<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-27T10:07:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">BRE 24/8090</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025112706</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2390</rdf:li>
          <rdf:li>Belastingblad 2026/51</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7529">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7529</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-11T09:14:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7529 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-11-2025 / BRE 24/8090</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7529:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WOZ niet woning, objectafbakening, beroep gegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7529:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Breda</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Belastingrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: BRE 24/8090 </para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats 1], belanghebbende,</title>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde]),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Bergen op Zoom, de heffingsambtenaar.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 1 november 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres 1] (de onroerende zaak) op 1 januari 2023 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 13.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Bergen op Zoom voor het jaar 2024 opgelegd (de aanslag).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 14 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de heffingsambtenaar deelgenomen: [naam 1], [naam 2] en mr. [naam 3], als toehoorder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Namens belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niemand verschenen. De griffier heeft op 23 juli 2025 in het digitaal dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 23 juli 2025 heeft ontvangen.<footnote-ref linkend="_59674d0f-0ac0-47f6-a06d-ef632b22bf93" /> De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak. Het is een transformator (trafo) met een oppervlakte van 9 m2. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Belanghebbende is tevens eigenaar van de nabijgelegen onroerende zaak, [adres 2]. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>3. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar de waarde van de trafo juist heeft vastgesteld en terecht de beschikking en de aanslag voor de onroerende zaak heeft gehandhaafd. Daarbij is in geschil of het object juist is afgebakend. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende.</para>
    <para />
    <para>4. Naar het oordeel van de rechtbank is de onroerende zaak niet juist afgebakend. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5. Belanghebbende stelt dat sprake is van een onjuiste objectafbakening, omdat de heffingsambtenaar de onroerende zaak dubbel heeft geregistreerd. De trafo is meegenomen in de waardering van zowel de onroerende zaak [adres 2] te [plaats 2] als [adres 1] in diezelfde plaats. In het eerste geval is de trafo onderdeel van het object, in het tweede geval is de trafo als los object afgebakend. De onroerende zaak zou enkel als samenstel afgebakend moeten worden, aldus belanghebbende. Belanghebbende stelt dat de beide onroerende zaken dezelfde eigenaar en gebruiker hebben. De heffingsambtenaar stelt dat sprake is van verschillende gebruikers.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Vaststaat dat de heffingsambtenaar de onroerende zaak op twee manieren heeft afgebakend, als samenstel en als los object. Het beroep is daarom gegrond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Om objecten als samenstel af te bakenen, moeten de onroerende zaken onder meer dezelfde eigenaar en gebruiker hebben.<footnote-ref linkend="_23050f9f-2a1a-4132-b6d7-6e6c0bbfc651" /> De rechtbank kan op basis van het dossier alleen het eigendom van de onroerende zaken vaststellen, niet wie de gebruikers zijn. De heffingsambtenaar stelt dat de onroerende zaken niet dezelfde gebruiker hebben, maar heeft dit standpunt niet onderbouwd met objectieve en verifieerbare stukken. Nu deze gegevens de grondslag vormen voor de waardevaststelling, had dit wel op de weg van de heffingsambtenaar gelegen. De heffingsambtenaar handelt hiermee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>6. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand te laten of zelf een beslissing over de objectafbakening te nemen. De rechtbank heeft onvoldoende gegevens om vast te stellen wie de gebruikers van de onroerende zaken zijn. Ook draagt de rechtbank niet aan de heffingsambtenaar op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). De verwachting is dat het onderzoek dat nodig is om het gebrek te herstellen, meer tijd zal kosten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de heffingsambtenaar een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden en krijgt belanghebbende ook een vergoeding van haar proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 647. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 907. Belanghebbende heeft in bezwaar gevraagd om vergoeding van de proceskosten. De gemachtigde heeft een bezwaarschrift ingediend en een beroepschrift ingediend. De aanslag dateert van 24 februari 2024 en de uitspraak op bezwaar van 1 november 2024. De wet herwaardering proceskostenvergoedingen en artikel 30a, eerste en tweede lid van de Wet WOZ zijn van toepassing. De hoogte van de vergoeding wordt voor de bezwaarfase vermenigvuldigd met 0,25 en voor de beroepsfase vermenigvuldigd met 0,25.<footnote-ref linkend="_d64df138-d4b5-45b8-9409-c09e93b07d3c" /> De vergoeding voor de rechtsbijstand door een gemachtigde bedraagt dan in totaal € 388,50.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>Belanghebbende heeft daarnaast verzocht om vergoeding van de kosten van de uittreksels. Dit komt neer op een bedrag van € 20,45. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
    <para>- draagt de heffingsambtenaar op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 371 aan belanghebbende moet vergoeden;</para>
    <para>- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 408,95 aan proceskosten aan belanghebbende.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. de Vos, griffier, op 3 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan deze uitspraak hoeft pas uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist.<footnote-ref linkend="_18f4b5dd-0119-4ecd-b1e2-2f131e7d35b8" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_59674d0f-0ac0-47f6-a06d-ef632b22bf93" label="1">
    <para> Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_23050f9f-2a1a-4132-b6d7-6e6c0bbfc651" label="2">
    <para> Artikel 16, onder d, van de Wet WOZ. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d64df138-d4b5-45b8-9409-c09e93b07d3c" label="3">
    <para> Dat staat in artikel 30a, eerste en tweede lid, van de Wet WOZ. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_18f4b5dd-0119-4ecd-b1e2-2f131e7d35b8" label="4">
    <para> Artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>