<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T13:25:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-10-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11446957 CV EXPL  24-4206</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Bergen op Zoom</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6672">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T12:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6672 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 01-10-2025 / 11446957 CV EXPL  24-4206</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6672:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Incassovordering wordt toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6672:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Bergen op Zoom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11446957 \ CV EXPL  24-4206</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 1 oktober 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam] , H.O.D.N. [bedrijf 1]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij in conventie,</para>
      <para>verwerende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij 1] ,</para>
      <para>gemachtigde: Janssen &amp; Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B.V.] , H.O.D.N. [bedrijf 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gedaagde partij in conventie,</para>
      <para>eisende partij in reconventie,</para>
      <para>hierna te noemen: [partij 2] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Hoe is de procedure verlopen?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 15 januari 2025 en de daarin genoemde stukken,</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 28 augustus 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat de zaak over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [partij 1] was tot halverwege 2023 in dienst bij [partij 2] . Nadat zijn dienstverband was geëindigd, heeft hij op basis van een overeenkomst van opdracht kluswerkzaamheden voor [partij 2] uitgevoerd. Voor de werkzaamheden die hij in juni en juli 2023 verrichtte, heeft [partij 1] acht facturen naar [partij 2] gestuurd. In deze procedure vordert [partij 1] betaling van deze facturen ter hoogte van in totaal € 7.770,00. Ook vordert hij betaling van rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. [partij 1] wil dat deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.<footnote-ref linkend="_4f95f767-54d3-4844-bc96-7b925b0dd3fe" /> [partij 2] vindt dat hij de facturen niet hoeft te betalen, omdat hij een tegenvordering van € 6.500,00 heeft die hij wil verrekenen. [partij 2] heeft daarom ook een tegenvordering ingesteld tot betaling van € 6.500,00. </para>
        <para>De kantonrechter oordeelt dat het beroep van [partij 2] op verrekening niet slaagt. [partij 2] dient de facturen van [partij 1] te voldoen en de vordering van [partij 1] wordt dan ook toegewezen. De tegenvordering van [partij 2] wordt afgewezen. Dit oordeel wordt hierna toegelicht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Wat oordeelt de kantonrechter?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Vanwege de nauwe samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering en reconventie zullen deze samen worden beoordeeld. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verrekening</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat [partij 2] op zichzelf niet betwist dat hij de facturen moet betalen, betekent dit in beginsel dat de kantonrechter hem daartoe veroordeelt, tenzij het beroep op verrekening slaagt. [partij 2] stelt dat [partij 1] onrechtmatig heeft gehandeld en dat hij daardoor schade heeft geleden. Op grond van de wet<footnote-ref linkend="_202a8b43-7030-45b0-91f0-89e3af610689" /> is het aan [partij 2] om zijn stellingen te onderbouwen en zo nodig te bewijzen. [partij 2] is daarin niet geslaagd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Foto’s op sociale media</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Het staat vast dat [partij 1] foto’s heeft gemaakt tijdens een klus voor [partij 2] en dat deze foto’s, voorzien van de naam van een ander bedrijf, vervolgens op sociale media zijn geplaatst. Of [partij 1] deze foto’s heeft geplaatst en of het doel was om klanten van [partij 2] ‘af te pakken’, kan in het midden blijven. [partij 2] heeft namelijk niet gesteld of onderbouwd dat en zo ja, hoeveel, schade hij hierdoor zou hebben geleden. Nergens blijkt uit dat door die foto’s klanten niet voor [partij 2] , maar voor Focus Afbouw en Renovatie (of voor [partij 1] ) hebben gekozen. Bovendien heeft Focus Afbouw en Renovatie de foto’s kort nadat zij hierop is aangesproken door [partij 2] , verwijderd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overige verwijten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Volgens [partij 2] heeft [partij 1] bovendien materiaal van hem verduisterd, zijn bus gebruikt en klanten van hem afgepakt. Dat [partij 1] op deze punten onrechtmatig heeft gehandeld, is echter niet vast komen te staan. Voor het gebruik van de bus geldt dat [partij 2] tijdens de zitting heeft verklaard dat hij het goed vond dat [partij 1] zijn bus gebruikte, maar dat hij achteraf, toen hij zich belazerd voelde, dat niet goed meer vond. Dit betekent dat [partij 1] met toestemming van [partij 2] de bus gebruikte en [partij 1] dus niet onrechtmatig heeft gehandeld. Datzelfde geldt voor de adviezen die [partij 2] aan [partij 1] gaf over te hanteren prijzen; de omstandigheid dat [partij 1] opdrachten bij klanten zou hebben gekregen die eerder klant waren bij [partij 2] , is op zichzelf niet onrechtmatig. Tot slot geldt voor het materiaal dat [partij 1] betwist dat hij materialen van [partij 2] heeft verduisterd. [partij 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij alle spullen heeft teruggegeven. Bij die stand van zaken had [partij 2] concreter moeten onderbouwen welk materiaal hij aan [partij 1] had uitgeleend en welk materiaal [partij 1] vervolgens niet heeft teruggegeven, terwijl hij wel om teruggave van die specifieke materialen heeft verzocht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Nevenvorderingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [partij 1] vordert daarnaast dat [partij 2] wordt veroordeeld tot het betalen van rente en buitengerechtelijke incassokosten. Hij baseert deze vordering in de eerste plaats op de algemene voorwaarden. [partij 1] heeft deze algemene voorwaarden echter niet overgelegd. Dit betekent dat [partij 1] op dit punt onvoldoende heeft gesteld. De kantonrechter zal deze vordering daarom beoordelen op basis van de wet in plaats van de algemene voorwaarden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>
        [partij 2] is in verzuim, wat betekent dat hij zijn betalingsverplichting niet op tijd is nagekomen. Omdat het hier om een handelsovereenkomst gaat, moet [partij 2] de wettelijke handelsrente<footnote-ref linkend="_6d551418-dc40-47e7-9a73-29cc69708c02" /> betalen vanaf de respectieve vervaldata totdat de volledige vordering is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>De buitengerechtelijke incassokosten zijn ook toewijsbaar, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende. [partij 2] is door [partij 1] in gebreke gesteld en verzocht de facturen alsnog te betalen, zoals de wet dat voorschrijft. Het gevorderde bedrag aan incassokosten moet vervolgens worden getoetst aan het Besluit buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het besluit). Het bedrag dat [partij 1] vordert is hoger dan waar dit besluit recht op geeft. Daarom worden de buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het bedrag dat volgens het besluit is toegestaan, namelijk € 763,50.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kortom</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>
        [partij 2] zal (€ 7.770,00 + € 763,50 =) € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling aan [partij 1] moeten betalen, waartoe hij dan ook wordt veroordeeld. De vordering in conventie wordt in zoverre toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [partij 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>115,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>271,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>248,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- verletkosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>50,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>684,22</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De proceskosten in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>
        [partij 2] heeft in reconventie ongelijk gekregen. Hij zal daarom in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De proceskosten van [partij 1] worden vastgesteld op nul. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Wat is de beslissing?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt [partij 2] om aan [partij 1] te betalen een bedrag van € 8.533,50, vermeerderd met wettelijke handelsrente over € 7.770,00 vanaf de respectieve vervaldata tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [partij 2] in de proceskosten van € 684,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [partij 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>wijst de vorderingen van [partij 2] af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>veroordeelt [partij 2] in de proceskosten, aan de zijde van [partij 1] vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.</para>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4f95f767-54d3-4844-bc96-7b925b0dd3fe" label="1">
    <para> Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in het vonnis uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_202a8b43-7030-45b0-91f0-89e3af610689" label="2">
    <para> Artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d551418-dc40-47e7-9a73-29cc69708c02" label="3">
    <para> Artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>