<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-06T09:10:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-01-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/422920 / FA RK 24-2460</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6868">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6868</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T09:53:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6868 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-01-2025 / C/02/422920 / FA RK 24-2460</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6868:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Regierol rechter; wettelijke basis regiezitting; wederpartij kiest ervoor niet te verschijnen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6868:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/422920 / FA RK 24-2460</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 16 januari 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling te Goes,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>hierna te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. Th. Kremers te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het verzoekschrift tot echtscheiding met nevenvoorzieningen van de man, ingekomen op 29 mei 2024;</para>
      <para>- de brief van de griffier van deze rechtbank van 27 september 2024 aan partijen;</para>
      <para>- het verweerschrift van de vrouw tevens houdende zelfstandige verzoeken, met bijlage, ingekomen op 21 oktober 2024;</para>
      <para>- het verweerschrift van de man, met bijlagen, op de zelfstandige verzoeken van de vrouw, ingekomen op 13 november 2024;</para>
      <para>- het F9-formulier van mr. Kremers, ingediend op 14 november 2024.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 15 november 2024 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, onder andere om te bespreken waarom het partijen nog niet is gelukt om een ouderschapsplan te maken (de zogenaamde NO- of regiezitting). Daarbij was namens de man aanwezig zijn advocaat. De vrouw en haar advocaat zijn, met kennisgeving, niet verschenen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen, Nederlanders, zijn op [datum] 2012 in Goes met elkaar getrouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen zijn de ouders van de thans minderjarige kinderen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige 1], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [minderjarige 2], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2010. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Beide partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen hen uit te spreken. Zij hebben daarnaast allebei nevenverzoeken ingediend. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank zal bepalen dat de door partijen gedane verzoeken inhoudelijk zullen worden behandeld op een nader te bepalen mondelinge behandeling en stelt de beslissing op de vraag of partijen in hun echtscheidingsverzoek kunnen worden ontvangen tot die mondelinge behandeling uit. De rechtbank legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Naar aanleiding van het derde uitstelverzoek van de vrouw voor het indienen van een verweerschrift op het echtscheidingsverzoek heeft de rechtbank partijen bericht dat bij gebrek aan een klemmende reden een nader uitstel niet wordt toegestaan en dat een regiezitting zal worden gepland. In de brief van de griffier aan partijen is opgenomen dat op die zitting ook het ontbreken van een ouderschapsplan aan de orde zal komen. Bij brief van 17 oktober 2024 is aan partijen meegedeeld dat de mondelinge behandeling is bepaald op 15 november 2024. Partijen zijn, de man expliciet, opgeroepen om hierbij aanwezig te zijn. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Regiezitting heeft wettelijke basis</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Artikel 20 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) legt de verplichting op de rechter om te waken tegen onredelijke vertraging. Artikel 19 lid 2 Rv geeft een uitdrukkelijke wettelijke grondslag voor de regierol van de rechter. Deze rol geeft de rechter uitdrukkelijk de bevoegdheid om de beslissingen te nemen die nodig zijn voor een goed verloop van de procedure. Artikel 22 Rv geeft de rechter de bevoegdheid om partijen een bevel te geven tot het toelichten van bepaalde stellingen of het overleggen van bepaalde bescheiden. Volgens de Professionele Standaarden die door en voor de rechtspraak zijn vastgesteld is de rechter verantwoordelijk voor de voortgang van, de regie over en de volledige en tijdige afdoening van een aan hem toebedeelde zaak (2.3). De rechter is tevens verantwoordelijk voor een behandeling van de zaak op maat en in dat kader beoordeelt hij of partijen een alternatieve conflictoplossing kan worden aangeboden (2.4). </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het ontbreken van het ouderschapsplan</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verplicht ouders een ouderschapsplan te maken als zij willen scheiden. In een ouderschapsplan staan de afspraken over de kinderen, zoals wanneer de kinderen bij wie zijn en hoe partijen elkaar op de hoogte houden over de kinderen. Als partijen geen ouderschapsplan hebben gemaakt, neemt de rechtbank geen beslissing totdat partijen zo’n plan hebben gemaakt. De rechtbank kan daarop een uitzondering maken als niet van partijen kan worden verwacht dat zij samen een ouderschapsplan maken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Gelet op de hiervoor in r.o. 3.3. weergegeven uitgangspunten en het ontbreken van een ouderschapsplan heeft de rechter gemeend een mondelinge behandeling te bepalen om met partijen te bespreken waarom het hen nog niet is gelukt om een ouderschapsplan te maken en of de inzet van hulpverlening, als bijvoorbeeld in het kader van het UHA, daar wellicht helpend bij kan zijn. De rechtbank betreurt het daarom te moeten vaststellen dat de vrouw en haar advocaat ervoor hebben gekozen niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn. Daardoor heeft de rechtbank niet van de vrouw zelf kunnen horen wat volgens haar de reden is voor het ontbreken van het ouderschapsplan. De rechtbank ziet dit als een gemiste kans. De rechtbank had, omdat partijen het in grote lijnen wel met elkaar zijn, tussen partijen kunnen bemiddelen of partijen kunnen verwijzen naar hulpverlening voor ondersteuning bij het maken van afspraken over de kinderen.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Uit wat de advocaat van de man ter zitting naar voren heeft gebracht begrijpt de rechtbank dat partijen nog steeds in overleg proberen tot afspraken te komen en dat zij het op een flink aantal onderwerpen al wel eens zijn. Zo is er bijvoorbeeld overeenstemming over een gelijke (50/50) verdeling van de zorgtaken en verwachten partijen er op het punt van de kinderalimentatie ook wel uit te komen. De rechtbank begrijpt ook dat er een aantal onderwerpen is dat partijen verdeeld houdt, zoals het inschrijfadres van de kinderen, en dat partijen willen dat de rechtbank hierover een beslissing neemt. De rechtbank zal daarom een inhoudelijke mondelinge behandeling bepalen. De beslissing op de vraag of partijen in hun echtscheidingsverzoeken kunnen worden ontvangen stelt de rechtbank tot die mondelinge behandeling uit. Mochten partijen in de tussentijd er alsnog in slagen afspraken met elkaar te maken en een ouderschapsplan op te stellen waar zij beiden achter staan, dan kunnen zij dit op elk moment aan de rechtbank laten weten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De verdere procedure</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Voordat de rechtbank een beslissing kan nemen over de verzoeken van partijen, moet de zaak inhoudelijk worden besproken tijdens een mondelinge behandeling. Het is nu nog niet bekend wanneer die behandeling zal kunnen plaatsvinden. Het planbureau van de griffie heeft de advocaten van partijen al wel benaderd voor het opvragen van hun verhinderdata en die van partijen. Met het oog op de mondelinge behandeling stelt de rechtbank vast dat de vrouw nog niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op de door de man gewenste verdeling van de huwelijksgemeenschap. Voorkomen moet worden dat de rechtbank en de man pas bij de indiening van de stukken voor de mondelinge behandeling met het standpunt van de vrouw ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap worden geconfronteerd. De rechtbank geeft de vrouw daarom <emphasis role="bold">een termijn van vier weken</emphasis> om te reageren op het verzoek van de man over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. Nadat de verhinderdata van partijen en hun advocaten zijn ontvangen, zullen beide partijen een oproep ontvangen voor de mondelinge behandeling. De rechtbank stelt alle beslissingen uit tot die mondelinge behandeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>stelt de vrouw in de gelegenheid om <emphasis role="bold">uiterlijk op 11 februari 2025</emphasis> te reageren op de zelfstandige verzoeken van de man over de verdeling van de huwelijksgemeenschap;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>houdt aan de beslissing over het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken totdat de verzoeken inhoudelijk zijn behandeld tijdens <emphasis role="bold">een nader te bepalen mondelinge behandeling</emphasis>.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>	Deze beschikking is gegeven door mr. Voorn, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Knops-Pijper, griffier, in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Mededeling van de griffier</emphasis>:</para>
        <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het </para>
        <para>gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>