zou betreffen, nu het als parkeerhaven gebruikt wordt. Verder is deze groenstrook, park of plantsoen niet aangelegd door de gemeente, waardoor de feitcode niet van toepassing kan zijn. De locatie zou als berm moeten worden aangediend. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, aangezien er een aanvullend proces-verbaal is opgevraagd maar hier niet op is gereageerd. De onduidelijkheden zijn niet weggenomen. Omdat het een zaak uit 2021 betreft, heeft het geen zin om de zaak nogmaals aan te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
      </para>
      <para>De kantonrechter heeft op de eerste zitting de zaak aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullend proces-verbaal over te leggen waarin de eerdergenoemde onduidelijkheden worden weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van deze gelegenheid heeft de officier van justitie geen gebruik gemaakt. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskostenvergoeding</emphasis>
      </para>
      <para>Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004). </para>
      <para>De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:</para>
      <para>administratief beroepschrift: 	1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = 	€ 	323,50</para>
      <para>telefonische hoorzitting: 	0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = 	€ 	161,75</para>
      <para>beroepschrift kantonrechter: 	1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = 	€ 	453,50</para>
      <para>zitting kantonrechter:	1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = 	<emphasis role="underline">€ 	453,50</emphasis></para>
      <para>	€		1.392,25</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;</para>
      <para>‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;</para>
      <para>‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.392,25.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>