<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:12:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02.440095 / JE RK 25-1715</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7382">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7382</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:12:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7382 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-10-2025 / C/02.440095 / JE RK 25-1715</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7382:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 1:260 BW - verl. OTS. Ondanks betrokken ondersteuning lukt het de ouders niet om hun communicatie te verbeteren of om hun situatie meer stabiel te maken. De kinderrechter geeft de GI en de ouders adviezen mee.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7382:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/440095 / JE RK 25-1715</para>
      <para>Datum uitspraak: 15 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT</emphasis>, </para>
      <para>locatie Etten-Leur ,</para>
      <para>hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, 			 </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de moeder,</para>
      <para>wonende in [plaats 1] ,</para>
      <para>advocaat mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats 2] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <para>- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 september 2025;</para>
      <para>- de brief van de GI met bijlage, ontvangen op 2 oktober 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder met haar advocaat;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de vader;</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>- een vertegenwoordigster van de GI, via een Teams-verbinding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] woont bij zijn moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 28 november 2024 tot 20 oktober 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De GI </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. </para>
        <para>De GI heeft deze zaak enkele maanden geleden overgenomen van het LET. De ouders hebben een gecompliceerde relatie met elkaar, waarbinnen er regelmatig conflicten ontstaan. Zij zijn daarnaast wisselend in hun uitspraken over de vraag of zij samen een gezin willen vormen of niet. Er zijn eerder afspraken gemaakt over wanneer de ouders elkaar zouden zien, om zicht te kunnen houden op zowel de situatie als op [minderjarige] . Aan deze afspraken werd echter niet gehouden. De ouders zochten elkaar stiekem op, waarbij er geregeld conflicten plaatsvonden in het bijzijn van [minderjarige] . Op dit moment zitten de ouders in een vicieuze cirkel waar zij niet uit lijken te komen waardoor het moeilijk is om positieve stappen te zetten. Het is van belang dat de ouders leren op een constructieve manier met elkaar te communiceren, in het belang van [minderjarige] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder krijgt momenteel opvoedondersteuning vanuit [hulpverlening 1] en krijgt hierbij tips en adviezen over onder andere het begrenzen van [minderjarige] en diens zindelijkheid. Daarnaast krijgt zij hulpverlening via [hulpverlening 2] om te leren werken aan haar eigen trauma’s. De GI spreekt echter wel haar twijfels uit over de leerbaarheid van de moeder. De vader krijgt hulp vanuit [hulpverlening 1] en heeft aangegeven verder geen hulpverlening te willen. De GI is echter van mening dat een emotie-regulatietraining voor hem helpend zou kunenn zijn. Verder acht de GI het noodzakelijk dat er systeemtherapie wordt opgestart. Het is van belang dat beide ouders hiervoor openstaan, dat zij zich actief inzetten en dat zij niet afhaken na een aantal keer. In de komende periode is het belangrijk dat er duidelijke kaders, consequente afspraken en gezamenlijke observatiemomenten worden vastgelegd. De ouders moeten voor zichzelf helder krijgen wat zij willen met hun relatie en hun onderlinge contact omdat de huidige onduidelijke situatie regelmatig tot ruzies leidt. De GI benadrukt dat het essentieel is dat de ouders aan de slag gaan met systeemtherapie. Het welzijn van [minderjarige] staat hierbij centraal. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI om een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De moeder </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich niet verzet tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder herkent de zorgen die naar voren zijn gebracht en erkent dat zij hierbij hulp nodig heeft. Op dit moment krijgt zij schematherapie bij [hulpverlening 2] en zal er een ADHD-test bij haar worden afgenomen. Daarnaast krijgt zij ondersteuning in de opvoeding van [minderjarige] door [hulpverlening 1] . De moeder geeft aan dat zij aan alle hulpverlening, waaronder aan systeemtherapie, mee wil werken en dat zij graag een gezin wil vormen met de vader en [minderjarige] . De moeder refereert zich daarom aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vader </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Door de vader is, samengevat, aangegeven dat hij ontevreden is over de huidige gang van zaken. Hij staat niet achter de verlenging van de ondertoezichtstelling omdat hij van mening is dat de betrokken hulpverleners hun werk niet goed uitvoeren en de maatregel te veel inbreuk maakt op zijn privéleven. Volgens hem heeft hij overal aan meegewerkt en zijn alle gestelde doelen inmiddels behaald. Desondanks moet hij nog steeds overal rekening mee houden en telkens naar Breda reizen, wat moeilijk te combineren is met zijn werk en privéleven. De vader geeft aan dat er veel is gebeurd en dat de situatie nog steeds lastig is, mede omdat de moeder volgens hem regelmatig liegt en het tussen hen nog niet vlekkeloos loopt. Er zal relatietherapie worden gestart en de vader vindt het belangrijk dat daar duidelijke afspraken worden gemaakt. Hij geeft aan graag hulp te willen en heeft eerder zijn zorgen over de situatie uitgesproken maar hij heeft het idee dat zijn zorgen niet serieus genomen worden. Hij wil ook het liefst een gezin vormen maar benadrukt dat dit op een andere manier moet gaan dan hoe het voorheen is gegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:</para>
        <para>a. 	de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;</para>
        <para>b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op basis van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Er is al langere tijd sprake van spanningen tussen de ouders. Hun relatie verloopt moeizaam en er zijn regelmatig onderlinge conflicten. De ouders geven wisselende signalen af over hun wens om al dan niet als gezin verder te gaan, wat zorgt voor onduidelijkheid in de onderlinge communicatie en richting [minderjarige] . Gebleken is dat er afspraken zijn gemaakt over de momenten waarop de ouders elkaar zouden zien – om zicht te houden op zowel de thuissituatie als op het contact tussen de ouders – maar dat de ouders zich hier in de praktijk niet aan houden. De ouders spreken regelmatig stiekem met elkaar af waardoor de GI geen zicht heeft op de frequentie en inhoud van de contactmomenten. Tijdens deze ontmoetingen ontstaan bovendien geregeld conflicten, waarbij [minderjarige] soms aanwezig is. Er zijn daardoor zorgen over [minderjarige] . Hij vertoont signalen van faalangst en heeft nog moeite met zindelijkheid. Daarnaast is het een zorg dat hij last heeft van de spanningen tussen zijn ouders. Ook zijn de contacten tussen zijn ouders onregelmatig, wat bij [minderjarige] voor onduidelijkheid zorgt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Positief is dat er hulpverlening betrokken is bij de ouders. De moeder ontvangt opvoedondersteuning vanuit [hulpverlening 1] , waarbij zij tips en adviezen krijgt over onder andere het begrenzen van [minderjarige] , het bieden van structuur en zijn zindelijkheid. Daarnaast krijgt ze begeleiding van [hulpverlening 2] om te werken aan haar eigen trauma’s en persoonlijke ontwikkeling. Ook de vader krijgt hulpverlening vanuit [hulpverlening 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>Ondanks de betrokken ondersteuning lukt het de ouders niet om hun communicatie te verbeteren of om hun situatie meer stabiel te maken. Zij hebben hulp nodig om te onderzoeken op welke manier zij hun relatie willen vormgeven en hoe zij op een goede manier met elkaar kunnen omgaan, in het belang van [minderjarige] . De kinderrechter acht het van belang dat de ouders starten met systeemtherapie, om te werken aan hun onderlinge samenwerking en communicatie. De intake voor de systeemtherapie staat gepland op 17 november 2025. Het is van groot belang dat beide ouders zich hiervoor gaan inzetten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de GI de komende periode zal blijven toezien op de voortgang van de reeds lopende hulpverleningstrajecten en dat de GI de ouders gaat ondersteunen met het maken van duidelijke afspraken. De ondertoezichtstelling is daarom nog nodig. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8.</nr>
      <para>Binnen de ondertoezichtstelling dient (verder) gewerkt te worden aan de volgende doelen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] weet waar hij aan toe is in het contact met de vader. Wanneer er contact is dan verloopt dit veilig, prettig en volgens vaste afspraken en is er zicht op de opvoedsituatie van de vader;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] groeit op in een fysiek en emotioneel veilige opvoedsituatie, waarin hij wordt gestimuleerd in zijn ontwikkeling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>De ouders zijn in staat om op een veilige en gezonde manier (geen fysiek en verbaal geweld) om te gaan met conflict en onenigheid zodat [minderjarige] hiermee niet wordt belast.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.9.</nr>
      <para>De kinderrechter geeft de GI mee om de komende periode wat meer mee te denken met de situatie van de vader. De vader heeft aangegeven dat de lange reistijd naar deze regio een grote impact heeft op zijn privéleven. Wellicht dat de GI in overweging kan nemen dat de vader af en toe via Teams aan kan sluiten bij afspraken. Daarnaast wordt meegegeven om te bekijken of de bezoekregeling uitgebreid kan worden aangezien er geen zorgen worden gezien in de opvoedsituatie bij de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.10.</nr>
      <para>De kinderrechter spreekt de hoop uit dat de ouders actief aan de slag gaan met hun situatie. Beiden willen het beste voor [minderjarige] , en juist daarom is het belangrijk dat zij samen werken aan een verbetering van hun onderlinge communicatie en samenwerking. Ook als uit de systeemtherapie zou blijken dat zij geen gezin meer zullen vormen, moet er duidelijkheid komen over hoe dan verder. De kinderrechter geeft de ouders mee dat zij aan het werk moeten omdat zij altijd samen de ouders van [minderjarige] zullen blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.11.</nr>
      <para>De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.12.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 oktober 2025 tot 20 oktober 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>