<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T15:52:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/02/435537 / FA RK 25-2558</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6642">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6642</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-29T15:52:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6642 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-08-2025 / C/02/435537 / FA RK 25-2558</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6642:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek van moeder zonder gezag om de vaststelling van een omgangsregeling, art. 1:377a BW - pleegouders akkoord met het verzoek nu de verzochte regeling thans wordt uitgevoerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6642:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team Familie- en Jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/02/435537 / FA RK 25-2558</para>
      <para>Datum uitspraak: 19 augustus 2025 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking over een omgangsregeling</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de moeder]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de moeder,</para>
      <para>wonende op een bij de rechtbank bekend adres, </para>
      <para>advocaat: mr. L.A. Middelkoop te Rotterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de pleegouders]
        </emphasis>, </para>
      <para>hierna te noemen: de pleegouders,</para>
      <para>wonende in [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>over de minderjarigen:</para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="bold">[minderjarige 1]</emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2018, hierna: [minderjarige 1] , </para>
    <para>- <emphasis role="bold">[minderjarige 2]</emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020, hierna: [minderjarige 2] . </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">JEUGDBESCHERMING ROTTERDAM RIJNMOND</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, </para>
      <para>hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:</para>
        <para>-	het op 20 mei 2025 ontvangen verzoek met bijlagen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2025. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:</para>
      <para>- de moeder met haar advocaat; </para>
      <para>- de pleegouders;</para>
      <para>- een vertegenwoordiger van de GI;</para>
      <para>- een vertegenwoordigster van de Raad;</para>
      <para>- de vader, die als informant is verschenen in de zaak met kenmerk C/02/434366 / FA 	RK 25-1985.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Gelet op de nauwe samenhang tussen dit verzoek van de moeder en het verzoek van de Raad (in de zaak met kenmerk C/02/434366 / FA RK 25-1985) zijn de verzoeken gelijktijdig behandeld. In beide zaken is bij separate beschikking van heden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn sinds 13 november 2020 onder toezicht gesteld van de GI. Laatstelijk, bij beschikking van 23 oktober 2024 heeft de kinderrechter van de rechtbank Rotterdam de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 1 november 2025. Ook heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 1 november 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven in een pleeggezin.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Bij beschikking van 19 augustus 2025 (in de zaak met kenmerk C/02/434366 / FA RK 25-1985) is het gezag van de moeder beëindigd en zijn de pleegouders tot voogden over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Tussen partijen staat vast dat de moeder en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] eens per vier weken (onbegeleide) omgang met elkaar hebben.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De moeder verzoekt de rechtbank om:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>I. 	een omgangsregeling tussen de moeder en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vast te stellen waarbij zij eens per maand contact hebben met de moeder, waarbij het contactmoment kan plaatsvinden bij de moeder thuis dan wel bij de pleegouders, in onderling overleg te bepalen;</para>
        <para>II. 	te bepalen dat deze regeling een basisregeling vormt die in onderling overleg door</para>
        <para>de moeder en pleegouders kan warden uitgebreid;</para>
        <para>	dan wel</para>
        <para>III. 	het verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling toe te wijzen op een wijze die in goede justitie redelijk en billijk wordt geacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De standpunten en het advies van de Raad</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Ter onderbouwing van en in aanvulling op het verzoek voert de moeder het volgende aan. De moeder kan zich vinden in het raadsrapport waarin wordt geadviseerd om haar gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te beëindigen Zij ondersteunt dat de pleegouders met het gezag over de minderjarigen worden belast. De moeder heeft vertrouwen in de pleegouders. In het belang van duidelijkheid en ter bescherming van haar positie én die van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wenst de moeder de huidige omgangsregeling vast te leggen. Het overleg tussen de moeder en de pleegouders is altijd goed, maar een schriftelijke vaststelling zal continuïteit en stabiliteit van de huidige omgangsregeling extra waarborgen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De pleegouders brengen naar voren dat zij zich kunnen vinden in het verzoek van de moeder. Zij zijn bereid en in staat om met de moeder afspraken te maken over de locatie van de omgang.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De GI heeft er geen bezwaar tegen als de huidige omgangsregeling schriftelijk wordt vastgelegd. De vastigheid die met de schriftelijke vaststelling ontstaat zal alle betrokkenen goed doen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>De Raad adviseert de rechtbank om het verzoek toe te wijzen. Een schriftelijke vaststelling van de omgangsregeling geeft iedereen duidelijkheid en het geeft geruststelling voor de omgang in de toekomst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De vader heeft geen bezwaar tegen de toewijzing van het verzoek van de moeder.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vaststelling omgangsregeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>In artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat een ouder zonder gezag over het kind, recht heeft op omgang met het kind. De rechtbank kan op verzoek van één ouder of op verzoek van de ouders samen een omgangsregeling vaststellen. De rechtbank kan een ouder ook het recht op omgang ontzeggen. Dat kan alleen als er sprake is van één van de volgende omstandigheden:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>omgang zou schadelijk zijn voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de ouder is ongeschikt of niet in staat tot omgang met het kind;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het kind is twaalf jaar of ouder en heeft laten weten dat hij echt geen contact met de ouder wil;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>er is een andere redenen waarom omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.  </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling, is gebleken dat partijen het met elkaar eens zijn; het verzoek kan worden toegewezen, waarmee de omgangsregeling die nu al wordt uitgevoerd schriftelijk wordt bevestigd. Alle betrokkenen geven aan dat het verzoek van de moeder kan worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>De rechtbank zal, met inachtneming van het hierboven genoemde wetsartikel, overeenkomstig het verzoek van de moeder onder I beslissen. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat zij de omgangsregeling ook in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] acht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitvoerbaar bij voorraad</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>bepaalt dat de moeder en de minderjarigen:</para>
      <para>- <emphasis role="bold">[minderjarige 1]</emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2018, en</para>
      <para>- <emphasis role="bold">[minderjarige 2]</emphasis>, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2020, </para>
      <para>recht hebben op omgang met elkaar eens per maand, waarbij het omgangsmoment kan plaatsvinden bij de moeder thuis dan wel bij de pleegouders, in onderling overleg te bepalen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>bepaalt dat voornoemde omgangsregeling een basisregeling vormt die in onderling overleg door de moeder en pleegouders kan warden uitgebreid;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2025 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 september 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <parablock>
        <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het </para>
        <para>gerechtshof ’s-Hertogenbosch.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>