<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T11:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 25/4371</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T11:25:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7569 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-11-2025 / BRE 25/4371</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>NTB KINDER dwangsombeschikking - beroep kennelijk niet-ontvankelijk, geen ingebrekestelling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 25/4371 </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen</title>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, uit [plaats] , eiser,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>en</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat verweerder volgens hem niet op tijd een dwangsombeschikking<footnote-ref linkend="_d8a545db-fbd0-4cd9-9cbb-b3f23d48c193" /> heeft genomen naar aanleiding van het niet op tijd beslissen op eisers verzoek (aanvraag) om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Dat geldt ook als een bestuursorgaan niet op tijd een dwangsombeschikking neemt. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog een dwangsombeschikking moet worden genomen (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.<footnote-ref linkend="_090e9236-7186-47cf-ba58-44f6014d0316" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is het beroep ontvankelijk?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Als de betrokkene het bestuursorgaan niet in gebreke stelt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet op tijd beslissen niet inhoudelijk kan beoordelen. In dit geval is niet gebleken dat verweerder de ingebrekestelling van 31 juli 2025 over het niet nemen van een dwangsombeschikking, heeft ontvangen. Dit blijkt niet uit de door eiser overgelegde verzendbewijzen. Daarnaast heeft eiser van de gestelde digitale verzending geen bewijs overgelegd. Aangezien de termijn van twee weken om te beslissen pas gaat lopen als verweerder de ingebrekestelling heeft ontvangen, is deze termijn nooit gaan lopen en had eiser dus ook geen beroep bij de rechtbank in kunnen stellen.<footnote-ref linkend="_902fe0a4-f279-4a5e-841b-c5058119332f" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet op tijd beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat, ook indien de ingebrekestelling wel zou zijn ontvangen door verweerder, dit niet tot een ander oordeel zou leiden. In dat geval zou beoordeeld moeten worden of verweerder heeft verzuimd om een dwangsombeschikking te nemen. Verweerder heeft onbetwist gesteld dat er meerdere (afwijzende) dwangsombeschikkingen<footnote-ref linkend="_4bfa5984-c857-4763-b599-774a5f0c5d80" /> zijn afgegeven betreffende het niet op tijd beslissen op eisers aanvraag om herbeoordeling van eisers situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Overigens heeft de rechtbank ook al geoordeeld dat verweerder (na een door eiser gestelde ingebrekestelling van 5 mei 2023) geen bestuurlijke dwangsom verschuldigd is voor het niet op tijd beslissen op eisers aanvraag om herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag.<footnote-ref linkend="_c89f45ef-84d6-41ac-9e20-d6cffb80472f" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 5 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over verzet</title>
    <para>Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. </para>
  </section>
  <footnote id="_d8a545db-fbd0-4cd9-9cbb-b3f23d48c193" label="1">
    <para> Conform artikel 4:18 van de Awb. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_090e9236-7186-47cf-ba58-44f6014d0316" label="2">
    <para> Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb, zie voor de specifieke situatie van het niet op tijd nemen van een dwangsombeschikking ook de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 16 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1290 en 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:884. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_902fe0a4-f279-4a5e-841b-c5058119332f" label="3">
    <para> Zie de uitspraak van de AbRvS van 7 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3066, rechtsoverweging 2.1.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4bfa5984-c857-4763-b599-774a5f0c5d80" label="4">
    <para> Besluiten van 23 november 2023, 25 april 2024, 1 mei 2024 en 4 juli 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c89f45ef-84d6-41ac-9e20-d6cffb80472f" label="5">
    <para> Uitspraak van deze rechtbank van 23 mei 2024, ECLI:NL:RBZWB:2024:3541. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>