<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T12:33:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11276858 \ MB VERZ  24-633</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7410">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7410</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T12:32:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7410 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-07-2025 / 11276858 \ MB VERZ  24-633</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7410:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7410:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer.: 	 11276858 \ MB VERZ  24-633</para>
      <para>CJIB-nummer: 	 [cjib-nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 18 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis></para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [woonplaats] </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde	: mr. B. de Jong ( Skandara B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 25 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Steenbergseweg te Halsteren op 30 september 2022 om 17:35 uur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt dat de verbalisant de pleeglocatie onvoldoende concreet heeft gemaakt. Nu er geen staandehouding heeft plaatsgevonden, is het enkel noemen van de Steenbergseweg onvoldoende. Dit is namelijk een lange weg met verkeer in beide richtingen. Nu is niet duidelijk waar de verweten gedraging heeft plaatsgevonden en in welke richting er werd gereden. Bij die stand van zaken kan betrokkene zich niet adequaat verdedigen. Ook is van belang waar de Multaradar-CT stond. Bij bepaalde omstandigheden kunnen meetresultaten worden vervalst. Uit het dossier volgt niet waar het statief heeft gestaan. Gemachtigde heeft veel foto’s van verbalisant die het meetmiddel in het gras plaatsen. Tot slot is de redelijke termijn overschreden, waardoor een strafkorting dient te worden toegepast. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie en verzoekt om een proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat uit het proces-verbaal niet bleek welke rijrichting werd opgereden. De foto in het dossier is zo donker dat daarop niks is te zien en ook geen rijrichting uit afgeleid kan worden. Normaal staat dit aangegeven in het zaakoverzicht. Gemachtigde verzet zich tegen aanhouding. De rijrichting is niet kenbaar, terwijl dit van belang is op het moment dat de pleeglocatie niet voldoende duidelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De exacte pleeglocatie staat in het aanvullend proces-verbaal aangegeven. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen aanleiding om aan te nemen dat het meetmiddel niet goed gepositioneerd is. Ook volgt uit het zaakoverzicht dat de meting juist heeft plaatsgevonden. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden. Wellicht dat de foto in het systeem duidelijker is, maar vanwege een storing kan de zittingsvertegenwoordiger daar niet bij. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
      </para>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt de exacte pleeglocatie, waarbij het huisnummer door de verbalisant is vermeld. Daardoor is de kantonrechter van oordeel dat voldoende is aangegeven waar het meetmiddel stond. Dat de rijrichting ontbreekt doet daar volgens de kantonrechter niets aan af. </para>
      <para>De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.</para>
      <para>In dit geval is de boete opgelegd op 21 november 2022 en is de redelijke termijn dus met acht maanden overschreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:</para>
      <para>beroepschrift kantonrechter: 	1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = 	€ 	226,75</para>
      <para>zitting kantonrechter:	1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = 	<emphasis role="underline">€ 	226,75</emphasis></para>
      <para>totaal	€		453,50</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;</para>
      <para>‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 204, plus € 9,- administratiekosten;</para>
      <para>‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 68, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;</para>
      <para>‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">U dient daarbij het zaaknummer te vermelden</emphasis>.</para>
      <para>De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>