<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:09:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/439819 / JE RK 25-1668</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7378">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7378</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-19T15:08:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7378 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-10-2025 / C/02/439819 / JE RK 25-1668</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7378:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verl. OTS &amp; MUHP. Het is van belang dat de minderjarige bij haar pleegmoeder kan blijven wonen, bij wie zij zich veilig voelt en bij wie zij de stabiliteit krijgt die zij nodig heeft. Vanuit deze veilige basis kan passende hulpverlening worden opgestart om haar te ondersteunen bij de verwerking van haar traumatische ervaringen uit het verleden. De kinderrechter spreekt haar complimenten uit voor de inzet van zowel de pleegmoeder als de GI om [minderjarige] een zo stabiel en veilig mogelijke opvoedingsomgeving te bieden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7378:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/439819 / JE RK 25-1668</para>
      <para>Datum uitspraak: 15 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Rotterdam,</para>
      <para>hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>,  	</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vader]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende in [plaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegmoeder] ,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen de pleegmoeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 september 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van de vader, ontvangen op 13 oktober 2025;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het e-mailbericht van de GI, ontvangen op 15 oktober 2025.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de pleegmoeder, via een Teams-verbinding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordigster van de GI.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De vader is, met kennisgeving vooraf, niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [minderjarige] verblijft in een perspectief biedend pleeggezin.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 oktober 2024 de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening van pleegzorg verlengd met ingang van 30 oktober 2024 tot 30 oktober 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. </para>
        <para>De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De GI </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] heeft in het verleden veel meegemaakt en zij woont sinds 2019 bij haar pleegmoeder. Haar perspectief is bij haar pleegmoeder bepaald; die vormt haar veilige en stabiele basis. Er bestaan zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige] . Zij heeft in het verleden meerdere wisselingen van leefomgeving meegemaakt waarbij zij in zorgelijke omstandigheden verbleef in de periode dat zij bij haar moeder woonde. Hierdoor zijn er zorgen over haar hechtingsproces en heeft zij trauma’s opgelopen. [minderjarige] heeft behoefte aan hulp bij het verwerken van haar trauma’s. De GI heeft een verzoek tot onderzoek gezagsbeëindiging van de vader ingediend bij de Raad omdat [minderjarige] onvoldoende toekomt aan haar traumaverwerking, zolang zij het gevoel heeft dat er nog mensen betrokken zijn die direct aan haar moeder te koppelen zijn. De Raad heeft in zijn onderzoek geadviseerd om het gezag van de vader te beëindigen, in het belang van [minderjarige] welzijn. De vader ondersteunt dit besluit. De GI verwacht dat [minderjarige] , na toewijzing van het verzoek tot gezagsbeëindiging, meer rust zal ervaren en dat zij alsdan kan gaan werken aan haar emotionele stabiliteit. Het advies van de Raad zal echter pas in december aanstaande ter zitting behandeld worden. Om de periode tot die tijd te overbruggen en om de veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen binnen het pleeggezin, acht de GI een verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. De GI verzoekt om beide maatregelen te verlengen voor de duur van zes maanden, zodat het verblijf van [minderjarige] in het pleeggezin verzekerd blijft – ook in het geval dat de zitting wordt uitgesteld of dat het verzoek tot gezagsbeëindiging niet wordt toegewezen. Mocht het gezag worden beëindigd dan zullen de resterende maanden niet worden benut. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De pleegmoeder </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De pleegmoeder geeft, samengevat, aan dat zij achter het verzoek van de GI staat. Tussen de pleegmoeder en [minderjarige] gaat het heel goed. [minderjarige] heeft echter veel meegemaakt en zij moet nog verschillende trauma’s verwerken. Het therapietraject dat zij volgt, is intensief. Binnen het pleeggezin krijgt zij de ruimte en veiligheid om zich verder te ontwikkelen. De pleegmoeder verwacht daarnaast dat er meer rust zal ontstaan wanneer het gezag van de vader wordt beëindigd. Wel blijft het lastig dat de moeder blijft proberen om contact te zoeken, wat bij [minderjarige] voor onrust zorgt. Het is van belang dat [minderjarige] bij de pleegmoeder kan blijven wonen, zodat zij zich daar op een stabiele, veilige en positieve manier kan ontwikkelen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden (artikel 1:260, eerste lid BW). Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van haar verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid BW). De kinderrechter legt hieronder uit waarom. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat [minderjarige] een belast verleden heeft. Zij heeft in haar jonge jaren meerdere wisselingen van leefomgeving meegemaakt, waarbij zij langere tijd in zorgelijke omstandigheden heeft geleefd. Hierdoor zijn er zorgen over haar hechting en heeft zij traumatische ervaringen opgelopen. Sinds 2019 woont [minderjarige] bij haar pleegmoeder, die voor haar een veilige en stabiele basis vormt. Binnen het pleeggezin krijgt zij de rust, structuur en ondersteuning die zij nodig heeft om zich verder te kunnen ontwikkelen en om aan haar traumaverwerking te kunnen werken. De rol van de moeder vormt nog een bedreiging voor [minderjarige] ontwikkeling, omdat de moeder blijft proberen om in contact te komen en om grip te krijgen op [minderjarige] . Dit zorgt bij [minderjarige] voor onzekerheid, angst en spanning. Daarnaast is er op dit moment nog onduidelijkheid over de beëindiging van het gezag van de vader. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Het is van belang dat [minderjarige] bij haar pleegmoeder kan blijven wonen, bij wie zij zich veilig voelt en bij wie zij de stabiliteit krijgt die zij nodig heeft. Vanuit deze veilige basis kan passende hulpverlening worden opgestart om haar te ondersteunen bij de verwerking van haar traumatische ervaringen uit het verleden. De kinderrechter spreekt haar complimenten uit voor de inzet van zowel de pleegmoeder als de GI om [minderjarige] een zo stabiel en veilig mogelijke opvoedingsomgeving te bieden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kinderrechter zal gelet op het voorgaande de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Binnen de ondertoezichtstelling dient (verder) gewerkt de worden aan de volgende doelen: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] ervaart blijvend duidelijkheid en rust over haar leven en over wie er besluiten over haar neemt en welke rol vader [de vader] in haar leven heeft of kan spelen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] groeit op in een stabiele en veilige opvoedingsomgeving;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige] krijgt hulpverlening en verwerking van haar trauma’s uit het verleden. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 30 oktober 2025 tot 30 april 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 30 oktober 2025 tot 30 april 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>