<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:8218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-02T14:00:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/387</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-02T13:59:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:8218 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-11-2025 / BRE 25/387</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>8:54, 8:75a, proceskostenveroordeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:8218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/387 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde]),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Breda, de heffingsambtenaar.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 16 september 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting aan belanghebbende opgelegd met [aanslagnummer]. </para>
    <para />
    <para>2. Belanghebbende heeft op 28 oktober 2024 bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Op 3 januari 2025 is de heffingsambtenaar in gebreke gesteld door belanghebbende. </para>
    <para />
    <para>3. Belanghebbende heeft op 21 januari 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar. </para>
    <para />
    <para>4. De heffingsambtenaar heeft op 25 februari 2025 uitspraak op bezwaar gedaan. Belanghebbende heeft de rechtbank laten weten het eens te zijn met de uitspraak op bezwaar en verzocht om uitspraak te doen over de verzoeken om een dwangsom en een proceskostenvergoeding wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar. </para>
    <para />
    <para>5. De heffingsambtenaar heeft op 29 september 2025 bij beschikking een dwangsom  aan belanghebbende toegekend. Belanghebbende heeft op 2 oktober 2025 het beroep ingetrokken met het verzoek de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten. </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar stelt dat er alsnog een dwangsombeschikking is genomen. Dit besluit is niet ingetrokken of gewijzigd. De heffingsambtenaar ziet dan ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten, omdat er niet geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende tegemoet is gekomen. </para>
    <para />
    <para>7. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.<footnote-ref linkend="_11e2a8ca-6f6e-4bc0-a9ed-bb2b2acc62a1" /></para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>8. De rechtbank wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.<footnote-ref linkend="_8db45c3c-daac-4617-90d3-e2c2540db330" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>10. De rechtbank moet dus beoordelen of de heffingsambtenaar geheel of gedeeltelijk aan belanghebbende is tegemoetgekomen.</para>
    <para />
    <para>11. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_39e16774-1557-4116-9190-44c87ff9658c" /></para>
    <para />
    <para>12. Bij brief, ontvangen door de heffingsambtenaar op 3 januari 2025, is de heffingsambtenaar in gebreke gesteld. Belanghebbende heeft meer dan twee weken daarna, te weten op 21 januari 2025, beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar. Het beroep heeft mede betrekking op een beschikking tot vaststelling van de hoogte van de dwangsom.<footnote-ref linkend="_ada05eba-c177-4257-801c-dc6fa625e1d6" /></para>
    <para />
    <para>13. De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar op 25 februari 2025 alsnog heeft beslist op het bezwaar van belanghebbende en op 29 september 2025 een dwangsom aan belanghebbende heeft toegekend. De heffingsambtenaar is daarmee tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende dat is ingesteld wegens het niet (tijdig) nemen van een besluit. Het tegemoetkomen ziet dan niet zozeer op de inhoudelijke beslissing, maar op de omstandigheid dat alsnog een beslissing is genomen na het instellen van beroep.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="underline">Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?</bridgehead>
    <para>14. Belanghebbende heeft bij de intrekking van het beroepschrift verzocht om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50<footnote-ref linkend="_dc10f1fd-1b42-439b-929f-e5353997d931" />, omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>15. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_f8ad0929-0f7e-49e4-8102-003d00cabe87" /> Belanghebbende zal zich hiervoor dan ook tot de heffingsambtenaar moeten wenden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 453,50.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. W. Dekkers, griffier, op 24 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,  De rechter, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_11e2a8ca-6f6e-4bc0-a9ed-bb2b2acc62a1" label="1">
    <para> Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8db45c3c-daac-4617-90d3-e2c2540db330" label="2">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_39e16774-1557-4116-9190-44c87ff9658c" label="3">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ada05eba-c177-4257-801c-dc6fa625e1d6" label="4">
    <para> Dit staat in artikel 4:19 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc10f1fd-1b42-439b-929f-e5353997d931" label="5">
    <para> 1 punt (beroepschrift) met een waarde van € 907 per punt en een wegingsfactor 0,5 (licht).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8ad0929-0f7e-49e4-8102-003d00cabe87" label="6">
    <para> Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>