<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T12:32:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11092470 \ MB VERZ  24-357</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7409">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7409</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-30T12:32:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7409 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-08-2025 / 11092470 \ MB VERZ  24-357</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7409:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Gedeeltelijk gegrond: beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond, proceskostenvergoeding.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7409:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer.: 	 11092470 \ MB VERZ  24-357</para>
      <para>CJIB-nummer: 	 [cjib-nummer]</para>
      <para>uitspraakdatum: 1 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[betrokkene]</emphasis></para>
      <para>adres		: [adres]</para>
      <para>woonplaats	: [woonplaats] </para>
      <para>hierna: betrokkene</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>gemachtigde	: mr. B. de Jong ( Skandara B.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verloop van de procedure</title>
    <para>Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunten</title>
    <para>De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen dim of groot licht voeren bij nacht buiten de bebouwde kom (motorvoertuig (+ aanhangwagen), bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig) op de A17 te Zevenbergen op 20 februari 2023 om 07:18 uur.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat met het voertuig werd gereden. Dat maakt namelijk onderdeel uit van het verwijt. Op basis van de beschikbare gegevens komt de verweten gedraging niet vast te staan. Subsidiair is de sanctie niet billijk. Betrokkene had niet door dat zijn dimlicht niet brandde en hij was zich van geen kwaad bewust. Van betrokkene kan niet het onmogelijke worden gevergd. Betrokkene heeft niet de gelegenheid gehad om het gebrek te herstellen. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie en verzoekt om een proceskostenvergoeding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de hoorplicht is geschonden, waardoor de boete volgens ECLI:NL:GHARL:2025:2852 met 25% gematigd dient te worden. Ook is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete nogmaals met 25% gematigd dient te worden. Inhoudelijk heeft gemachtigde aangevoerd dat hij de zittingsvertegenwoordiger niet kan volgen in dat uit het zaakoverzicht blijkt dat is gereden met het voertuig. Op een afrit kan men namelijk ook stilstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De pleeglocatie bevindt zich op de afrit van de A17, waardoor vastgesteld kan worden dat daadwerkelijk is gereden. De gedraging kan op basis van het zaakoverzicht worden vastgesteld. Gemachtigde is schriftelijk gehoord bij de officier van justitie, waardoor de zittingsvertegenwoordiger geen aanleiding ziet voor een strafkorting. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
      </para>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De kantonrechter is het met de zittingsvertegenwoordiger eens dat door de pleeglocatie voldoende aannemelijk is geworden dat de gedraging rijdend heeft plaatsgevonden. </para>
      <para>De boete is dus terecht opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schending hoorplicht</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene heeft via een gemachtigde beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is om die reden gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2025:2852), waarin het gerechtshof oordeelt dat een betrokkene dezelfde compensatie dient te krijgen als een betrokkene die in het administratief beroep niet is bijgestaan door een professionele gemachtigde, ziet de kantonrechter aanleiding om de boete te matigen met 25% naar € 112,50. Blijkens de beslissing op het administratief beroep is het immers een bewuste en inmiddels structurele schending van de hoorplicht (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2022:9934). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overschrijding redelijke termijn</emphasis>
      </para>
      <para>Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.</para>
      <para>In dit geval is de boete opgelegd op 20 februari 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna vijf maanden overschreden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete van € 112,50, matigen met 25% naar € 84,38 (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Proceskostenvergoeding</emphasis>
      </para>
      <para>Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten van de kantonfase, aangezien geen sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, zodat de kosten, gemaakt in het administratief beroep, niet voor vergoeding in aanmerking komen (zie ECLI:NL:GHARL:2025:2852). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: </para>
      <para>beroepschrift kantonrechter: 	1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = 	€ 	453,50</para>
      <para>zitting kantonrechter:	1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = 	<emphasis role="underline">€ 	453,50</emphasis></para>
      <para>totaal	€		907,00</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para>De kantonrechter:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond en wijzigt de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de boete wordt gewijzigd in </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 84,38 plus € 9,- administratiekosten;</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>draagt de officier van justitie op het bedrag van € 65,62 dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 907,-.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 1 augustus 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">U dient daarbij het zaaknummer te vermelden</emphasis>.</para>
      <para>De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum verzending: </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>