<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:7137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:06:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/438691 / JE RK 25-1475</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7137">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-20T11:05:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:7137 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-10-2025 / C/02/438691 / JE RK 25-1475</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7137:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:7137:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/438691 / JE RK 25-1475</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 oktober 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING &amp; JEUGDRECLASSERING</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam Zuidoost,</para>
      <para>hierna te noemen: de GI. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [minderjarige]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>hierna te noemen: [minderjarige] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder, </para>
      <para>wonende in [plaats 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informanten aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de grootouders]
        </emphasis>,</para>
      <para>hierna te noemen: grootouders moederszijde (mz),</para>
      <para>wonende in [plaats 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van de procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: </para>
        <para>- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 augustus 2025, ontvangen op 7 augustus 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de moeder;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de grootouders mz;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een vertegenwoordigster namens de GI.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij beschikking van 12 april 2021 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 12 april 2021 en tot 12 april 2022, welke laatstelijk bij beschikking van 9 oktober 2024 is verlengd tot 12 oktober 2025. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van 29 april 2022 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 29 april 2022 en tot 12 oktober 2022. Bij beschikking van 6 oktober 2023 is de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg laatstelijk verlengd tot 12 oktober 2024. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Bij beschikking van 17 april 2024 is aan de GI toestemming verleend tot wijziging van het verblijf van [minderjarige] naar een gezinsgerichte voorziening, te weten een moeder- kindhuis, vanaf het moment dat er een geschikt moeder-kindhuis beschikbaar is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij beschikking van 4 december 2024 heeft de kinderrechter, zonder het voorafgaand horen van belanghebbenden, een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend voor de duur van twee weken met ingang van 4 december 2024 en tot 18 december 2024, onder aanhouding van restant.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij beschikking van 17 december 2024 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 18 december 2024 en tot 12 oktober 2025 verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Op grond van die machtiging verblijft [minderjarige] in een netwerkpleeggezin. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De GI verzoekt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van acht maanden en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De GI handhaaft het verzoek. In aanvulling op het verzoekschrift benoemt de GI dat er veel is gebeurd en dat het belangrijk is dat [minderjarige] rust en stabiliteit ervaart en dat er een goede samenwerking tussen de moeder en grootouders mz is. De GI begrijpt de wens van de moeder (en grootouders mz) als het gaat om het werken naar de terugthuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder en vindt het ook belangrijk dat hier serieus naar wordt gekeken, maar geeft ook aan dat het perspectief van [minderjarige] op een gegeven moment moet worden bepaald zodat er duidelijkheid en stabiliteit komt. Verder wil de GI kijken of het mogelijk is om op termijn over te gaan naar het vrijwillig kader, nu [minderjarige] bij grootouders mz woont en er goede omgangsafspraken met de moeder zijn. Tot slot is de vader op dit moment niet in beeld, maar wil de GI wel kijken of er contactherstel mogelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De moeder is het eens met het verzoek. Zij heeft aangegeven dat het beter met [minderjarige] gaat sinds hij bij grootouders mz woont. Ook verloopt de samenwerking tussen de moeder en grootouders mz goed. De moeder benoemt wel dat het verzoekschrift van de GI eenzijdig is en dat zij het er niet mee eens is dat de GI opschrijft dat er niet meer zal worden gewerkt aan de terugthuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De grootouders mz benoemen ook dat het goed gaat met [minderjarige] en dat de samenwerking met de moeder goed verloopt. Pleegzorg heeft bij grootouders mz een screening uitgevoerd en deze screening is positief, maar de uitkomst moet nog worden bevestigd. Voor grootouders mz is het belangrijk dat de terugthuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder een doel blijft. Zij vinden dat de moeder een eerlijke kans moet krijgen en dat er goed moet worden gekeken of een terugthuisplaatsing mogelijk en in het belang van [minderjarige] is. Zij hopen en gunnen dit de moeder en [minderjarige] , maar geven ook aan dat de situatie zoals deze nu is op dit moment goed is en ook in het belang van [minderjarige] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond als bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan wettelijke criteria en zal de – onweersproken – verzoeken tot het verlengen van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootouders mz, toewijzen voor de duur zoals verzocht, te weten met ingang van 12 oktober 2025 en tot 12 juni 2026. Hij legt dit hierna uit.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] in de afgelopen periode veel wisselingen heeft meegemaakt en eerder ook ontregeld gedrag heeft laten zien. Zo heeft [minderjarige] een periode met de moeder bij grootouders mz gewoond, kortdurend met de moeder in een moeder-kind huis verbleven, in twee verschillende pleeggezinnen gewoond en sinds juli 2025 woont [minderjarige] bij grootouders mz. Ondanks de onrustige periode gaat het op dit moment goed met [minderjarige] bij grootouders mz en lijkt hij zijn plek te hebben gevonden. Zowel de moeder als grootouders mz hebben aangegeven dat het contact en de samenwerking goed verloopt en dat er duidelijke omgangsafspraken voor [minderjarige] en de moeder zijn. Grootouders mz hebben tijdens de zitting ook aangegeven dat zij zijn gescreend door pleegzorg en dat deze screening positief is, maar dat het nog wel moet worden bevestigd. De kinderrechter stelt vast dat grootouders mz goed lijken aan te sluiten bij de behoefte van [minderjarige] en dat zowel de moeder als grootouders mz achter de plaatsing van [minderjarige] bij grootouders mz staan. Ondanks deze positieve ontwikkelingen is de kinderrechter van oordeel dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] nog niet is weggenomen en dat de moeder onvoldoende in staat is om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] zelfstandig weg te nemen. Het is de kinderrechter gebleken dat er in het leven van de moeder sprake is van structurele en terugkerende instabiliteit en dat zij eerder vanwege drugsgebruik en geweld vanuit partners van de moeder geen veilige en stabiele opvoedsituatie aan [minderjarige] kon bieden. Daarnaast maakt de kinderrechter zich zorgen over het ontbreken van contact tussen [minderjarige] en de vader en daarmee samenhangend de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] en zijn hechtingsrelatie met de vader. Gelet daarop en de vele wisselingen in de afgelopen periode is de kinderrechter van oordeel dat de GI langer als regievoerder betrokken moet blijven. Ook is hij van oordeel dat de plaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij grootouders mz, moet worden gecontinueerd, nu dit in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige] is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>Het is de kinderrechter verder gebleken dat de GI, mits de screening van grootouders mz positief is, de komende periode wil toewerken naar een stabiele opvoed- en omgangssituatie gedurende een langere periode en daarna wil overgaan tot borgen en een overdracht naar het vrijwillig kader. Tijdens de zitting hebben de moeder en grootouders mz de wens uitgesproken dat [minderjarige] uiteindelijk terug thuis bij de moeder wordt geplaatst en de GI heeft aangegeven deze wens serieus te willen onderzoeken. De kinderrechter gaat er daarom vanuit dat de GI dit gaat onderzoeken en gaat kijken wat het meest in het belang van [minderjarige] is en de ontwikkeling van [minderjarige] blijft monitoren. Van de GI verwacht de kinderrechter verder dat zij – indien nodig – passende (systemische) hulpverlening zal inzetten. Van de moeder verwacht de kinderrechter dat zij met de GI, de hulpverlening en grootouders mz blijft samenwerken en de omgangsafspraken blijft nakomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <parablock>
        <para>De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een</para>
        <para>eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 12 oktober 2025 en tot 12 juni 2026;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 12 oktober 2025 en tot 12 juni 2026;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2025 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier, en op schrift gesteld op 23 oktober 2025.</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
                <para />
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>