<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6072</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-24T12:39:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/2770 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Middelburg</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6072">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6072</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-24T12:39:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6072 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 15-09-2025 / 23/2770 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6072:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Herziening en terugvordering. Beroep gegrond. Geen schending inlichtingenplicht. WAZO-uitkering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6072:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Middelburg</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: BRE 23/2770 WW</para>
    </parablock>
    <bridgehead role="bold">
      <?linebreak?>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 september 2025 in de zaak tussen</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , uit [plaats] , eiser</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] )</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV).</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Samenvatting</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Deze uitspraak gaat over de herziening en terugvordering van eisers recht op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Eiser is het daar niet mee eens. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht eisers recht op WW heeft herzien en een bedrag van € 618,11 van hem heeft teruggevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV ten onrechte eisers recht op WW-uitkering heeft herzien en € 618,11 van hem heeft teruggevorderd. Het beroep is dus gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 30 maart 2023 (bestreden besluit) inzake de herziening en terugvordering van zijn uitkering op grond van de WW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep op 12 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan deelgenomen eisers gemachtigde en mr. H.M. van Gent namens het UWV.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de rechtbank </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Eiser ontvangt sinds 22 augustus 2022 een WW-uitkering. Over de periode van 23 september 2022 tot 28 oktober 2022 is aan eiser een uitkering wegens aanvullend geboorteverlof op grond van de Wet arbeid en zorg (WAZO) toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Met een besluit van 11 januari 2023 (primair besluit I) heeft het UWV eisers recht op een WW-uitkering over oktober 2022 herzien omdat eiser meer inkomsten heeft gehad dan hij had doorgegeven. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Met een besluit van 2 februari 2023 (primair besluit II) heeft het UWV bepaald dat eiser een bedrag van € 618,11 moet terugbetalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Eiser heeft bezwaar gemaakt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit heeft het UWV eisers bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft het UWV aangegeven dat primair besluit II is gebaseerd op primair besluit I. Eiser heeft niet binnen de termijn van zes weken bezwaar gemaakt tegen primair besluit I, maar het UWV vindt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en heeft daarom primair besluit I bij zijn heroverweging betrokken. Volgens het UWV is er geen aanleiding om de primaire besluiten voor onjuist te houden. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat aan eiser in oktober 2022 een sv-loon is betaald vanwege de WAZO. In de regelgeving is vastgelegd dat dit inkomen in mindering moet worden gebracht op de betaling van de WW-uitkering.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>4.	De rechtbank begrijpt na een toelichting ter zitting het bestreden besluit aldus dat de herziening is gebaseerd op artikel 22a, eerste lid, onder a, van de WW (schending inlichtingenverplichting). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Anders dan het UWV is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verwijst hierbij naar de door eiser overgelegde print screen van de website van het UWV. Daarop staat vermeld: <emphasis role="italic">Heeft u een uitkering via de Wet arbeid en zorg (WAZO)? Dan hoeft u uw sv-loon niet aan ons door te geven. </emphasis>Door het UWV is ter zitting desgevraagd aangegeven dat deze informatie inmiddels van de website is verwijderd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande is er naar het oordeel van de rechtbank geen grondslag om eisers recht op WW-uitkering te herzien en de aan hem betaalde WW-uitkering terug te vorderen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank zal zelf in de zaak voorzien en de primaire besluiten herroepen. Dit betekent dat eiser over de maand oktober 2022 recht op een volledige WW-uitkering behoudt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Omdat het beroep gegrond is, dient het UWV het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- herroept de primaire besluiten;</para>
    <para>- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde bestreden besluit;</para>
    <para>- bepaalt dat het UWV het door eiser betaalde griffierecht ter hoogte van € 50,- aan hem moet vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 15 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>