<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBZWB:2025:6067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T13:28:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Zeeland-West-Brabant" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Zeeland-West-Brabant</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">03-280903-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Breda</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6067">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:6067</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-11T13:27:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBZWB:2025:6067 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-09-2025 / 03-280903-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6067:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen door jaren te profiteren van de door zijn echtgenote als bewindvoerder gepleegde verduistering van het leef- en spaargeld van haar cliënten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBZWB:2025:6067:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Breda</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer: 03-280903-22  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer van 10 september 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de strafzaak tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967</para>
      <para>wonende te [woonadres]</para>
      <para>raadsman mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 augustus 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.E.L. van der Steen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
      <para>De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte geldbedragen (tot een totaalbedrag van € 63.515,-) heeft witgewassen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De voorvragen</title>
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig. </para>
      <para>De rechtbank is bevoegd. </para>
      <para>De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. </para>
      <para>Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en heeft daartoe aangevoerd dat verdachte en zijn echtgenote [medeverdachte] samen een vennootschap onder firma hebben opgericht, waarbinnen beiden actief waren; [medeverdachte] als bewindvoerder en verdachte die haar ondersteunde op administratief gebied. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De door [medeverdachte] als bewindvoerder verduisterde geldbedragen werden gestort op de gezamenlijke rekening van [medeverdachte] en verdachte. De officier van justitie is op grond hiervan van mening dat verdachte tenminste heeft moeten vermoeden dat de geldbedragen die op de rekening werden overgemaakt afkomstig waren uit enig misdrijf.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Namens verdachte is aangevoerd dat hij in de door zijn vrouw en hem opgerichte VOF slechts wat hand- en spandiensten heeft verricht voor zijn echtgenote. Verdachte heeft geen financiële achtergrond en hij had ook geen enkel inzicht in de bankzaken. Dat deed zijn echtgenote allemaal en verdachte heeft volgens de verdediging dan ook geen rol gehad bij de frauduleuze overboekingen. De verdediging is daarom van mening dat niet bewezen kan worden dat verdachte wist dat de overgeboekte geldbedrag van enig misdrijf afkomstig waren noch dat hij dit redelijkerwijs moest vermoeden. De verdediging heeft daarom gevraagd verdachte vrij te spreken van het tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
          </para>
          <para>Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.</para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast. De echtgenote van verdachte, [medeverdachte] , had aanvankelijk een eenmanszaak en heeft, nadat verdachte zijn werk was kwijtgeraakt, samen met verdachte in 2014 [V.O.F.] (hierna: VOF) opgericht. Verdachte en [medeverdachte] waren medevennoot en als enigen werkzaam binnen deze VOF. [medeverdachte] was op papier en feitelijk bewindvoerder van een groot aantal onderbewindgestelden en verdachte verrichtte administratieve werkzaamheden. [medeverdachte] heeft als bewindvoerder over een periode van meerdere jaren geldbedragen verduisterd van tientallen mensen die bij haar onder bewind stonden. Veel van deze geldbedragen werden overgemaakt naar de gezamenlijke privérekening van [medeverdachte] en verdachte. Het betreft een bedrag van in totaal circa € 187.000 over een periode van circa vijf jaar. De bedragen waren rechtstreeks afkomstig van leef- en spaargeldrekeningen op naam van onderbewind-gestelden. Van deze gezamenlijke rekening werden privé- en gezinsuitgaven gedaan en verdachte beschikte daarnaast niet over een andere eigen bankrekening. </para>
          <para> De vraag is of verdachte wist of redelijkerwijs had moetenvermoeden dat de geldbedragen die telkens naar de gezamenlijke bankrekening werden overgemaakt en ook door verdachte werden gebruikt, afkomstig waren van de door [medeverdachte] gepleegde verduistering.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte met de oprichting van de VOF ook een verantwoordelijkheid op zich heeft genomen met betrekking tot het reilen en zeilen binnen die VOF. Datzelfde geldt voor de gezamenlijke bankrekening. Verdachte was als rekeninghouder samen met [medeverdachte] verantwoordelijk voor deze bankrekening. Verdachte had als medevennoot inzicht in de administratie van de VOF en als rekeninghouder inzicht in de bij- en afschrijvingen op de gezamenlijke rekening. Daarbij gaat het om een groot bedrag verdeeld over een groot aantal bijschrijvingen over een periode van meerdere jaren. Gelet op deze feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de bedragen die binnenkwamen op de gezamenlijke rekening en rechtstreeks afkomstig waren van onderbewindgestelden geen legale inkomsten van de VOF betroffen. Het verweer dat verdachte zich feitelijk niet bemoeide met de boekhouding van de VOF en nooit naar de bij- en afschrijvingen of het saldo op de bankrekening keek, wordt verworpen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>in de periode van 20 december 2016 tot<?linebreak?>en met 27 juli 2021 te [plaats]<?linebreak?> geldbedragen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en van  geldbedragen, gebruik heeft gemaakt, door<?linebreak?>- op een bankrekening op naam gesteld van [verdachte] en/of mevrouw [medeverdachte]<?linebreak?>[medeverdachte] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] telkens geldbedragen te ontvangen afkomstig van bankrekeningen op naam<?linebreak?>gesteld van onder bewindvoering gestelde personen<?linebreak?>[benadeelde 1] en [benadeelde 2] en [benadeelde 3] en [benadeelde 4]<?linebreak?>[benadeelde 4] en [benadeelde 5] en [benadeelde 6] en [benadeelde 7] en [benadeelde 8]<?linebreak?>[benadeelde 8] en [benadeelde 9] en [benadeelde 10] en [benadeelde 11] en<?linebreak?>[benadeelde 12] en [benadeelde 13] en [benadeelde 14] en [benadeelde 15] en [benadeelde 16]<?linebreak?>[benadeelde 16] en [benadeelde 17] en [benadeelde 18] en [benadeelde 19] en<?linebreak?>[benadeelde 20] , waarover hij, verdachte kon beschikken,<?linebreak?>en<?linebreak?>- vervolgens girale geldbedragen te gebruiken,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>terwijl hij, verdachte telkens redelijkerwijs<?linebreak?>had moeten vermoeden dat deze geldbedragen - onmiddellijk of<?linebreak?>middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;<?linebreak?></para>
        <para>De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid</title>
    <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafoplegging</title>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De vordering van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 180 uren.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, heeft de verdediging verzocht om er bij de strafbepaling rekening mee te houden dat verdachte een first offender is en dat het handelen van verdachte en zijn partner uiteindelijk voor verdachte en zijn gezin enorme financiële consequenties heeft gehad. Voorts heeft de verdediging gevraagd om het aantal uren taakstraf te matigen in verband met de forse overschrijding van de redelijke termijn.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft gedurende een periode van ruim vier jaren geprofiteerd van de door zijn echtgenote als bewindvoerder gepleegde verduistering van het leef- en spaargeld van haar cliënten. Daarbij werden gelden van de bankrekeningen van die cliënten gebruikt voor betalingen ten behoeve van haarzelf en haar gezin en ook werden ten onrechte gelden overgemaakt naar de privérekening van [medeverdachte] en verdachte. Hierdoor is een flink aantal cliënten van [medeverdachte] financieel benadeeld en werd ook op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat werd gesteld in [medeverdachte] als  bewindvoerder. Verdachte heeft bij dit alles op z’n minst lijdzaam toegekeken en heeft door zich passief op te stellen mee kunnen profiteren van het misbruik dat werd gemaakt van deze financieel kwetsbare mensen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit alles maakt dat de rechtbank aan het bewezenverklaarde feit zwaar tilt en zij is dan ook van oordeel dat daar in beginsel een forse straf op moet volgen. Anderzijds zal de rechtbank ook rekening houden met de gevolgen die de feiten ook voor verdachte en zijn gezin hebben gehad. Het gezin van verdachte is door hun handelen en het daarna uitgesproken faillissement alles kwijtgeraakt, zowel financieel als sociaal gezien. Verdachte en zijn gezin hebben hun leven min of meer weer vanaf nul moeten opbouwen. Daarbij hebben verdachte en zijn echtgenote getracht om de benadeelden zoveel mogelijk schadeloos te stellen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat het opleggen aan verdachte van een taakstraf van 180 uren in beginsel passend en geboden is en de rechtbank zal dit ook als uitgangspunt nemen. Anderzijds moet de rechtbank ook rekening houden met een overschrijding van de redelijke termijn met bijna vier jaren en de rechtbank stelt daarbij vast dat deze overschrijding op geen enkele manier aan verdachte of de verdediging verweten kan worden. Uitgangspunt voor een overschrijding van de redelijke termijn met zes tot twaalf maanden, is volgens vaste jurisprudentie een vermindering van 10%. In geval van een overschrijding met meer dan twaalf maanden dient naar bevind van zaken te worden gehandeld. Bij de onderhavige overschrijding van bijna 4 jaren is de rechtbank van oordeel dat de op de straf toegepaste korting op 15% moet worden gesteld en afgerond komt de rechtbank dan tot een korting van 30 uren, hetgeen betekent dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 150 uren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wettelijke voorschriften</title>
    <para>De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;</para>
    <para>- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">Primair:</emphasis> Schuldwitwassen</para>
    <para>- verklaart verdachte strafbaar;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Strafoplegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- veroordeelt verdachte tot <emphasis role="bold">een taakstraf van 150 uren</emphasis>;</para>
    <para>- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende hechtenis</emphasis> zal worden toegepast van <emphasis role="bold">75 dagen</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.L.J. Martens, voorzitter, mr. T.M. Brouwer en mr. D.S.G. Froger, rechters, in tegenwoordigheid van F.J.M. Nouws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 september 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2016 tot<?linebreak?>en met 27 juli 2021 te [plaats] , in elk geval in Nederland,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>van één of meer voorwerpen, te weten (één of meer geldbedragen tot in totaal) EUR<?linebreak?>63.515,- althans één of meer geldbedragen,<?linebreak?>heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) en/of<?linebreak?>heeft/hebben overgedragen en/of heeft/hebben omgezet en/of van één of meer<?linebreak?>voorwerpen, te weten (één of meer geldbedragen tot in totaal) EUR 63.515,- althans<?linebreak?>één of meer geldbedragen, gebruik heeft/hebben gemaakt, door<?linebreak?>- op een bankrekening op naam gesteld van [verdachte] en/of mevrouw [medeverdachte]<?linebreak?>[medeverdachte] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] telkens een of<?linebreak?>meer geldbedragen te ontvangen afkomstig van (een) bankrekeningen op naam<?linebreak?>gesteld van (een) (partner(s) van) (een) onder bewindvoering gestelde perso(o)nen<?linebreak?>[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4]<?linebreak?>[benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8]<?linebreak?>[benadeelde 8] en/of [benadeelde 9] en/of [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11] en/of<?linebreak?>[benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] en/of [benadeelde 14] en/of [benadeelde 15] en/of [benadeelde 16]<?linebreak?>[benadeelde 16] en/of [benadeelde 17] en/of [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en/of<?linebreak?>[benadeelde 20] , waarover hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), kon(den) beschikken,<?linebreak?>en/of<?linebreak?>- (vervolgens) een of meer gir(a)l(e) geldbedragen om te zetten en/of te gebruiken,<?linebreak?>althans voorhanden te hebben;<?linebreak?>terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) telkens wist(en) althans redelijkerwijs<?linebreak?>had(den) moeten vermoeden dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of<?linebreak?>middellijk – afkomstig was/waren uit enig(e) misdrij(f)(ven);<?linebreak?>Artikel 420bis lid 1 sub b en 420quater lid 1 sub b Wetboek van Strafrecht<?linebreak?>( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b<?linebreak?>Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van<?linebreak?>Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair:<?linebreak?>hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2016 tot<?linebreak?>en met 27 juli 2021 te [plaats] , in elk geval in Nederland,<?linebreak?>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,<?linebreak?>van één of meer voorwerpen, te weten (één of meer geldbedragen tot in totaal) EUR<?linebreak?>63.515,- althans één of meer geldbedragen,<?linebreak?>heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben (gehad) van één of meer<?linebreak?>voorwerpen, te weten (één of meer geldbedragen tot in totaal) EUR 63.515,- althans<?linebreak?>één of meer geldbedragen, door<?linebreak?>- op een bankrekening op naam gesteld van [verdachte] en/of mevrouw [medeverdachte]<?linebreak?>[medeverdachte] met bankrekeningnummer [rekeningnummer] telkens een of<?linebreak?>meer geldbedragen te ontvangen afkomstig van (een) bankrekeningen op naam<?linebreak?>gesteld van (een) (partner(s) van) (een) onder bewindvoering gestelde perso(o)nen<?linebreak?>[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4]<?linebreak?>[benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8]<?linebreak?>[benadeelde 8] en/of [benadeelde 9] en/of [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11] en/of<?linebreak?>[benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] en/of [benadeelde 14] en/of [benadeelde 15] en/of [benadeelde 16]<?linebreak?>[benadeelde 16] en/of [benadeelde 17] en/of [benadeelde 18] en/of [benadeelde 19] en/of<?linebreak?>[benadeelde 20] , waarover hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), kon(den) beschikken,<?linebreak?>terwijl hij, verdachte, telkens wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat<?linebreak?>dit/deze geldbedrag(en), – onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig(e) eigen<?linebreak?>misdrij(f)(ven);<?linebreak?>Artikel 420bis.1 en 420quater.1 Wetboek van Strafrecht<?linebreak?>( art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b<?linebreak?>Wetboek van Strafrecht, art 420quatr lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art<?linebreak?>420quatr lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>