<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T14:33:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">02-118646-25</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7152">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7152</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-23T12:07:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7152 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-10-2025 / 02-118646-25</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7152:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Medeplichtigheid aan het aanwezig hebben van hard- en softdrugs en aan eenvoudig witwassen. Taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7152:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold caps">Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 02/118646-25</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer van 23 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,</para>
      <para>raadsman mr. L. Verheuvel, advocaat te Middelburg.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 oktober 2025, waarbij de officier van justitie mr. M. Poirters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para>De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1:</emphasis> zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het <?linebreak?>	aanwezig hebben van cocaïne en MDMA of dat hij medeplichtig hieraan is</para>
      <para>	geweest door zijn woning ter beschikking te stellen;<?linebreak?><emphasis role="italic">feit 2: </emphasis>zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het<?linebreak?>	witwassen van geld of dat hij medeplichtig hieraan is geweest door zijn woning<?linebreak?>	ter beschikking te stellen;<?linebreak?><emphasis role="italic">feit 3:</emphasis> zich samen met een ander of anderen schuldig heeft gemaakt aan het </para>
      <para>	aanwezig hebben van hennep of dat hij hieraan medeplichtig is geweest door zijn</para>
      <para>	woning ter beschikking te stellen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de ten laste gelegde feiten en verzoekt verdachte integraal vrij te spreken. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen </emphasis>
          </para>
          <para>De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vaststelling van de feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>Op basis van de bewijsmiddelen en de overige stukken in het dossier stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Naar aanleiding van diverse TCI meldingen, waarin gemeld werd dat [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) handelt in wapens en drugs, gebruikmaakt van stashlocaties en in een oranje Ford EcoSport rijdt, werd onder de Ford EcoSport een baken geplaatst. Uit analyse van de bakengegevens bleek dat de auto met regelmaat op of nabij de [straat] in [plaats] kwam. Naar aanleiding daarvan vond op 11 april 2025 een observatie plaats en werd gezien dat [medeverdachte] de Ford EcoSport in de [straat] parkeerde, een ontmoeting had met de bewoner van de [adres] , zijnde de woning van [verdachte] (hierna: [verdachte] ) en een doos in de kofferbak van de auto plaatste. Vanwege het vermoeden dat de woning van [verdachte] gebruikt werd als stashlocatie vond op 16 april 2025 een doorzoeking in die woning plaats. In een slaapkamer op de bovenverdieping van de woning werden meerdere dozen met sigaretten, diverse soorten verdovende middelen alsmede een geldbedrag in contanten van € 66.850,00 aangetroffen en in beslag genomen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nader onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut heeft uitgewezen dat in de woning van [verdachte] 2.899,8 gram harddrugs en 1.950 gram softdrugs werd aangetroffen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Feit 1 en 3: aanwezig hebben van hard- en softdrugs </emphasis>
          </para>
          <para>Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van de drugs is vereist dat bij verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover beschikkingsmacht had. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Drugs in woning van [verdachte]</emphasis>
          </para>
          <para>Hoewel [medeverdachte] weliswaar niet de bewoner van de woning aan [adres] is, werd op 11 april 2025 gezien dat hij met de oranje Ford EcoSport in de [straat] te [plaats] parkeerde. Korte tijd nadat hij de brandgang tussen [huisnummer 1] en [huisnummer 2] in was gelopen, werd gezien dat hij naar de Ford EcoSport liep en dat door hem een doos in de kofferbak van de auto werd gelegd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            [verdachte] – de eigenaar en feitelijke bewoner van de woning – heeft verklaard dat er tussen hem en [medeverdachte] , sinds twee jaar, een afspraak geldt waarbij [medeverdachte] dozen met sigaretten in een slaapkamer op de bovenverdieping van de woning van [verdachte] mocht opslaan. De woning en de betreffende slaapkamer waren voor [medeverdachte] vrij toegankelijk, omdat deze nooit waren afgesloten. [medeverdachte] kon en mocht zonder toestemming van [verdachte] naar binnen gaan, ook als [verdachte] zelf niet aanwezig was, en [medeverdachte] maakte van die gelegenheid ook daadwerkelijk gebruik. [verdachte] heeft verklaard dat hij zelf, vanwege lichamelijke klachten, vrijwel nooit boven kwam. Hoewel ook de tweelingbroer van [medeverdachte] wel eens sigaretten kwam ophalen, was het volgens [verdachte] voornamelijk [medeverdachte] die dozen of bigshoppers kwam brengen of halen. Daarnaast heeft [verdachte] verklaard dat hij tegen [medeverdachte] heeft gezegd dat hij uitsluitend sigaretten bij hem mocht opslaan en geen drugs, omdat hij wist dat [medeverdachte] zich in het verleden daarmee heeft beziggehouden en hiervoor door de rechtbank was veroordeeld.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op een in de slaapkamer aangetroffen plastic zak met daarin hennep is een dactyloscopisch spoor aangetroffen dat matcht met de linker pink van [medeverdachte] . De rechtbank leidt hieruit af dat [medeverdachte] niet alleen fysiek in de slaapkamer en in de nabijheid van de drugs aanwezig is geweest, maar dat hij ook in direct contact met (de verpakking van) de softdrugs is geweest. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte] de persoon is geweest met wie [verdachte] een afspraak heeft gemaakt over het ter beschikking stellen van een slaapkamer in zijn woning om sigaretten op te slaan. In die betreffende slaapkamer zijn ook daadwerkelijk dozen met sigaretten aangetroffen. Gelet op de verklaring van [verdachte] en de aangetroffen vingerafdruk van [medeverdachte] op de plastic zak met hennep is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] wetenschap had van alle in de slaapkamer aangetroffen drugs. Doordat [medeverdachte] de slaapkamer zelfstandig kon betreden – en dit ook daadwerkelijk heeft gedaan – is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte] ook feitelijke beschikkingsmacht had over de in de woning aangetroffen drugs.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Feit 2: witwassen</emphasis>
          </para>
          <para>Voor het bewezen verklaren van witwassen dient de rechtbank allereerst de vraag te beantwoorden of [medeverdachte] het in de woning van [verdachte] aangetroffen geld voorhanden heeft gehad. Indien die vraag bevestigend wordt beantwoord, zal de rechtbank beoordelen of dit geld van een misdrijf afkomstig is.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voorhanden hebben</emphasis>
          </para>
          <para>Voor het voorhanden hebben van het aangetroffen voorwerp (in dit geval: het geld) is vereist dat [medeverdachte] zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van dit geld, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van dat voorwerp, waaronder begrepen de omvang van het voorwerp of de exacte locatie ervan. Daarnaast moet vast staan dat [medeverdachte] hierover feitelijk heeft kunnen beschikken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In een slaapkamer in de woning van [verdachte] zijn hard- en softdrugs aangetroffen, waarvan hiervoor is vastgesteld dat [medeverdachte] die drugs aanwezig heeft gehad. In diezelfde slaapkamer is in een tas een groot geldbedrag (verpakt in pakketjes en bestaande uit bankbiljetten van diverse coupures) aangetroffen. Voorts is in die tas een brief, geadresseerd aan de partner van [medeverdachte] , aangetroffen. </para>
          <para>Gelet op de combinatie van deze omstandigheden gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte] wetenschap had van de aanwezigheid van het geld in de woning en dat hij hier ook beschikkingsmacht over had, net als over de drugs.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Herkomst van het geld</emphasis>
          </para>
          <para>Vervolgens rijst de vraag of het geld van een misdrijf afkomstig is. Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen direct bewijs dat het geldbedrag van enig misdrijf afkomstig is. Dat betekent dat er geen gronddelict bekend is.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Dat het geld ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan niettemin bewezen worden geacht, als de aangedragen feiten en omstandigheden van zodanige aard zijn dat sprake is van een vermoeden van witwassen. Als dat het geval is mag van verdachte worden verwacht dat een verklaring wordt gegeven voor de herkomst ervan. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat in deze zaak een aantal zogenoemde witwasindicatoren aan de orde zijn. Dit zijn min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring heeft geleerd, duiden op witwassen van opbrengsten uit misdrijven. De rechtbank overweegt daarover het volgende. Het in dezelfde ruimte gelijktijdig aantreffen van een aanzienlijke hoeveelheid contant geld en hard- en softdrugs, die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen, wijst sterk op drugshandel. Dergelijke contante bedragen worden in de regel niet op een legale wijze gegenereerd, maar zijn kenmerkend voor opbrengsten uit illegale activiteiten, met name de handel in verdovende middelen. Daar komt bij dat van een legale herkomst van het geld niet is gebleken. Van [medeverdachte] zijn geen inkomensgegevens bekend. Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden dat het geldbedrag een criminele herkomst heeft.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het vorenstaande mag van [medeverdachte] worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van het geldbedrag. Hij heeft echter geen verklaring willen afleggen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat dit geld geheel of gedeeltelijk – middellijk of onmiddellijk – uit enig (eigen) misdrijf afkomstig is en dat [medeverdachte] dat dus wist.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Tussenconclusie ten aanzien van alle feiten</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte] opzettelijk hard- en softdrugs aanwezig heeft gehad en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Verder concludeert de rechtbank dat [verdachte] zijn woning aan [medeverdachte] ter beschikking heeft gesteld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="underline italic">Is er met betrekking tot de betrokkenheid van [verdachte] sprake van medeplegen of medeplichtigheid?</emphasis>
          </para>
          <para>Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat [verdachte] de toegang tot zijn woning gaf aan [medeverdachte] en dat [medeverdachte] gebruikmaakte van de zich in die woning bevindende bewuste slaapkamer als ‘stashlocatie’. De vraag is of het handelen van [verdachte] strafbaar is en zo ja, of dat moet worden gekwalificeerd als medeplegen of medeplichtigheid.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. </para>
          <para>Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen bewijzen dat [verdachte] een substantiële bijdrage heeft geleverd in een nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte] . Zijn bijdrage is beperkt gebleven tot het ter beschikking stellen van zijn woning. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde bij de feiten 1, 2 en 3. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat wordt bewezen dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte was gericht op de behulpzaamheid zelf (hier: het ter beschikking stellen van de woning) en dat zijn (voorwaardelijk) opzet was gericht op het gepleegde misdrijf (hier: het aanwezig hebben van hard- en softdrugs en witwassen), waarbij hij behulpzaam was. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank heeft [verdachte] , gelet op de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat zich in zijn woning drugs en geld, dat afkomstig is van enig (eigen) misdrijf, bevonden. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij nooit in de bewuste slaapkamer kwam, maar hij wist wel dat [medeverdachte] zich in het verleden heeft beziggehouden met drugs en op deze slaapkamer spullen had opgeslagen. Door, tegen deze achtergrond, aan [medeverdachte] geen nadere vragen te stellen of te kijken wat er zich aan spullen in de slaapkamer bevond, heeft [verdachte] voor lief genomen wat zich in zijn woning en in de bewuste slaapkamer bevond. Door zijn woning ter beschikking te stellen, heeft hij bewust gelegenheid verschaft aan [medeverdachte] . De rechtbank stelt dan ook vast dat [verdachte] het voor de medeplichtigheid vereiste dubbel opzet op zowel de (grond)delicten als de behulpzaamheid had en aldus medeplichtig is geweest, zodat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde bij de feiten 1, 2 en 3. </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. subsidiair</para>
      <para>
        [medeverdachte] op 16 april 2025, te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid cocaïne en MDMA (XTC) pillen, zijnde cocaïne en MDMA<emphasis role="italic">, middelen </emphasis>als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 april 2025 te [plaats] opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te stellen;</para>
      <para />
      <para>2. subsidiair</para>
      <para>
        [medeverdachte] op 16 april 2025, te [plaats] een hoeveelheid geld voorhanden heeft gehad, terwijl die mededader wist dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig (eigen) misdrijf, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 april 2025 te [plaats] opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te stellen;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para>3. subsidiair</para>
      <para>
        [medeverdachte] op 16 april 2025, te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II<emphasis role="italic">,</emphasis> bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 16 april 2025 te [plaats] opzettelijk gelegenheid heeft verschaft, door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te stellen<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging wijst er in het kader van de strafmaat op dat verdachte niet heeft geprofiteerd van een crimineel verdienmodel. Hij heeft alleen maar nadelen ondervonden. Gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en het feit dat hij in het kader van deze feiten een blanco strafblad heeft, wijkt zijn situatie sterk af van de situaties waar de oriëntatiepunten op zijn gebaseerd en voor zijn bedoeld. De door de officier van justitie gevorderde straf is dan ook fors. Niet alleen verdachte zelf, maar ook de samenleving wordt er niet beter van als hij een jaar naar de gevangenis moet. Verdachte is gelet op de dreigende sluiting van zijn woning al genoeg gestraft. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is dan ook niet passend. Wel wordt een werkstraf passend geacht.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aard en de ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zijn woning ter beschikking gesteld aan een ander om grote hoeveelheden hard- en softdrugs en een groot geldbedrag op te kunnen slaan. Het is algemeen bekend dat harddrugs, zoals cocaïne en MDMA, eenmaal in handen van gebruikers, gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving schade wordt berokkend. Softdrugs kunnen bij langdurig gebruik leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft zich niets van die gevolgen aangetrokken. </para>
        <para>Daarnaast vormt witwassen een bedreiging voor de legale economie en tast het de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank houdt verder rekening met het strafblad van verdachte van 24 september 2025, waaruit blijkt dat hij wel eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de rol van verdachte, waarbij de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Alles afwegend acht de rechtbank een hoge taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 200 uren moet worden opgelegd en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Met deze voorwaardelijke straf wordt beoogd verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw (soortgelijke) feiten te plegen. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Het beslag</title>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold underline">De onttrekking aan het verkeer</emphasis>
        </para>
        <para>De in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van de in beslag genomen voorwerpen is in strijd met de wet en/of het algemeen belang.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 48, 49, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde. </para>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">spreekt verdachte vrij</emphasis> van de onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 1 subsidiair: medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 2 subsidiair: medeplichtig aan eenvoudig witwassen</emphasis>;</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">feit 3 subsidiair: medeplichtig aan opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 200 (tweehonderd) uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">100 (honderd) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf naar rato van 2 uur per dag;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar</emphasis>;</para>
    <para>- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarde niet heeft nageleefd;</para>
    <para>- stelt als <emphasis role="bold">algemene voorwaarde</emphasis> dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:</para>
    <parablock>
      <para>* 66.850,00 EUR Geld Euro (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850177, ibn</para>
      <para>16-04-2025);</para>
      <para>* 118 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850048, roze);</para>
      <para>* 1.109 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850049, Roze);</para>
      <para>* 36 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850501 36,2 gram, groen);</para>
      <para>* 122 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850502, roze);</para>
      <para>* 898 GR Cocaine (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850057 898,4 gram);</para>
      <para>* 399 GR Cocaine (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850058 399,8 gram);</para>
      <para>* 199 GR Cocaine (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850059 199,8 gram);</para>
      <para>* 564 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2852896</para>
      <para>fenacetine in pot);</para>
      <para>* 8 GR Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850127 procaïne, wit);</para>
      <para>* 1.00 stuks Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2852903</para>
      <para>onbekende hoeveelheid mannitol, wit);</para>
      <para>* 16 GR Xtc (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850711 16,6 gram, roze);</para>
      <para>* 1 KG Hennep (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2852893 1,95 kilogram);</para>
      <para>* 1.00 stuks Pistool (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850249, Zwart);</para>
      <para>* 1.00 stuks Pistool (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850255, Elite);</para>
      <para>* 1.00 stuks Pistool (Omschrijving: PL2000-2024186640-G2850236, Colt Government).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Polak, voorzitter, mr. G.H. Nomes en </para>
      <para>mr. F.L. Donders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Huwae, griffier, en is </para>
      <para>uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Donders is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I: De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 april 2025 te [plaats]</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad een hoeveelheid cocaïne en/of MDMA (XTC)</para>
      <para>pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne en/of MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven dader(s) op of</para>
      <para>omstreeks 16 april 2025, te [plaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad een hoeveelheid cocaïne en/of MDMA (XTC)</para>
      <para>pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal</para>
      <para>bevattende cocaïne en/of MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan</para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16</para>
      <para>april 2025 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of</para>
      <para>opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,</para>
      <para>door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te</para>
      <para>stellen;;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub</para>
    </parablock>
    <para>1. jo. art 48 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 april 2025, te [plaats] tezamen en in vereniging</para>
      <para>met een of meer anderen, althans alleen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(van) een hoeveelheid geld, althans een of meer voorwerpen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sub a</para>
    </parablock>
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of</para>
    <parablock>
      <para>de</para>
      <para>verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat</para>
    <parablock>
      <para>/die</para>
      <para>voorwerp(en) was/waren, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en)</para>
    <parablock>
      <para>voorhanden</para>
      <para>had(den)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sub b</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft</para>
    <parablock>
      <para>omgezet,</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- gebruik heeft gemaakt</para>
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die</para>
      <para>voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig</para>
      <para>(eigen) misdrijf;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1</para>
      <para>ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van</para>
      <para>Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven dader(s) op of</para>
      <para>omstreeks 16 april 2025, te [plaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(van) een hoeveelheid geld, althans een of meer voorwerpen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sub a</para>
    </parablock>
    <para>- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding</para>
    <parablock>
      <para>en/of de</para>
      <para>verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat</para>
    <parablock>
      <para>/die</para>
      <para>voorwerp(en) was/waren, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en)</para>
    <parablock>
      <para>voorhanden</para>
      <para>had(den)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sub b</para>
    </parablock>
    <para>- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft</para>
    <parablock>
      <para>omgezet,</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- gebruik heeft gemaakt</para>
    <parablock>
      <para>terwijl die mededader  wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of</para>
      <para>middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16</para>
      <para>april 2025 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of</para>
      <para>opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,</para>
      <para>door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te</para>
      <para>stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1</para>
      <para>ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 jo. art 48</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij op of omstreeks 16 april 2025 te [plaats]</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep, in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van</para>
      <para>meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel</para>
      <para>aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1</para>
      <para>Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling</para>
      <para>mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] en/of een of meer onbekend gebleven dader(s) op of</para>
      <para>omstreeks 16 april 2025, te [plaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>aanwezig heeft gehad een hoeveelheid hennep, in elk geval een</para>
      <para>hoeveelheid van</para>
      <para>meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep</para>
      <para>een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan</para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16</para>
      <para>april 2025 te [plaats] opzettelijk behulpzaam is geweest en/of</para>
      <para>opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft,</para>
      <para>door zijn woning aan de [adres] ter beschikking te</para>
      <para>stellen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub</para>
    </parablock>
    <para>1. jo. art 48 Wetboek van Strafrecht )</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>