<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-07T12:23:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11545453 \ CV EXPL 25-601 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2026-0012</rdf:li>
          <rdf:li>VEAN-ERF-Updates.nl 2026-0012</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7849">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7849</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-12-16T14:49:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7849 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-11-2025 / 11545453 \ CV EXPL 25-601 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7849:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Erfrecht. Niet gebleken dat aanspraak is gemaakt op legitieme portie binnen vervaltermijn van vijf jaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7849:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rolnummer: 11545453 \ CV EXPL 25-601</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van</emphasis>
        <emphasis role="bold caps"> 12</emphasis>
        <emphasis role="bold"> november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij, </para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M.J. Meijer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij, </para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Piersma.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 26 maart 2025 met de daarin genoemde stukken,</para>
      <para>- de akte vermeerdering van eis van [eiser] , met producties 5 t/m 7,</para>
      <para>- de aanvullende reactie van [gedaagde] , met producties 4 en 5,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 30 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op [datum 1] 2007 is overleden [erflater] . Bij testament van 23 oktober 2003 heeft [erflater] bepaalt dat haar [dochter] (hierna te noemen: [de dochter] ) niet méér zal ontvangen dan haar legitieme portie en dat alles wat zij verkrijgt onder bewind wordt gesteld. [erflater] heeft daarbij [gedaagde] tot bewindvoerder benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [de dochter] is overleden op [datum 2] 2019. [eiser] is erfgenaam van [de dochter] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat [gedaagde] het testamentair bewind stilzwijgend heeft aanvaard, dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het alsnog afleggen van rekening en verantwoording over het gevoerde bewind op straffe van een dwangsom, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eiser] legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. [erflater] heeft de aan [de dochter] toekomende legitieme portie bij testament van 23 oktober 2003 onder bewind gesteld. [erflater] heeft [gedaagde] aangewezen als bewindvoerder. [gedaagde] heeft het testamentaire bewind stilzwijgend aanvaard door deze niet uitdrukkelijk te verwerpen. [gedaagde] heeft als bewindvoerder nimmer rekening en verantwoording afgelegd. Van verjaring is geen sprake, omdat [eiser] pas na het overlijden van [de dochter] vernam dat [gedaagde] nimmer rekening en verantwoording heeft afgelegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt het bewind nooit te hebben aanvaard. [de dochter] heeft van [erflater] meerdere schenkingen ontvangen, die niet vrij van inbreng waren. De legitieme portie van [de dochter] was daarom nihil. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Uit de wet volgt dat de mogelijkheid om aanspraak te maken op een legitieme portie vervalt, indien een legitimaris niet uiterlijk vijf jaren na het overlijden van de erflater heeft verklaard dat hij zijn legitieme portie wenst te ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat [de dochter] binnen vijf jaren na het overlijden van [erflater] aanspraak heeft gemaakt op haar legitieme portie. Dat houdt in dat een eventueel recht op een legitieme portie is komen te vervallen. Aangezien het gaat om een verval van recht, is een stuiting (zoals bij verjaring) niet mogelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dat houdt in dat [eiser] geen belang heeft bij haar vorderingen en dat in het midden kan blijven of sprake was van een legitieme portie waarvoor mogelijk een testamentair bewind gold. Daarom worden de vorderingen van [eiser] afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [eiser] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic" />
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>