<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T12:01:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11688931 \ CV EXPL  25-1584 (E)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6569">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6569</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-17T11:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6569 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-09-2025 / 11688931 \ CV EXPL  25-1584 (E)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6569:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Huurders hebben een huurachterstand laten ontstaan van negen maanden. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de huurders, dat schuldhulpverlening is opgestart en de lopende huur wordt betaald, ziet de kantonrechter aanleiding om de tijdens de mondelinge behandeling besproken voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toe te wijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6569:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">ZEELAND-WEST-BRABANT</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11688931 \ CV EXPL  25-1584</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 24 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ALWEL</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudend in Roosendaal,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Alwel,</para>
      <para>gemachtigde: LAVG Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [huurder 1] , </title>
    <parablock>
      <para>te [plaats 1] ,<?linebreak?>2. <emphasis role="bold">[huurder 2]</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [huurders] ,</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Huurders hebben een huurachterstand laten ontstaan van negen maanden. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van de huurders, dat schuldhulpverlening is opgestart en de lopende huur wordt betaald, ziet de kantonrechter aanleiding om de tijdens de mondelinge behandeling besproken voorwaardelijke ontbinding en ontruiming toe te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 28 mei 2025</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 26 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechte bepaald dat vonnis wordt gewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para>De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:</para>
    <para>- Alwel verhuurt met ingang van 15 juli 2017 aan [huurders] de woning aan het [adres] in [plaats 1] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt op het moment van dagvaarden € 855,92 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.</para>
    <para />
    <para>- [huurders] hebben over de periode 2020 – 2025 een deel van de huur niet betaald. Alwel heeft [huurders] aangemaand op 6 februari 2025 om aan hun betalingsverplichtingen te voldoen.</para>
    <para />
    <para>- De huurachterstand berekend tot en met augustus 2025 is € 6.638,49.</para>
    <para />
    <para>- Alwel heeft [huurders] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [huurders] hebben daarop niet afwijzend gereageerd. Alwel heeft [huurders] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Alwel vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 7.576,65 aan huurachterstand met nevenvorderingen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Alwel legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurders] zijn in hun verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan hun betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Alwel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [huurders] voeren verweer. [huurders] erkennen de huurachterstand, maar voeren aan dat geen sprake is van niet willen betalen, maar niet kunnen betalen vanwege allerlei persoonlijke omstandigheden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [huurders] moeten de huurachterstand betalen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Alwel heeft tijdens de procedure een overzicht met de actuele huurachterstand per 19 augustus 2025 overgelegd. Daarop staat een bedrag aan actuele kale huurachterstand van € 6.638,49. [huurders] hebben erkend dat deze huurachterstand juist is. De kantonrechter zal daarom de gevorderde betaling tot dit bedrag toewijzen. Omdat Alwel haar vordering niet heeft verminderd, wordt het meer gevorderde afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Alwel heeft voldaan aan haar meldplicht</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft vastgesteld dat Alwel heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De tekortkoming rechtvaardigt in beginsel de ontbinding en ontruiming</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.<footnote-ref linkend="_4f1e5bbf-b976-43a0-bbb0-c8fe3764fa81" /> De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.<footnote-ref linkend="_8ddf72ed-df1a-43d0-af93-9b5100f1f924" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand negen maanden. [huurders] hebben vanaf maart 2025 iedere maand weer huur betaald. Ook de huurachterstand is verminderd, maar bedraagt nog steeds ongeveer acht maanden. De kantonrechter is van oordeel dat deze grote huurachterstand een zodanige tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert, dat hierdoor de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde in beginsel zijn gerechtvaardigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>
        [huurders] hebben aangevoerd dat er diverse omstandigheden zijn, op grond waarvan ontbinding, gevolgd door ontruiming, volgens hen niet gerechtvaardigd is. [huurder 2] is nierpatiënt en heeft autisme en [huurder 1] is hart- en longpatiënt. Daardoor moeten ze vaak naar het ziekenhuis in [plaats 2]. Daarnaast is [huurder 1] mantelzorger voor hun 22-jarige inwonende zoon. Hij heeft autisme en angststoornissen. Dit is volgens [huurder 1] zo ernstig dat hij tijdens de basisschoolperiode al vrijstelling van de leerplicht heeft gekregen. De afgelopen jaren is hij onder behandeling geweest bij de GGZ en zijn allerlei zware medicaties uitgeprobeerd. Inmiddels is hij hier vanaf en is hij onder reguliere zorg van de huisarts. Daardoor is eindelijk stabiliteit ontstaan. Als [huurders] de woning kwijtraken is het voor hen het einde. Alwel heeft aangevoerd dat zij geen onderbouwing heeft gezien van wat [huurders] hebben gesteld. Niettemin heeft Alwel aangegeven dat zij bereid is tot voorwaardelijke ontbinding en ontruiming, waarbij de huur op tijd wordt betaald en de achterstand wordt ingelopen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ontbinding en ontruiming en nevenvorderingen worden voorwaardelijk toegewezen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter overweegt dat tijdens de mondelinge behandeling met [huurder 1] , [huurder 2] en de regisseur schuldhulpverlening van de gemeente Breda (verder: schuldhulpverlening), die bij de mondelinge behandeling aanwezig was, met [huurders] is besproken dat het autisme van [huurder 2] en de vele ziekenhuisbezoeken ervoor hebben gezorgd dat het een tijd duurde voordat het schuldhulptraject goed liep. Inmiddels wordt gewerkt aan een schuldenregeling, zodat een betalingsregeling mogelijk is. Alwel is hierbij betrokken. Hoewel [huurders] geen onderliggende stukken van hun stellingen hebben overgelegd, ziet de kantonrechter in de toelichting van schuldhulpverlening en het door schuldhulpverlening toegestuurde financiële overzicht voldoende aanleiding om erop te vertrouwen dat de huur in de toekomst wordt voldaan en dat de huurachterstand wordt ingelopen. Daarom zal de kantonrechter de ontbinding en ontruiming voorwaardelijke toewijzen, zoals tijdens de mondelinge behandeling met partijen besproken. [huurders] krijgen daarmee van de kantonrechter een allerlaatste kans om ontbinding en ontruiming te voorkomen. [huurders] moeten zich daarbij goed realiseren dat overtreding van de voorwaarden door hen met zich meebrengt dat zij de woning dan alsnog zullen moeten ontruimen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen nog besproken dat de huur betaald moet zijn vóór de eerste dag van de maand, terwijl het loon van [huurder 2] per vier weken wordt uitbetaald. Alwel heeft aangegeven dat als [huurders] in verband daarmee per de 15e van iedere maand willen betalen, die mogelijkheid bestaat. Daarover moeten [huurders] dan rechtstreeks in overleg treden met Alwel. Dit maakt geen onderdeel uit van de voorwaarden voor de ontbinding en ontruiming.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Voor wat betreft de voorwaarden merkt de kantonrechter nog op dat Alwel, als zij constateert dat een maandhuur te laat is betaald, eerst bij (aangetekende) brief aan [huurders] zal moeten melden dat de huur te laat is betaald en zal moeten wijzen op de consequentie van ontbinding en ontruiming. Daarmee wordt voorkomen dat het voor [huurders] als een verrassing komt dat na een te late betaling, de huurovereenkomst meteen in rechte is ontbonden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Omdat [huurders] de gevorderde huur en gebruiksvergoeding niet hebben weersproken, is ook deze vordering onder dezelfde voorwaarden toewijsbaar. De wettelijke huurverhoging over de schadevergoeding zal worden afgewezen. De huurovereenkomst is namelijk op dat moment al ontbonden en de wettelijke huurverhoging is alleen toewijsbaar over de bedragen die op grond van de overeenkomst verschuldigd zijn. De schadevergoeding is op grond van de wet verschuldigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [huurders] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Alwel worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>146,14</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>543,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>678,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 339,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.502,14</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [huurders] hoofdelijk om te betalen aan Alwel een bedrag van € 6.638,49 aan achterstallige huur tot en met 10 augustus 2025,</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] in [plaats 1] en veroordeelt [huurders] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Alwel zijn, en de sleutels af te geven aan Alwel, en veroordeelt [huurders] tot betaling van € 894,36 per maand, of zoveel hoger als bij wettelijke huurverhoging zou zijn toegestaan, met ingang van september 2025 tot aan de dag van ontruiming <emphasis role="underline">indien en zodra aan één of meer van de hieronder geformuleerde voorwaarden wordt voldaan:</emphasis></para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>
            [huurders] werken niet mee aan de totstandkoming van een betalingsregeling voor de huurachterstand aan Alwel voor een bedrag van € 6.638,49 met behulp van schuldhulpverlening en/of houden zich niet aan die betalingsregeling én [huurders] zijn bij (aangetekende) brief door Alwel op niet-nakoming van deze voorwaarde gewezen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [huurders] komen binnen een periode van twee jaar na dagtekening van dit vonnis hun betalingsverplichting met betrekking tot de maandhuur niet stipt na, dat wil zeggen dat huurbetalingen telkens vóór de eerste kalenderdag van de betreffende maand moeten zijn betaald én [huurders] zijn bij (aangetekende) brief door Alwel op niet-nakoming van deze voorwaarde gewezen,</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [huurders] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Badal en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2025.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4f1e5bbf-b976-43a0-bbb0-c8fe3764fa81" label="1">
    <para> Artikel 6:265 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ddf72ed-df1a-43d0-af93-9b5100f1f924" label="2">
    <para> HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>