<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T09:51:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11672242 OV VERZ 25-2295 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Tilburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6704">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6704</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T09:51:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6704 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-05-2025 / 11672242 OV VERZ 25-2295 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6704:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering bij verzoekschrift. Spoorwissel en verwijzing naar de dagvaardingsprocedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6704:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para>Cluster I Civiele kantonzaken</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tilburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak/rolnr.: 11672242 OV VERZ 25-2295</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking d.d. 2 mei 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake een verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [verzoeker 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [verzoeker 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaats] aan het [adres] ,</para>
      <para>verzoekende partij, </para>
      <para>verder te noemen: [verzoekers] ,</para>
      <para>procederend in persoon,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de stichting Stichting Casade,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Waalwijk,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>verder te noemen: Casade,</para>
      <para>nog niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verloop van het geding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De procesgang blijkt uit het op 17 april 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek en de beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [verzoekers] stellen het niet eens te zijn met de onderhoudswerkzaamheden, die Casade aan hun woning wil laten verrichten in het kader van een renovatie, dan wel is het niet eens met de handelswijze van Casade met betrekking tot deze werkzaamheden. [verzoekers] hebben diverse verzoeken ingediend, zoals weergegeven aan het slot van het verzoekschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat uit artikel 7:220 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat een huurder, die het niet eens is met – kort gezegd – een renovatievoorstel van de verhuurder, binnen acht weken na de schriftelijke kennisgeving van de verhuurder, dat 70% of meer van de huurders met het voorstel heeft ingestemd, een beslissing van de rechter kan vorderen omtrent de redelijkheid van het voorstel. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Nu hiervoor wordt gesproken over ‘vorderen’, betreft het voorgaande een vordering. [verzoekers] kunnen de procedure dan ook niet aanhangig maken met een verzoekschrift, maar moeten een dagvaarding uitbrengen. De kantonrechter zal [verzoekers] , gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat zij op eigen kosten Casade bij deurwaardersexploot dagvaarden tegen de hierna genoemde roldatum.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De kantonrechter wijst [verzoekers] erop dat bij het verbeteren van het processtuk rekening moet worden gehouden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding. Bovendien raadt de kantonrechter [verzoekers] aan juridisch advies in te winnen over de wijze van formuleren van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>stelt [verzoekers] in de gelegenheid om op eigen kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van<emphasis role="bold"> woensdag 28 mei 2025 te 10.00 uur</emphasis>;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>stelt [verzoekers] in de gelegenheid om Casade met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>stelt [verzoekers] in de gelegenheid de stellingen in het verzoekschrift aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>