<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T08:20:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-184198-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7737">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7737</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-12T08:55:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7737 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 12-11-2025 / 02-184198-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7737:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak bedreiging bijzondere opsporingsambtenaar. Onvoldoende wettig bewijs.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7737:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02-184198-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis (vul parketnummer in)van de meervoudige kamer van 12 november 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting in [locatie] ,</para>
      <para>raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat in Tilburg.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 oktober 2025, waarbij de officier van justitie mr. E. Kool en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen verdachte bekend onder de parketnummers 02-131066-25 en 02-239444-25.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte buitengewoon opsporingsambtenaar [aangever] heeft bedreigd.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en bepleit vrijspraak van de ten laste gelegde bedreiging. Verdachte ontkent [aangever] te hebben bedreigd en er zijn geen andere bewijsmiddelen die de aangifte van [aangever] ondersteunen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank zal verdachte vrijspreken wegens gebrek aan wettig bewijs en overweegt daartoe het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, kan niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van de aangever.<footnote-ref linkend="_50770e07-5971-423d-b6ce-b4efa64b116d" /> Een uitzondering hierop geldt wanneer een opsporingsambtenaar zelf slachtoffer is van een strafbaar feit en dit vastlegt in een proces-verbaal van bevindingen. Het bewijs dat een verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd, kan namelijk wél worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.<footnote-ref linkend="_6ebb29c0-6455-430e-89e3-33da2c954f1e" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [aangever] heeft aangifte gedaan van bedreiging. De bedreiging is niet door hem als opsporingsambtenaar vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen. De aangifte van [aangever] heeft, in tegenstelling tot een proces-verbaal van bevindingen van een opsporingsambtenaar, geen bijzondere bewijskracht. Nu enkel uit de aangifte blijkt van een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en verdachte de bedreiging ontkent is niet voldaan aan het bewijsminimum.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit heeft begaan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Vordering van de benadeelde partij</title>
    <para>De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 400,00 voor het ten laste gelegde feit. De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De verdachte wordt namelijk vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. </para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van het ten laste gelegde feit;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Benadeelde partij</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;</para>
    <para>- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.M. Schotanus, voorzitter, mr. D.H. Hamburger en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 12 november 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_50770e07-5971-423d-b6ce-b4efa64b116d" label="1">
    <para> Artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6ebb29c0-6455-430e-89e3-33da2c954f1e" label="2">
    <para> Artikel 344 lid 2 Sv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>